Lonen en sociale uitkeringen gaan omhoog als gevolg van de
automatische indexering. De toepassingsmodaliteiten verschillen
naargelang de bedrijfssector.
De huurprijzen
stijgen. De meeste huurovereenkomsten voorzien in een indexatie van de
huurprijs op de verjaardag van het contract.
De koopkracht daalt omdat de automatische loonindexering niet volledig de inflatie volgt.
De loonkosten stijgen voor de bedrijven.
De
overheidsuitgaven stijgen, onder meer door hogere ambtenarenwedden.
Maar ook de ontvangsten (btw, personenbelasting) stijgen.
Sommige spaar- en beleggingsproducten brengen reëel niets meer op omdat de rente lager is dan de inflatie.
De werkelijke last van schulden daalt, op voorwaarde dat het inkomen min of meer gelijke tred houdt met de inflatie.