Vermogensvermeerdering zonder oorzaak

Vraag: Wat is de vermogensvermeerdering zonder oorzaak en onder welke artikelen van het Burgerlijk Wetboek wordt dit behandeld?

Er is sprake van vermogensvermeerdering zonder oorzaak (ook: ongerechtvaardigde verrijking) ingeval van een ongeoorloofde patrimoniale verschuiving van goederen. Bepaalde goederen zijn van het vermogen van de ene persoon naar het vermogen van een ander overgegaan zonder dat daar een geldige reden voor te vinden is. Deze vermogensverschuivingen zonder oorzaak geven aanleiding tot een vordering op grond van vermogensvermeerdering zonder oorzaak.
Deze vordering wordt echter nergens uitdrukkelijk geregeld in het Burgerlijk Wetboek, maar verschillende teksten bevestigen wel het principe (zie o.a. ter zake van eigendom: artikel 548 en 554; ter zake van onverschuldigde betaling: artikel 1376). Bovendien heeft het Hof van Cassatie de mogelijkheid tot het instellen van een vordering op grond van vermogensvermeerdering zonder oorzaak tot een algemeen rechtsbeginsel gepromoveerd (Cassatie, 17 november 1983).

  • Er moet sprake zijn van een verarming in hoofde van degene die de vordering instelt (eiser);
  • Er moet sprake zijn van een verrijking van degene tegen wie de vordering wordt ingesteld (verweerder);
  • Er moet een oorzakelijk verband zijn tussen de verarming en de verrijking;
  • Afwezigheid van rechtsgrond voor de vermogensverschuiving;
  • Afwezigheid van andere vorderingsmogelijkheden.

In de eerste plaats wordt een verarming hoofde van de eiser vereist. Het feit dat iemand verrijkt werd door het toedoen van een ander zonder dat deze laatste verarmd werd, is niet voldoende. Hier is immers geen vermogensverschuiving opgetreden. Zo zal de vordering geweigerd worden aan degene die verbeteringswerken uitvoert aan zijn onroerend goed en aldus een meerwaarde verschaft aan de naburige onroerende goederen.

Er moet ook sprake zijn van een verrijking van de verweerder. Deze verrijking kan bestaan uit een werkelijke aangroei van het vermogen van de verweerder. Maar ook het feit dat de verweerder een besparing doet zonder dat er een echte toename is van zijn vermogen komt in aanmerking.

Het vereiste oorzakelijk verband tussen de verarming en de verrijking houdt in dat de verarming van de eiser de oorzaak moet zijn van de verrijking van de verweerder. Zonder de verarming van de eiser had de verweerder zich niet kunnen verrijken.

De vordering wegens vermogensvermeerdering zonder oorzaak kan slechts ingesteld worden indien er geen geldige juridische oorzaak is voor de vermogensverschuiving. De vermogensovergang mag dus niet gebaseerd zijn op een overeenkomst, de eigen wil van de verarmde, de wet of een gerechtelijke beslissing.

Tenslotte kan deze vordering enkel worden ingesteld indien de eiser over geen andere vorderingsmogelijkheden beschikt. Zo zal deze vordering afgewezen worden indien de verarmde beschikt over de vordering op grond van de onverschuldigde betaling. Bovendien kan deze vordering niet meer ingesteld worden indien de verarmde deze heeft laten verjaren.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud