Advertentie

Charles Foster leefde zes weken als een dier: 'Ik at aardwormen en ving vis met mijn tanden'

©Timothy Foster

Hoe kijken, ruiken en voelen dieren? Om die vraag te beantwoorden sliep de Britse professor Charles Foster onder de grond, at hij aardwormen en ving hij vis met zijn tanden. Het boek dat hij erover schreef, is hard op weg een wereldwijde bestseller te worden.

‘Ik wilde weten wat het was een vos te zijn. Dus sliep ik opgekruld onder kratten in Londense steegjes en achtertuinen en ging op muizenjacht’, schrijft hij in de aanhef van ‘Leven als een beest’. ‘Ik smeerde modder in mijn haar en knipte maandenlang mijn teennagels niet om te weten wat een edelhert met overgroeide hoeven voelt. Om als een gierzwaluw de lucht te doorklieven ging ik paragliden. En samen met mijn achtjarige zoon Tom leefde ik zes weken in een zelfgegraven hol, op een dieet van aardwormen, om me een Welsche das te wanen.’

Als Charles Foster (54) de deur van zijn rijhuis in Oxford opendoet, zijn we haast teleurgesteld. Hij loodst ons op twee voeten naar de keuken, waar hij begint te praten in literaire volzinnen. En met zijn ribfluwelen broek en tweed jasje oogt hij meer als de universiteitsprofessor die hij is - hij doceert medische ethiek in Oxford - dan als iemand die net is teruggekeerd uit het dierenrijk.

©Timothy Foster

Met ‘Leven als een beest’ schreef Foster een uiterst geestige literaire tour de force die hem laaiende recensies en internationale media-aandacht opleverde. En een Ig Nobelprijs, een parodie op de echte Nobelprijs die wordt toegekend aan onderzoek ‘dat eerst aan het lachen maakt en daarna aan het denken zet’. Veel meer dan een zoölogisch experiment is Fosters boek een filosofische expeditie naar empathie en naar de limieten van het mens-zijn. Het werd vertaald in het Duits en Frans, en komt volgende week uit in het Nederlands. Vertalingen in het Deens, Turks, Chinees, Pools, Italiaans en Koreaans zitten in de pijplijn.

Het succes is hem niet naar het hoofd gestegen. Met een royale dosis Brits flegma en zelfspot laat de academicus weten dat hij het boek - en bij uitbreiding zichzelf - toch maar een mislukking vindt. ‘Iemand met een groter literair talent had er vast iets beters van gemaakt.’

Chabliswormen

Als de fotograaf vraagt of hij zijn schoenen moet uitdoen, antwoordt Foster laconiek. ‘Hoe vuil ze ook zijn, ze zullen veel smeriger zijn als je dit huis verlaat.’ Het is een gezellig rommeltje ten huize Foster. Speelgoed, papieren slingers en een hoopje schoenen in de gang verraden dat het huis druk bewoond wordt. Het gezin telt vier jonge kinderen.

‘Mensen vroegen me of het niet gevaarlijk was in het bos te leven met mijn zoon’, zegt Foster terwijl hij ons naar de keuken in het souterrain leidt. ‘Wat een absurde vraag! Je immuunsysteem is gemaakt voor de natuur. Het is gevaarlijker om een hele dag te zitten en naar een scherm te kijken. Mensen die het raar vinden om op handen en voeten te kruipen zijn pas echt vreemd. In de lange geschiedenis van de mensheid zijn zij in de minderheid.’ Hij stopt zichzelf abrupt. ‘Ik klink als een krankzinnige die denkt dat hij de enige zinnige mens op deze aardbol is, niet?’

Charles Foster

Charles Foster (54) is een Britse dierenarts, advocaat, schrijver en filosoof. Hij doceert medische ethiek aan de Universiteit van Oxford. Zijn boeken omschrijft hij als ‘arrogante en onsuccesvolle’ pogingen om vragen als ‘wie zijn we?’ en ‘wat doen we hier?’ te beantwoorden.

Het klinkt wat vreemd, de zoölogische methodacting. Maar vrijblijvend was het niet. ‘Ik wilde uitvlooien hoe dieren kijken, ruiken, voelen. De wereld waarnemen dus. Dat deed ik door me onder te dompelen in de wetenschappelijke literatuur. Maar beschrijven welke gebieden in een dassenbrein oplichten als hij een slak ruikt, is één ding. Een beeld schetsen van het woud zoals het op de das overkomt, is iets anders. Als je vooral op geur afgaat, hoe ziet een bos er dan uit? Dat wilde ik weten.’

Om dat te weten te komen, kroop Foster ’s nachts - om minder te zien, net als de relatief slechtziende das - door het bos. Met zijn neus bij de grond. Hij at zelfs aardwormen, die volgens hem naar slijm en aarde smaken, maar dan met een uitgesproken terroir. ‘Wormen uit de Chablis hebben een lange, minerale afdronk. Wormen uit Picardië zijn muf. Die uit de Kentse Weald smaken dan weer fris en ongecompliceerd. Kan zo bij een gebakken tong’, schrijft hij in zijn boek.

Foster heeft spijt van die passage, zegt hij terwijl hij water aan de kook brengt. ‘Het zegt meer over de adjectieven die ik heb geaccumuleerd in mijn leven dan over hoe een worm smaakt voor de das. Het is blijkbaar het enige wat mensen onthouden of überhaupt interesseert.’ Om die reden geeft hij geen interviews van vijf minuten meer. ‘Mede daardoor noemen mensen mijn boek geschift. Wat een lui woord. Sommigen vergelijken het met dat van de ‘geitenman’, die als een geit probeerde te leven. De ondertitel van zijn boek luidde: ‘Hoe ik vakantie nam van het mens-zijn.’ Dat is het tegenovergestelde van wat ik wilde doen: ik wilde via de dieren meer leren over wat het is om mens te zijn.’

Merelbrein in formaline

©Timothy Foster

‘Zet je schrap, de invasie is begonnen!’ Foster grijnst breed. De thee is amper uitgeschonken of daar klinken boven ons de voetstappen van zijn uitgelaten kroost, blij dat ze een weekend van school verlost zijn.

Kinderen kan je nog het meest met vossenjongen vergelijken, vindt Foster. En inderdaad, ze hebben iets welpachtigs, hoe ze de keuken binnentrippelen en aan de popcorn snuffelen. ‘Mijn kinderen waren mijn beste gidsen. Op een heel praktische manier: ze snuffelen en voelen aan alles’, zegt hij nadat hij zijn zoon Tom, met wie hij als das op pad ging, heeft losgelaten uit een ‘berenknuffel’. ‘Tom leeft veel dichter bij de grond dan ik met mijn twee meter. Maar ik denk ook dat kinderen veel minder kortzichtig zijn dan volwassenen. Ze hebben geen cognitieve ruis in hun hoofd.’

Fosters fascinatie voor dieren begon al vroeg, met een merel in de tuin van het ouderlijke huis aan de rand van een buitenwijk van Sheffield. Zijn geel omrande, zwarte ogen lieten de jongen niet los. Het werd een obsessie. Op zijn nachtkastje stond een merelbrein in formaline. ‘Ik bekeek het potje van alle kanten in verwoede pogingen tot dat brein door te dringen en viel geregeld in slaap met het potje nog in mijn hand. De merel legde de kiem voor de vraag die me nog altijd bezighoudt: kan je echt iets over de ander weten?’

Het leven zoals het is

Das

Leven als een das vond Charles Foster niet moeilijk. ‘Een groot deel bestond erin in het bos te ondergaan wat een das ondergaat: natgeregend worden, dassenuren aanhouden, onder de grond leven.’ Foster leerde er anders door ruiken. ‘Zonder iets te zien afgaan op de geur was erg vreemd. Het is een veel rauwere manier om de wereld binnen te laten. Alsof ik het volume van de hifi op maximum zette.’

Otter

Foster slaagde er niet in zich in het brein van de otter te verplaatsen, vooral omdat otters ‘manische moordmachines’ zijn. ‘Als ze niet slapen, zijn ze fanatiek op zoek naar voedsel of vechten ze met elkaar om een stukje vis. Ze moeten permanent eten hebben om hun energiereserves op peil te houden: het equivalent van per vier minuten een Big Mac voor een mens.’

Vos

Het vossenleven ging Foster goed af. ‘Vossen zijn het meest als mensen. Net als wij zijn ze uitgerust om polyvalent te zijn. Vergeleken met andere dieren horen, ruiken en zien ze niet uitzonderlijk goed, maar ze slagen er wel in hun zintuigen efficiënt in te zetten, zelfs in een stad. Ze weten waar de muizen zitten en waar het lekkere eten wordt weggegooid.’

Edelhert

Als ex-jager weet Foster wat het is om prooien te viseren, maar hij kon zichzelf niet aanleren er één te zijn zoals het edelhert. Zelfs niet door zich op de hielen te laten zitten door een bloedhond in de Somersetse velden.

Gierzwaluw

Leven als een gierzwaluw was Fosters grootste mislukking. ‘Vliegen kan ik, zelfs met een vliegtuig of tijdens het paragliden, niet. Maar het grootste probleem is snelheid. Het is onmogelijk te ervaren hoe gierzwaluwen de textuur en de lucht waarnemen. Bovendien horen ze in 1 seconde iets waar ik 2,75 uur voor nodig heb.’

Foster loste het vraagstuk niet op. ‘Gelukkig maar. Een vroege overtuiging van kunde of inzicht maakt monsters van mensen. Dan was ik misschien oliemagnaat geworden. Of bankier. Of pooier.’ Foster werd dierenarts, advocaat en academicus. Hij behaalde een doctoraat in medisch recht en ethiek in Cambridge. Hij schreef boeken over filosofie, ethiek en God. Hij pleitte grote rechtszaken. Maar onderweg verloor hij zichzelf. ‘Advocaat zijn is pure intellectuele prostitutie. Je moet constant in het brein van iemand anders kruipen en wordt een leeg omhulsel. Dat is deels waarom ik nog weinig zaken pleit. Ik verdiende goed, maar ik voelde mijn persoonlijkheid eroderen.’

Milieubeleidsmakers zouden in een gesticht moeten zitten.
Charles Foster
Professor medische ethiek

Foster was - om zijn dierenmetafoor te gebruiken - een wolf. Ook als jager. Hij genoot ervan op een hertenhart te mikken in de bossen van Engeland, en vervolgens de trekker over te halen. Paradoxaal vindt Foster dat jagersverleden niet. ‘Achteraf bekeken was het een manier om aansluiting te vinden bij de natuur. Om in het hoofd van dieren te geraken. Tijdens de jacht kom je op een bijna mystieke manier dicht bij een dier.’ Maar jagen doet hij al een paar jaar niet meer. ‘Ik eet nu zelfs tofoe.’

Afrika en Antarctica

De zon schijnt als we in de namiddag naar een nabijgelegen weide trekken, op zoek naar een ‘wildere’ plek in de natuur. ‘Vergis je niet, Oxford is waanzinnig wild’, zegt Foster stellig. ‘Er zijn geen niet-wilde plekken. Zelfs als je langs een winkelcentrum wandelt, word je aangestaard door duizenden oogjes. Vergeet niet dat we zelf ook dieren zijn. Hoe netjes je pak ook, wie door Oxford wandelt, is een wild dier op een wilde plek. In Londen leven zo’n 1.800 soorten gewervelde en ongewervelde soorten. Dat is een jungle.’

Als we het asfalt achter ons laten, maakt de soundtrack van sirenes, fietsbellen en joelende kinderen plaats voor luid vogelgekwetter. We banen ons een weg door takken tot aan een poel, waar vliegjes over het water ritselen. Foster ervaart het tafereel anders, met zijn neus. ‘Ruik je het modderige water? De bijna zieke meidoorn? De mufheid van de vos die hier gisteravond wellicht is gepasseerd? De bitterheid van de uitbundige netels? Eigenlijk bevinden de beste geuren zich op de grond. Als je met je neus een paar centimeter boven de grond gaat hangen, zal je merken dat twee stukjes grond ecologische continenten zijn, net zo verschillend als Afrika en Antarctica.’

Charles Foster. ©Timothy Foster

Terwijl de fotograaf het licht meet en zijn lampen opstelt, snuffelen we in hurkzit. Op een halve vierkante meter nemen we drie geuren waar. ‘Van onze vijf zintuigen gebruiken we eigenlijk alleen ons zicht. Maar je kan geen adequaat beeld van de wereld construeren op basis van 20 procent van de informatie. Dat weten we natuurlijk al, maar het was toch iets anders om dat aan den lijve te ondervinden. Als ik in het bos een boom zie, vertaal ik dat beeld op mijn netvlies meteen naar mijn gedachten over de boom. Dat is problematisch, want die boom is veel mooier en charismatischer dan mijn gedachten erover. De wereld zendt zoveel meer informatie uit dan we denken. Dat is een van de belangrijkste dingen die ik dankzij mijn boek heb geleerd.’

Leven als een dier leerde Foster ook veel over de mens. ‘Behalve een gebrek aan zintuiglijkheid heeft het heeft een soort psychopatisch tekort aan empathie voor de natuur blootgelegd’, zegt hij, met voor het eerst een spoor van emotie in zijn stem. ‘Milieubeleidsmakers zouden in een gesticht moeten zitten. Zo erg is het.’

Cultureel dieet

Ik ben dier geweest om meer mens te worden.
Charles Foster
Professor medische ethiek

Terwijl hij als een vos door East End in Londen sloop, zag Foster hoe massa’s voedsel werden weggegooid. Gravend door het afval kwam hij tot de conclusie dat iedereen eigenlijk constant hetzelfde eet. En ziet. ‘Op een miezerige septemberavond stond ik op het trottoir een achtergelaten stuk pie te eten. Uit het flikkerende licht om me heen kon ik afleiden dat 73 gezinnen tv aan het kijken waren, waarvan 64 naar hetzelfde programma. Wat ik in de huizen en flats zag, kwam overeen met wat ik in de vuilniszakken aantrof: uniformiteit. Iedereen volgt min of meer hetzelfde culturele dieet.’

Keek hij toen als vos naar de mensenwereld ? Mogelijk, meent Foster. Wat niet betekent dat hij het raadsel uit zijn jeugd - wat gaat in het hoofd van een dier om? - heeft opgelost. ‘Ik ben nog altijd Charles Foster. Ik kijk dus als mens naar de wereld. Maar ik ben er dichtbij geweest. Het moment waarop ik in de achtertuin een vos zag en hij naar mij keek zoals ik naar hem, dat was intens. Of toen ik de gierzwaluwen naar West-Afrika achternareisde, en in Oxford hun terugkeer afwachtte. Ze waren laat, maar plots waren ze er. Ik was tot tranen toe ontroerd. Omdat het in orde was, en de wereld nog altijd draaide.’

Waarom het voorval hem zo ontroerde, valt niet in woorden uit te drukken. ‘Een mystieke verbondenheid komt nog het dichtst in de buurt. Of wacht, dat klinkt te zweverig. Kijk eens naar het gras. Het feit dat de fotonen gelijkaardig op ons netvlies samenkomen, betekent niet dat ik zie wat jij ziet. En toch wil ik mezelf ervan overtuigen dat we dezelfde wereld bewonen, iets delen. Als ik een band met een gierzwaluw kan krijgen, kan ik ook een band krijgen met mijn kinderen of mijn vrienden. Het betekent dat er reden is voor optimisme. Dat we niet voor altijd alleen zijn in de wereld, opgesloten in onze eigen hoofden.’

Empathische limieten

Het moment waarop ik in de achtertuin een vos zag en hij naar mij keek zoals ik naar hem, dat was intens.
Charles Foster
Professor medische ethiek

‘Eigenlijk kan je wat ik heb gedaan een oefening in empathie en haar limieten noemen’, zegt Foster. ‘Ik heb geleerd dat je empathie - door andere ogen kijken - kan trainen als een spier. In die zin ben ik dier geweest om meer mens te worden.’

Het vraagt niet veel, zegt hij. ‘Ga in een hoekje van een veld zitten luisteren. Eet voedsel uit je omgeving. Snuffel overal aan. Vergelijk het met meditatie: het komt er gewoon op aan opnieuw aandacht te besteden aan wat toch al binnenstroomt.’ Zelf doet hij het door af en toe in weilanden of bossen te slapen. Of door naar een eiland in Wales zonder telefoonsignaal te trekken, zoals vorige week.

De fotograaf vraagt om een laatste foto in het weiland, waar paardenbloempluisjes door de lucht zweven. Een gele vlinder fladdert voorbij. Foster kijkt er intens naar, en wijst dan naar de lucht. ‘Vanochtend heb ik hier de gierzwaluwen voor het eerst gezien, terug van hun trek naar Afrika. Ze waren laat dit jaar. Ik was zo gelukkig. Dus ja, de wereld draait nog altijd.’

©rv

Charles Foster - Leven als een beest - 2017 (23 mei), Signatuur, 288 blz., 19,99 euro.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud