reportage

Meisje. Zestien. Doet alles.

©Jean Jdujardin

De jeugdhulp vindt maar geen antwoord op tienerpooiers, mannen die jonge meisjes seksueel uitbuiten. De gevolgen zijn schrijnend. ‘Jeugdhelpers zien geen slachtoffer van verkrachting, ze zien een probleemkind.’

Laura was een lief kind, wat timide en plichtsbewust. De overgang naar het middelbaar viel haar zwaar. ’s Avonds, na haar huiswerk, speelde ze graag online een spelletje. Ze was een heel gewoon meisje van twaalf.

Dat ze op school werd gepest, verzweeg Laura voor haar ouders. Haar onlinewereld werd een toevluchtsoord waar ze wel vrienden vond. Op een avond kwam ze later thuis van de jeugdbeweging, en wilde ze onmiddellijk douchen. Pas maanden later gaf ze aan dat ze die avond was misbruikt door een online contact, een volwassen man. Er werd aangifte gedaan en Laura ging in therapie.

Aan het einde van het schooljaar deed ze een zelfmoordpoging. Na een wachttijd van twee weken werd ze enkele weken opgenomen in de psychiatrie. Daar kreeg ze, voor het eerst, de diagnose autisme.

Wat haar ouders pas veel later te weten kwamen, is dat Laura in een tienerpooiernetwerk zat. ‘Het misbruik heeft wellicht maanden geduurd’, zegt haar moeder Christine. ‘Via een chatforum, bedoeld voor kinderen, vonden we een tweede profiel van onze dochter, half ontkleed, om haar aan te prijzen als prostituee. Vermoedelijk werd ze ’s middags van school opgehaald en naar mannen gestuurd. Nadien kreeg ze wat geld toegestopt en namen ze haar mee naar McDonald’s.’

Seriële weglopers

Een kind dat uit een instelling vlucht, wordt daarna drie keer per uur verkracht. Dat is de realiteit.
Yasmin Van Damme
Experte bij Child Focus

Tienerpooiers staan nog maar een jaar of twee echt op de radar van politie en justitie. Vroeger werden ze ‘loverboys’ genoemd: jongens die hun liefje inpalmden met dure cadeaus en haar daarna als prostituee lieten werken. Maar die term is te verbloemend, zegt Yasmin Van Damme, experte bij Child Focus, de stichting voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen. ‘Het gaat om netwerken van jonge mannen die doelbewust selecteren op de kwetsbaarheid van meisjes en die slinks uitbuiten. Ze duwen hen doelbewust nog dieper in de miserie om er een hoer van te kunnen maken.’

Het rekruteren begint al vanaf de leeftijd van 13 jaar. Slachtoffers gaan later vaak zelf nieuwe meisjes ronselen. ‘Netwerken kunnen variëren van één man tot een stuk of zeven, van losse vriendengroepjes tot echt georganiseerde criminaliteit. Want het is een bijzonder lucratieve activiteit’, legt Van Damme uit.

De seksuele uitbuiting van tieners is een onderschat fenomeen. Centrale gegevensverzameling gebeurt in ons land niet. Child Focus heeft weet van 76 dossiers. In Nederland, waar de problematiek al langer wordt bestudeerd, schat men het aantal minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting op minstens 1.500. Aan schattingen waagt Child Focus zich niet. ‘We kunnen wel met zekerheid zeggen dat de gekende dossiers slechts het topje van de ijsberg zijn. We zien dezelfde meisjes terug opduiken en er komen nieuwe meisjes bij’, zegt Van Damme. ‘We hebben het fenomeen zeker niet onder controle.’

Tienerpooiers opereren grotendeels onzichtbaar, in een groezelige wereld van goedkope hotelletjes en sekszoekertjes. Meisjes worden online aangeprezen als ‘studentes van 18 die alles doen’. Ze zien de klanten in hotelkamers, op seksfeestjes of in de laadruimte van een camionette. Geld zien ze zelf niet. Af en toe krijgen ze wat zakcenten toegestopt. Soms ook drank, softdrugs of een smartphone.

Vaak - maar zeker niet altijd - komen de meisjes uit gebroken gezinnen met een verleden van misbruik en mishandeling. Door hun problemen thuis verblijven ze geregeld in instellingen, waar ze bekendstaan als seriële weglopers. De aandacht die ze van een blitse praatjesmaker krijgen - een magistraat heeft het over ‘patsers’ - volstaat om hen emotioneel te binden. De rekrutering gebeurt op hangplekken, aan schoolpoorten en steeds vaker via sociale media, waar specifiek wordt gezocht naar profielen van getroebleerde tieners en meisjes die aangeven dat ze in een instelling verblijven of verbleven. Fysiek en psychisch misbruik kennen deze kinderen vaak al van jongs af aan, het wordt soms als ‘normaal’ gezien.

Insiders omschrijven de werking van zo’n netwerk als een sekte, waarbij een spel van aantrekken en afstoten wordt gespeeld tot het slachtoffer volledig in de macht van de pooier(s) zit. Meisjes die uit de opvang weglopen, koesteren vaak een diep wantrouwen tegen hulpverlening, politie en justitie en belanden in een wip terug in het ‘vertrouwde’ pooiermilieu.

Veel begrip, weinig kennis

Dat de jeugdzorg met plaatsgebrek in de opvang kampt, is een bekend probleem. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) maakte onlangs 1 miljoen euro extra vrij om meer ruimte te creëren in de gesloten instellingen, waar vooral tieners worden geplaatst die ernstige feiten hebben gepleegd.

Slachtoffers van tienerpooiers komen op de meest uiteenlopende plekken terecht: van private instellingen met een open regime tot streng beveiligde gesloten centra waar ’s nachts zelfs de kamerdeur op slot gaat. Vandeurzen financierde eerder negen extra plaatsen in de gesloten instelling in Beernem en maakte 500.000 euro vrij om twee centra in Antwerpen een specifieke aanpak te laten ontwikkelen.

Die aanpak is goedbedoeld, erkent het middenveld, maar heeft perverse neveneffecten. In instellingen vinden slachtoffers andere beschadigde meisjes, die ze rekruteren. De twee gespecialiseerde open instellingen bevinden zich bovendien in Antwerpen, waar tienerpooiers erg actief zijn. ‘Dus gaat het gewoon door’, zegt Klaus Vanhautte, directeur van Payoke, dat hulp biedt aan slachtoffers van mensenhandel en seksuele uitbuiting. ‘De jeugdzorg is erop gefocust om tieners in hun eigen milieu op te vangen. Maar om de band tussen daders en slachtoffers te breken, moet je een context creëren waar contact onmogelijk is.’

Het kabinet-Vandeurzen laat weten dat wordt gewerkt aan een update van het eerste actieplan uit 2016. Met de federale overheid wordt gekeken hoe de samenwerking tussen de politiek, het parket, de centra mensenhandel en de jeugdhulp nog kan worden versterkt. ‘We bekijken alle voorstellen, ook voor de opvang van slachtoffers, in overleg met alle partners.’

De moeder van Laura zocht maandenlang naar gepaste hulp. ‘We hebben elk centrum in Vlaanderen gebeld’, zegt ze. ‘Er is in de hulpverlening veel begrip maar weinig kennis.’ Laura kreeg een plek in een instelling die haar moeder omschrijft als ‘bed-bad-brood, en een beetje toezicht’. ‘Op haar gsm werd ze daar nog altijd benaderd door haar misbruikers. Dat ging gepaard met ernstige bedreigingen, ook aan ons adres. Ze had een geïsoleerde, beter beveiligde omgeving nodig. Om haar zo ver mogelijk van hun invloed te houden en om te voorkomen dat ze wegliep.’

In zeven maanden zat Laura op vier locaties. Via een tussenkomst van de jeugdrechtbank hoopten haar ouders sneller toegang te krijgen tot een geschikte plek. Ze stootten op onbegrip. ‘We werden vooral zelf beschuldigd dat we niet goed op onze dochter hadden gepast. Dat heeft het trauma voor ons alleen vergroot.’ Laura ging snel achteruit. Ze deed zichzelf pijn, stopte met eten en werd suïcidaal. Na een tweede zelfmoordpoging werd ze anderhalf jaar geleden opgenomen in de psychiatrie. Ze verblijft er nog altijd.

Opvang in isolement

Vermoedelijk werd ze 's middags van school opgehaald en naar mannen gestuurd. Nadien kreeg ze wat geld toegestopt en namen ze haar mee naar McDonald's.
Christine
Moeder van een pooierslachtoffer

Sinds kort geldt voor parketten de aanbeveling om de slachtoffers in tienerpooierdossiers als slachtoffers van mensenhandeling te beschouwen. Die maatregel wordt doorgaans goed opgevolgd en heeft tot gevolg dat daders strengere straffen kunnen krijgen.

‘De bijzondere jeugdzorg is nog niet zo ver’, zegt Payoke-directeur Klaus Vanhautte. ‘Zij ziet nog te vaak geen slachtoffer van verkrachting maar een probleemkind. Die visie heeft desastreuze gevolgen. De mensen in de bijzondere jeugdzorg zijn opgeleid om te werken met jongeren die zich gedragen als delinquenten, ze zijn gericht op schuldinzicht. Dat is voor een slachtoffer van mensenhandel nefast. Een getraumatiseerd meisje dat onder invloed van een netwerk in een instelling vriendinnen rekruteert, doet dat om zelf te ontsnappen aan misbruik en op te klimmen in de hiërarchie. Ze wordt dader omdát ze slachtoffer is. Als je zulke meisjes verantwoordelijk stelt, dreigen ze helemaal in het circuit te verdwijnen. En ze zijn al zo moeilijk bereikbaar.’

Ook Child Focus pleit voor specifieke, langdurige opvang in isolement. ‘Er moet een afkickfase zijn’, zegt Yasmin Van Damme. ‘Er zijn projecten die meisjes naar het buitenland sturen, maar het probleem is dat ze daar vrijwillig op moeten ingaan. Dat gebeurt haast nooit. We kunnen alleen vaststellen dat meisjes vandaag overal verspreid zitten en vaak weglopen.’

Ook de termijnen bij de bijzondere jeugdzorg - opnames van enkele maanden, een geïsoleerde time-out van maximaal twee weken - zijn ontoereikend, stelt Vanhoutte. ‘Die periodes zijn veel te kort om echt invloed uit te oefenen. Met slachtoffers van mensenhandel werken wij op een termijn van drie tot vijf jaar.’ Hij wijst ook op het probleem van de meerderjarigheid. ‘Zodra ze 18 zijn, worden ze aan hun lot overgelaten.’

Hij pleit ervoor een begeleiding niet te meten in maanden, maar in mate van zelfredzaamheid. ‘Vandaag worden tieners rond hun 18de verjaardag zo snel mogelijk richting onafhankelijkheid geduwd. Dan dreigen toestanden zoals bij Jordy, de jongen die van ontbering omkwam aan de Gentse Blaarmeersen nadat hij uit een jeugdinstelling was ontslagen omdat hij 18 werd.’

Net daarom is het belangrijk alert te reageren bij de eerste alarmsignalen, zegt Van Damme. ‘Op dit moment hangt de respons van het systeem nog heel erg af van waar, wanneer en wie. In Antwerpen zit ervaring en specialisatie, daar zullen ze hard zoeken als ze horen dat er een meisje is verdwenen dat met prostitutie wordt gelieerd. De rest van het land loopt achter. In Wallonië bestaat het zogezegd niet.’

‘In het algemeen is er een probleem van informatie-uitwisseling. Als een meisje wegloopt uit een instelling in West-Vlaanderen, wisselen de parketten dat nieuws niet uit. De hulpverlening staat vaak nog weigerachtig tegen het doorbreken van het beroepsgeheim, terwijl het in zo’n geval kan. Een kind dat uit een instelling vlucht, wordt daarna drie keer per uur verkracht. Dat is de realiteit.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud