Advertentie
Advertentie

Aan de randvan de wereld

Het Parijse Musée dOrsay was van meet af aan het museum van de late 19de eeuw, van het symbolisme veeleer dan van het naturalisme, van de alternatieven naast en tegen de modernen. Het museum heeft die rol met te weinig overtuiging gespeeld hoogstens als voorhoedegevecht. Een eeuw modernistische kunstkritiek is niet zomaar te slopen. Al zijn die schermutselingen aan de grens van het rijk der Westerse Modernen prikkelend genoeg om er telkens verslag over uit te brengen.De onklasseerbare kunstenaars die men in Orsay toont, komen steevast uit de periferie van Europa: Scandinavië (Janson, Hammerskoï), Oost-Europa (Malczewski uit Polen), of vandaag Mikalojus Konstantinas Ciurlionis (1875 -1911) uit Litouwen. Bekeken vanuit het centrum - Parijs en de moderne traditie - is de rand een onontwarbaar kluwen. Men spreekt er veel talen door elkaar, jaagt er op veel idealen tegelijk. Men wil er problemen aanpakken die elders al lang opgelost zijn. Maar vanuit de periferie is de waarheid anders: ieder deel van de immense cirkel rond het centrum heeft zijn eigen vragen die niet ontweken kunnen worden. We spreken er over andere situaties, andere levens, andere kunst.Ciurlionis werkte op klein formaat, in series, meestal met tempera op papier. De titels van de series zijn muzikaal: fuga, fantasie, sonate, studie, prelude. De onderwerpen zijn: winter, lente, woud, mijn weg, de dierenriem, de schepping van de wereld. Ciurlionis was componist (hij studeerde in Warschau en Leipzig); pas laat, in 1902, ontdekte hij het beeld als een andere manier van componeren. Visuele muziek dat was een idee dat toen in de lucht hing.Bij het zien van zijn cycli denk ik meteen aan Paul Klee. Hun werk toont dezelfde fascinatie voor de muzikalisering van het tweedimensionale vlak. Allebei gebruiken ze papier als drager, kleine formaten, het overwoekeren van ruimte en figuren door de ornamentele organisatie van lijnen en vlakken, eenzelfde sprookjesachtige afstandelijkheid en scherpte. Hoe bevlogen de ruimte, de landschappen en de symbolen bij Ciurlionis ook zijn, ze worden niet sentimenteel, noch vertellend gebruikt, maar zijn emblemen, scherp omlijnde combinaties, raadselachtige hiërogliefen.Hoe abstraherend hij ook tewerk ging, het was hem niet om een spel van louter vormen te doen. Zo begreep hij de muzikalisering van het beeld zeker niet. Integendeel: slechts in de vereenvoudiging was een grootser betekenisgehalte mogelijk. Dit staat in scherp kontrast met de illustratieve symbolisten, zoals bijvoorbeeld Malczewski, die hun gedachten en abstracties als concrete figuren uitbeeldden in een realistische ruimte en licht. Ciurlionis opteerde voor reductie: in vormen, in kleur, in formaat, in licht. Hoe nationalistisch de achtergronden van zijn leven en denken waren, wat hij als schilder laat zien rijst daar ver boven uit. Het nationaliteitenprobleem dat zich in de Europese periferie zo fataal stelde en tot vandaag onverminderd blijft stellen was rond de eeuwwisseling deel van een mystiek. Zonder een geromantiseerde nationale geschiedenis was het niet mogelijk zich aan de materialistische oppervlakte van de oprukkende moderniteit te onttrekken. Volkscultuur, volkstaal en volksgeschiedenis waren het reservoir voor denk- en gevoelsschemas die de mentale essentie van het leven vormden.Het nationale probleem is hier minder een politiek probleem, dan wel een kosmologisch vraagstuk. Iedere natie is als een incarnatie van een levensprincipe, als een uniek lot in de zelfschepping van de mens. Zoals een landschap bij Ciurlionis steeds in een cyclisch gebeuren verankerd zit landschap en seizoen zijn hier één -, zoals de hemel steeds een heelal is, zo is ook de schaarse menselijke figuur nooit een individu (het portret is het laatste wat Ciurlionis zou kunnen interesseren), maar steeds die ene koningsrol - Rex - het centrale personage van zijn beeldwereld, een priesterlijke vorst waarvan de troon steeds een altaar is. In zijn symbolistisch kluwen vloeien Assyrische piramides en Griekse tempels in elkaar over. Ideale decors voor een symbolistische opera.De plastische vormentaal die hij ontwikkelde, bracht hem tot aan de rand van de abstractie. Was nu Ciurlionis of Kandinsky de eerste abstracte schilder? Het pleit is steeds ten voordele van Kandinsky beslecht; men blijft het ook in de tentoonstellingscatalogus aanvaarden. Maar daarmee is de kern verdoezeld, namelijk dat Kandinsky helemaal geen abstract schilder is, maar symbolistisch gebruikmaakt van geschematiseerde figuratie. Alleen is de vormentaal van Kandinsky veel rijker: sierlijk, beweeglijk, doordrongen van dynamiek. Ze is het tegendeel van de ornamentele verstarring die het werk van Ciurlionis voortdurend bedreigt. Leven, denken en kosmos zijn bij Kandinsky essentieel een proces, een dynamiek, een conflict. Dat maakt hem uitzonderlijk modern in de logica van het symbolisme. Immers, de klassieke oplossing voor de symbolistische kunstenaar zoals Ciurlionis is verstilling, symmetrische opbouw en het weglaten van iedere dynamiek, met uitzondering van het gewijde gebaar. Ciurlionis maakte beelden die schrijden. DLM.K. Ciurlionis, in Musée dOrsay in Parijs, tot 4 februari.Open alle dagen van 10 tot 18 uur, zondag van 9 tot 18 uur, donderdag tot 21u.45. Website: http://www.musee-orsay.fr