Aandacht bij luchtemissies van industrie verschuift

Jaar na jaar blijkt uit de emissiejaarverslagen dat de klassieke boosdoeners zwaveldioxide en stifstofoxide aan belang inboeten bij industriële luchtvervuiling. De Vlaamse Milieumaatschappij, die nu vier jaar de luchtmeetnetten beheert, besteedt steeds meer aandacht aan de vluchtige organische stoffen, die niet alleen geurhinder maar ook kanker kunnen veroorzaken. Hoewel de vorderingen inzake luchtvervuiling niet te miskennen zijn, hangen er ook nog stofdeeltjes allerhande in de lucht, die roet in het eten kunnen gooien.De luchtmeetnetten in Vlaanderen zijn geen nieuwigheid van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Zij kwamen pas vier jaar geleden onder de bevoegdheid van die instantie, maar het eerste automatische luchtmeetnet in ons land dateert reeds van 1978. Het bestreek de vijf grote agglomeraties, aangevuld met een nationaal netwerk. Hiermee deed men enkel aan bewaking van de algemene luchtkwaliteit. Het onderzoek was niet brongericht. De meetpunten werden zelfs zo ingeplant dat ze niet te sterk door één welbepaalde bron konden worden beïnvloed. Zodra de regionalisering het toeliet, zette Vlaanderen in 1981 zijn Vlaams meetnet op. Walter Troch, die nu bij de VMM verantwoordelijk is voor de lokale meetnetten van luchtverontreiniging, kocht daartoe de apparatuur aan, bouwde het net uit en baat het uit. Dat was de start van een brongerichte aanpak, die de grootste knelpunten en probleemgebieden eerst ging controleren. Eerst aan de beurt was Tessenderlo, waar toen vooral zwaveldioxide en chlorides het probleem vormden.