Advertentie
Advertentie

Aannemers strijken in Irak meer op dan verwacht

VAN ONZE CORRESPONDENT IN WASHINGTON (tijd) - De Amerikaanse aannemingsbedrijven Bechtel en Halliburton zullen elk honderden miljoenen dollars meer opstrijken aan de heropbouw in Irak dan eerder openbaar was gemaakt. De extra uitgaven zullen bijna zeker op kritiek stuiten in het Congres, dat zich al eerder heeft beklaagd over een gebrek aan mededinging bij de gunning van de eerste contracten voor Irak. Halliburton staat daarbij extra in de schijnwerpers, omdat dit bedrijf tussen 1995 en 2000 werd geleid door Dick Cheney. De vice-president was binnen de regering een van de meest fervente pleitbezorgers van de oorlog. Uit documenten van de Amerikaanse genie blijkt dat Brown & Root, een dochter van het in Houston gevestigde Halliburton, tot dusver in Irak 1,7 miljard dollar heeft verdiend. Brown & Root verzorgt de aanleg van gevangenenkampen, het transport en de huisvesting voor de troepen logistieke assistentie bij het zoeken naar vernietigingswapens. De grootste afzonderlijke kluif bedraagt 705 miljoen dollar voor de bestrijding van branden en het herstel van oliebronnen. Dat werk vloeit voort uit een opdracht die Brown & Root in 2001 in de wacht sleepte in een openbare aanbestedingsprocedure voor 'onvoorziene' logistieke dienstverlening in het geval van Amerikaanse militaire inzet overzee. Halliburton groeide overigens in de jaren negentig al uit tot de belangrijkste dienstverlener aan het Pentagon. Volgens The Wall Street Journal van gisteren kan een van de misnoegde concurrenten, het Californische Bechtel, zich troosten met 350 miljoen dollar extra opdrachten voor andere herstelwerkzaamheden, bovenop een bestaand contract ter waarde van 680 miljoen dollar. RW