Advertentie
Advertentie

Absenteïsme wegens ziekte: rechten van werkgever en werknemer

Zowel werkgevers als werknemers worden meermaals in hun carrière geconfronteerd met afwezigheid wegens ziekte. Reeds vanaf de eerste dag brengt de arbeidsongeschiktheid, die de uitvoering van de arbeidsovereenkomst schorst, diverse rechten en plichten mee voor beide partijen.Zodra de werknemer zich, door een ziekte of ongeval, in de onmogelijkheid bevindt om het bedongen werk te verrichten, rust op hem de absolute plicht om reeds de eerste dag van zijn ongeschiktheid de werkgever te verwittigen. Hoe dit kan gebeuren, wordt niet nader bepaald. Bij gebrek aan een wettelijke sanctie aangaande laattijdig of niet verwittigen, is door toedoen van de rechtspraak en rechtsleer de traditie ontstaan dat de werkgever gerechtigd is de uitkering van het gewaarborgd loon te weigeren, doch enkel voor de dagen die de verwittiging voorafgaan.Naast het verwittigen, kan een CAO of het arbeidsreglement de werknemer er tevens uitdrukkelijk toe verplichten een medisch attest te overhandigen aan de werkgever. Bij ontstentenis van een dergelijke bepaling, kan de werkgever dit tevens van de werknemer eisen. De te respecteren termijn bedraagt 2 werkdagen. Deze termijn begint op de eerste dag van de ongeschiktheid of op de dag van ontvangst van het verzoek. Met de nieuwe Wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde wordt voortaan bepaald welke gegevens het attest van de behandelende geneesheer dient te bevatten. In tegenstelling met de verwittigingsplicht, voorziet de wet bij het niet of laattijdig overhandigen van het medisch attest wel uitdrukkelijk in een sanctie. Ook bij deze nalatigheid kan een verlies van gewaarborgd loon optreden.Algemeen wordt aangenomen dat dezelfde plichten, zowel de waarschuwing als het afleveren van een geneeskundig getuigschrift, tevens vervuld dienen te worden bij een eventuele verlenging van de periode van arbeidsongeschiktheid.Aangezien de werkgever in principe gewaarborgd loon verschuldigd is, heeft hij het recht de werknemer aan een medische controle te onderwerpen, om de beweerde arbeidsongeschiktheid eventueel te weerleggen. De werkgever behoudt dit recht gedurende de gehele periode van arbeidsongeschiktheid, zelfs indien hij geen gewaarborgd loon meer verschuldigd is. De werknemer mag dit medisch onderzoek, uitgevoerd door een controlearts, niet weigeren. Hij moet zich desgevraagd bij de controlearts aanbieden, tenzij zijn geneesheer hem niet toelaat de woonplaats te verlaten. In het laatste geval zal de controlearts zijn onderzoek moeten uitvoeren waar de werknemer verblijft. Weigert de werknemer zich aan de controle te onderwerpen of maakt hij deze onmogelijk, dan kan de werkgever volgens de rechtspraak en rechtsleer opnieuw weigeren het gewaarborgd loon te betalen.De taak van de controlearts bestaat eruit te verifiëren of de werknemer wel degelijk arbeidsongeschikt is. Tevens dient hij de waarschijnlijke duur van de ongeschiktheid na te gaan, alsmede de andere medische gegevens die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de wet. Andere vaststellingen zullen gedekt zijn door het beroepsgeheim.Voor een zieke werknemer bestaat zijn voornaamste recht uit het behoud van zijn loon. In casu zal men spreken over gewaarborgd loon, wat echter een uiterst complexe materie is. Kort samengevat komt het erop neer dat zowel werklieden als bedienden tijdens de eerste maand arbeidsongeschiktheid, als gevolg van een ziekte of ongeval van gemeen recht (andere dan een beroepsziekte of arbeidsongeval), hun normaal loon blijven behouden. Bij werklieden en bedienden met een precaire betrekking (overeenkomst voor een bepaalde tijd of een duidelijk omschreven werk van minder dan 3 maanden of een overeenkomst met proefperiode waarbij de arbeidsongeschiktheid aanvangt tijdens de proefperiode) is de werkgever verplicht het overgrote deel van dit loon te betalen. Het ziekenfonds zal echter voor de laatste zeven dagen gedeeltelijk tegemoetkomen. Om kortstondige afwezigheden af te remmen, wordt echter de eerste werkdag van een periode van ongeschiktheid die minder dan 14 kalenderdagen bedraagt, als een wachtdag of carenzdag beschouwd, waarvoor geen gewaarborgd loon verschuldigd is. Dit staat in tegenstelling tot de bedienden met een stabiele betrekking (overeenkomst voor onbepaalde tijd, voor een bepaalde tijd of een welomschreven werk van minimum 3 maanden), wiens werkgever volledig dient in te staan voor de betaling van het loon en op wie de regeling van de carenzdag niet van toepassing is.Allen hebben echter gemeen dat, als de werknemer hervalt binnen 14 kalenderdagen volgend op een vorige periode van arbeidsongeschiktheid, er geen gewaarborgd loon verschuldigd zal zijn, tenzij de ongeschiktheid te wijten is aan een andere oorzaak.Het recht op gewaarborgd loon vervalt echter bij een zware fout in hoofde van de werknemer of wanneer de ongeschiktheid te wijten is aan een sportongeval. Mieke NIES De auteur is licentiate handelswetenschappen