Advertentie
Advertentie

Acht procent van gezinnenbezit tweede woning

Uit een onderzoek van het West-Vlaams Economisch Studiebureau (WES) bij 6.000 Belgische gezinnen eind 1998 is gebleken dat 7,9 procent van alle gezinnen in België of naar schatting ongeveer 335.000 gezinnen beschikken over een tweede woning voor recreatieve doeleinden. Het betreft in de eerste plaats klassieke tweede verblijven zoals een appartement, villa of hoevetje (ongeveer 210.000). Verder hebben 115.000 gezinnen een chalet of stacaravan met vaste standplaats en 10.000 gezinnen een boot met vaste ligplaats.Nagenoeg 60 procent van al deze tweede woningen bevindt zich in België, hoofdzakelijk aan de kust (ongeveer 25 procent) en de Ardennen (ongeveer 15 procent). Bovendien heeft 10 procent van de eigenaars van tweede woningen zijn optrekje in Frankrijk gezocht en evenveel had een voorkeur voor Spanje. Het bezit van een tweede woning is, zoals kon worden verwacht, zeer sterk gebonden aan een aantal gezinskenmerken. Zo stelt het WES vast dat het percentage van de gezinnen dat over een tweede woning beschikt, oploopt tot 13 procent in de grootstedelijke gebieden als Brussel of Antwerpen. Dit cijfer neemt toe met de leeftijd van het gezinshoofd en bereikt zijn maximum bij een leeftijd tussen 45 en 50 jaar (11,4 procent) en 55 tot 64 jaar (10,3%). Ook het welstandsniveau speelt een rol. Ongeveer 12 procent van de Belgische gezinnen die tot de hoogste beroeps- en inkomensgroepen behoren, beschikt over een tweede woning.De opeenvolgende WES-onderzoeken sinds 1994 tonen aan dat het deel van de Belgische gezinnen dat een tweede woning bezit, enigszins daalt: van 8,5 procent in 1994 tot 7,9 procent in 1998. Deze daling is toe te schrijven aan de teruglopende belangstelling voor chalets en stacaravans (- 45.000). Het aantal appartementen, bungalows of villas dat als tweede woning wordt gebruikt, neemt nog toe (+ 25.000). Eerder onderzoek van het WES toonde aan dat het aantal individuele vakantiewoningen en tweede verblijven aan de Vlaamse kust in de periode 1989-1997 met 12.500 woningen, samen goed voor 56.500 bedden, is aangegroeid. Door deze aanwas was het reeds dominante aandeel van de individuele huurvakantiewoningen en de tweede verblijven in de totale overnachtingscapaciteit van onze kuststrook met 5 procent toegenomen, van 56,9 tot 62,3 procent.Het WES stelde vast dat Knokke-Heist als koploper naar voren komt met 15.224 huurvakantiewoningen en tweede verblijven, gevolgd door Middelkerke (12.081) en Koksijde (11.746). Deze drie badsteden oogstten ook de grootste aangroei in de beschouwde periode.Uit de studie bleek voorts dat het grootste deel (93%) van de eigenaars van huurwoningen en tweede verblijven van Belgische origine is. Onder de overige 7 procent was er een dominante aanwezigheid van Duitsers en Fransen. De Belgische eigenaars zijn hoofdzakelijk afkomstig uit Vlaanderen (68%), ongeveer 18 procent woont in Wallonië en (vrij verrassend) slechts 14 procent in Brussel. Ruim de helft van de Belgische eigenaars is gepensioneerd. Ze zijn gemiddeld 44 nachten per jaar aanwezig in hun kustoptrekje.