Advertentie
Advertentie

Acties in de openbare sector: de puntjes op de i van staking

Het ACV neemt de reacties van het publiek op de staking in de openbare sector ernstig. Dergelijke stakingen zorgen inderdaad voor maatschappelijk ongemak. Waarvoor onze excuses. Toch staken mensen niet voor hun plezier. Het ACV wil enkele puntjes (of liever punten) op de i van staking zetten.1. Er is een opmerkelijk verschil tussen de privé- en de openbare sector. In de privé-sector worden meestal acties ondernomen tegen herstructureringen of tegen de te hoge werkdruk. In het algemeen is het sociale klimaat in de privé-sector echter relatief rustig: dankzij het interprofessionele akkoord en de daaruitvolgende sectorale akkoorden, en dankzij de aanpak in overleg van enkele verstrekkende herstructureringsplannen (Opel, Agfa-Gevaert).In de overheidssector daarentegen lijkt wel niets te kunnen in overleg: de liberalisering van Europa werpt natuurlijk haar schaduw vooruit, en ook binnenlands was het beleid niet bemoedigend: eerst werd de overheidssector gehavend door de gezondmaking van de overheidsfinanciën, nu wordt hij miskend door een regering die voor alles geld zegt (zei) te hebben, behalve voor overheidsbedrijven en -sectoren, met uitzondering van politie en justitie. Ten slotte en misschien nog het meest blijken de huidige openbare werkgevers niet onderlegd in overleg: ofwel leggen ze op zonder iets te zeggen (bijvoorbeeld onderwijs Vlaanderen), ofwel wordt overlegd zonder onderhandelen (de vakbonden worden wel aangehoord, maar er wordt niet samen naar oplossingen gezocht). Acties zijn dan noodzakelijk omdat overleg met de vakbonden wordt afgewezen. 2. Representatieve vakbonden zijn niet stakingsgeil. Ons richtsnoer als ACV is: overleg zoveel als kan, acties zodra het moet. De meeste sectoren hebben trouwens in CAOs een hele procedure afgesproken voor de behandeling van conflicten: van verzoening tot staking, voorafgegaan door een officiële aanzegging.Een staking is dus een middel in laatste instantie. Helaas, het geduld is op in sommige overheidssectoren. Acties zijn daar nu noodzakelijk. De vakbonden kunnen niet anders. De werkgevers (de regeringen) hebben het er naar gemaakt.3. Welke acties? Er zijn stakingen en er zijn alternatieve acties, maar die twee zijn nog niet aan elkaar gewaagd. Stakingen kunnen inderdaad zorgen voor maatschappelijk ongemak. Zeker in een openbare sector gericht op de bevolking. Dat wijst trouwens op het grote belang van investeringen in een goed werkende overheid.Alternatieve acties verdienen onze voorkeur maar ze hebben totnogtoe niet overtuigend hun kracht bewezen. Ze moeten niet alleen ludiek, maar ook effectief zijn. En ze mogen niet aangegrepen worden door de werkgever of derden om enkele personeelsleden (bijvoorbeeld de controleurs bij betaalstakingen in het openbaar vervoer) te bestraffen.Het drastische alternatief zou dan zijn: geen acties. De belangen van de gebruiker zijn dan misschien wel gediend op korte termijn, maar ook op langere termijn? De vakbonden van het spoor en het onderwijs komen natuurlijk op voor de belangen van de werknemers en hun sectoren, maar tegelijk ook voor het algemeen belang bij goed onderwijs en goed openbaar vervoer. Opleiding en vervoerinfrastructuur zijn bovendien twee sterke troeven van de Belgische economie. 4. Er is geen reden om stakingen een juridisch pak aan te meten. Vele rechters (in eerste aanleg) zijn hun wetboekje te buiten gegaan door beschikkingen in kort geding te treffen op eenzijdig verzoekschrift, zonder dat de werknemers ook maar de kans kregen zich te laten horen, laat staan zich te verdedigen. Bovendien zijn die beschikkingen opgelegd met dwangsommen en met deurwaarders die bij werknemers thuis alvast de meubelen voor eventuele inbeslagneming kwamen noteren.Even gevaarlijk als eenzijdige rechtspraak is de roep om een wettelijke regeling van het stakingsrecht. Dat is gevaarlijk, omdat de voorstanders van zon wettelijke regeling vrijwel altijd ook de tegenstanders van stakingen zijn. Een beknotting van de stakingsmogelijkheden zou de machtsbalans al te sterk zou doen overslaan naar de kant van de werkgevers. Het voornemen van de regering om sociale conflicten te laten beslechten door arbeidsrechtbanken is dan ook maar halfgoed. Heel goed zou zijn het weren van dwangsommen in sociale conflicten. Niet helemaal goed is het verschuiven naar de arbeidsrechtbank. Dat is wel beter dan de interventie van andere rechtenbanken in kort geding, maar het is op zich niet goed dat een rechter zou moeten oordelen, niet over rechten (zoals werkgevers nu vinden) maar over belangen. Rechterlijke bevoegdheid om over belangen te oordelen, schendt zelfs het beginsel zelf van de rechtsstaat. Het wordt dan immers de rechter en niet de wetgever die de normen vastlegt.Om al die redenen blijven wij gekant tegen zowel een wettelijke regeling van stakingen als een rechterlijke interventie. Sociale conflicten moeten niet door derden beslecht worden, maar door de betrokken partijen, volgens procedures afgesproken in CAOs en vooral via serieus overleg. Ernstig, dit is zonder dwangsommen en zonder een beroep op de rechter. Dat kan ook heel goed. Sommigen acties mogen geen verkeerde indruk wekken. Het aantal stakingsacties blijft in ons land - dankzij ons overleg - onder het Europese gemiddelde.Luc CORTEBEECKMichel BOVYDe auteurs zijn repectievelijk voorzitter van het ACV en voorzitter van ACV-Transcom