Al 770 veehouders vragen stopzettingsvergoeding

(belga) - Al 770 veehouders hebben aan de Vlaamse landbouwadministratie laten weten dat ze hun bedrijf of een bepaalde bedrijfstak vrijwillig willen stopzetten. Nog tot 15 juli kunnen geinteresseerde landbouwers een aanvraag tot het verkrijgen van een stopzettingsvergoeding indienen. Voorlopig gaat het om de derde en laatste stopzettingscampagne. In 2001 en 2002 werd enkel voor de vrijwillige afbouw in de varkenshouderij in vergoedingen voorzien. Dit jaar is de regeling op vraag van de landbouwers uitgebreid naar andere sectoren. De Vlaamse regering zette 57,5 miljoen euro opzij voor de vergoedingen. Dat is ruim twee keer zoveel als de voorbije jaren. Sinds 15 mei kunnen aanvragen worden ingediend. Voorlopig hebben 503 rundveehouders dat gedaan, 215 varkenshouders en 52 pluimveehouders, zo blijkt op het kabinet van de Vlaamse minister van Landbouw, Ludo Sannen (Agalev). In totaal gaat het op hun bedrijven om ruim 32.000 runderen, 92.000 varkens en 687.660 stuks pluimvee. Als de administratie al deze dossiers goedkeurt en als de betrokkenen uiteindelijk daadwerkelijk ingaan op het vergoedingsvoorstel, wordt 34 miljoen euro uitbetaald. In de voorbije jaren bleek echter meermaals dat heel wat aanvragers terugkrabbelden op het moment dat ze echt hun bedrijf moeten sluiten. De vrijwillige afbouw past in het driesporenbeleid van de Vlaamse overheid om het mestoverschot weg te werken. De andere sporen zijn de oordeelkundige bemesting en de mestverwerking. In 2001 en 2002 gingen bijna 1.000 varkenshouders in op het stopzettingsaanbod. De veestapel slonk zo met 26.713 zeugen en 270.445 mestvarkens. Het mestoverschot verminderde met ruim 4 miljoen kilo stikstof en ruim 2 miljoen kilo fosfaat.