Alle gemeentemandatarissen kennen streektaal tot bewijs van tegendeel

Elke burgemeester en schepen en iedereen die het ambt van schepen of burgemeester waarneemt, moet de taal kennen van het taalgebied waarin de gemeente gelegen is. Deze kennis wordt door de benoeming of verkiezing vermoed. Alleen voor burgemeesters, waarnemend burgemeesters en onrechtstreeks verkozen schepenen kan dit vermoeden worden weerlegd door de raad van state op verzoek van een gemeenteraadslid. Indien de betrokken mandataris het arrest van de raad naast zich neerlegt, begaat hij een grove nalatigheid in de zin van artikel 56 van de gemeentewet en kan hij worden afgezet. Het benoemen, schorsen en afzetten blijft evenwel tot de bevoegdheid behoren van de koning of met andere woorden van de nationale regering. Zo kunnen we de regeling over de taalkennis van gemeentemandatarissen samenvatten die vervat is in het faciliteitenontwerp.