Advertentie
Advertentie

Alle ogen gericht op de Fed

Hoop dat de ECB afgelopen donderdag op een variabele tenderrente zou overschakelen, tilde de euro tijdelijk naar 0,9125 dollar. Toen echter bleek dat de verwachtingen ijdel waren, nam de dollar alweer de bovenhand. Het groene biljet kan zich volgende week bovendien verheugen op een bijkomende renteverstrakking vanwege de Federal Reserve. Het Britse pond leed intussen onder de toenemende kritiek op de dure notering, en zakte vooral tegenover de dollar stevig door tot voorbij de kaap van 1,50. De Noorse kroon gleed eveneens verder weg.Valutahandelaars die dromen van een heropstanding van de Europese eenheidsmunt, kregen tijdens de voorbije dagen weer een sprankeltje hoop toen de euro apprecieerde tot circa 0,9125 dollar. Eerder in de week had de munt het nog even moeilijk toen de vergadering van de EMU-ministers van Financiën werd afgesloten met de povere mededeling dat de euro ondergewaardeerd is en vroeg of laat de sterke Europese fundamentals zal gaan reflecteren. Een duidelijk engagement om een duurdere notering te bewerkstelligen, bleef eens temeer uit. Met zicht op de tweewekelijkse monetaire vergadering van de ECB op donderdag troostten vele marktparticipanten zich dan maar met de idee dat de centrale bank wel eens zou kunnen overschakelen op een variabele tenderrente, en dit bezorgde de EMU-munt enige ruggensteun. Verkeerd gegokt echter, want voorzitter Wim Duisenberg en zijn beslissingscomité hielden het monetaire been stijf. Meteen keerde de euro opnieuw zuidwaarts.Eerder in de week zagen een paar gemengde Duitse fundamentals het daglicht. Enerzijds zette de werkloosheidsgraad de dalende trend in april gestadig voort van 10,1 tot 9,6 procent, maar langs de andere kant werden minder positieve signalen opgevangen uit de verwerkende nijverheid. De industriële output kalfde in maart volgens voorlopige cijfers af met 2,5 procent op maandbasis, en eerder bleek reeds dat ook de orders met 0,9 procent daalden maand-op-maand.Volgende week moet de belangwekkende Ifo-bedrijfsklimaatindicator voor de maand april uitsluitsel geven over de recentste ontwikkelingen in de industrie. Samen met het definitieve Duitse inflatiecijfer van 1,5 procent voor april, en het voorlopige Franse van amper 1,3 procent jaar-op-jaar, spreken de publicaties van de voorbije dagen zich alvast niet meteen uit voor een snelle renteverstrakking door de ECB. Vandaar wellicht dat niet werd geopteerd voor een variabele tender, daar deze de basisrente al snel naar niveaus rond 4 procent zou tillen.Volgende week verschuift de aandacht volledig in de richting van de VS, waar de Federal Reserve op dinsdag een bijeenkomst van haar openmarktcomité plant. Gezien de recente publicatie van een beresterk BBP-cijfer voor het eerste kwartaal, en de toenemende vrees voor looninflatie, ligt het voor de hand dat de Fed de officiële rentetarieven verder omhoog zal tillen. Om het inflatiespook geen carte blanche te geven, is het best mogelijk dat onmiddellijk voor een verstrakking met 50 basispunten wordt geopteerd. De Amerikaanse aandelenmarkten houden alleszins rekening met een dergelijk scenario, zoals deze week bleek uit de forse duikvlucht van de Dow Jones index en vooral de Nasdaq. Of een renteverhoging met 50 basispunten ook de dollar onmiddellijk nog veel hoger zou tillen, valt te bezien, daar in dat geval een groot deel van de anticipatie op bijkomende monetaire zetten vanwege de Fed zou wegvallen. Op economisch vlak kondigde het tweede kwartaal zich donderdag alvast zwakker aan. De Amerikaanse kleinhandelsverkopen daalden in april met 0,2 procent op maandbasis. Volgende week zal ook de consumentenprijsindex van april normaliter een veel milder beeld vertonen. Een forse rentestijging op dinsdag zou vele investeerders bijgevolg het idee kunnen geven dat er nadien een pauze zal worden ingelast.In het VK blijft de overdreven sterke notering van het pond steevast de krantenkoppen halen. Uit het recentste inflatierapport van de Bank of England blijkt dat de inflatieverwachtingen er voor het komende jaar vrij rooskleurig uitzien dankzij het peperdure pond. Dinsdag zullen de inflatiecijfers van april dit waarschijnlijk beamen. Keerzijde van de medaille is echter dat de exportsector en de verwerkende nijverheid steeds meer in ademnood komen. Een en ander werd deze week op concrete wijze geïllustreerd door de drastische personeelsafslanking bij de Ford-fabriek in het Britse Dagenham, wat zelfs premier Tony Blair er afgelopen week toe aanzette om het dure pond te veroordelen. Het pond kreeg dan ook rake klappen. Tegenover de euro werd een tijdelijke terugval genoteerd tot 0,6085, vergeleken met 0,5685 begin mei. De verhouding pond-dollar gleed daarentegen af tot 1,4930, meteen het laagste peil in ruim vier jaar. Chart-technisch gezien zet de scherpe val in cable ook een definitief punt achter de opwaartse trend sinds de devaluatie van het pond in 92.De aanhoudend sterke dollar houdt de kleinere broertjes uit Australië en Nieuw-Zeeland in de schaduw. De Aussie brokkelde afgelopen week af tot 0,5755 VS-dollar, terwijl de Kiwi met 0,4730 zelfs niveaus bereikte die in een eeuwigheid niet meer werden gezien. Verwacht wordt dat het rentevoordeel van het groene biljet in de komende maanden nog veel verder zal uitlopen.Een ander slachtoffer was eens temeer de Noorse kroon. Sinds de OPEC in april besliste tot een productieverhoging, zit de Scandinavische munt in het sukkelstraatje. De cross-rate euro-kroon veerde deze week even op tot 8,25, het hoogste niveau sinds november. In april liep de Noorse inflatie op tot 2,6 procent, maar dit blijft ruim beneden de 3,2 procent van februari, zodat een renteverhoging vanwege de Norges Bank ook niet meteen in het verschiet ligt. De Zweedse naamgenoot deelde in de brokken en daalde tot 8,2850 tegenover de euro. Hier is de prijsdruk afgelopen maand teruggelopen tot slechts 1,1 procent jaar-op-jaar, zodat ook hier de hoop op extra rentesteun voorlopig op een laag pitje brandt. CF