Advertentie
Advertentie

Als alles goed gaat, blijven wij elkaar elke vrijdag ontmoeten

Als alles goed gaat, blijven wij elkaar elke vrijdag ontmoeten. Hier, op dit plekje, waar gedachten voorbijwaaien over de jazz. De minst populaire muziek van alle, maar tegelijk met grote voorsprong de invloedrijkste van de vorige en tot nader order ook van deze eeuw. Vanuit de duistere underground vertakten haar wortels zich in alle mogelijke grote en kleine muzieken en muziekjes, tot je niets eens meer merkte waar ze vandaan kwamen. Zo beleeft de mens er via omwegen en sluippaden plezier aan, vaak zonder het zelf te weten. Dezelfde mens die het van die verdomde jazz op de zenuwen krijgt als die zich nog eens in zijn pure, onversneden gedaante voordoet. Een kleine honderd jaar geleden afgedaan als negerlawaai en apenmuziek, vandaag als elitaire geheimtaal voor intellectuele snobs. Die geheimtaal moet worden gekoesterd, tegen de stroom in, al is het maar hier en daar en nu en dan. Als alles goed gaat, zei ik. En alles gaat goed. Tenminste als ik de mens - alweer hij - mag geloven die bij de bakker en op cafe ineens de mond vol heeft over de jazz. 'Hey, het gaat goed met je muziek', zegt hij dan, en steekt in mijn richting een duim de hoogte in. Want hij heeft, samen met de betere dagbladen en met nieuwsmagazines op televisie, Junior Jazz ontdekt. Een tienermeisje dat jazzy liedjes zingt met een lief, klein stemmetje. Moet je daar eens niet over schrijven? Zou je die eens niet in je radioprogramma vragen? Dat is jazz waar de mens van houdt. Wat denk ik op zulke momenten graag aan de permanente woede van Charles Mingus. Bassist, componist, orkestleider. Al lang dood, eeuwig rebel. Het boek 'Tonight at noon' tekent een portret van hem, gezien door de ogen van zijn weduwe, nu vertaald als 'Pour l'amour de Mingus'. Dezelfde weduwe houdt ook de touwtjes in handen van het postume Charles Mingus Orchestra, straks in Brussel (18 november) en in Brugge (19 november), een van de betere in het genre van de spookorkesten. Maar ik wil het vooral hebben over de beruchte concerten van Mingus zelf, in Parijs, 1964. Daar kwam destijds de driedubbele langspeelplaat 'The great concert' van, nu eindelijk in een verbeterde en definitieve versie uit op cd. Wat me op 'The great concert' haast nog meer fascineert dan die brutale, ontroerende muziek is het publiek. Een getuige van toen vertelde er pas nog over op de radio. 'Het eerste concert in de Salle Wagram was uitverkocht. Het was zo goed dat ik de volgende avond naar het nachtconcert ging, in de Theatre du Champs-Elysees. Ook daar zat het afgeladen vol.' Waar kwam dat publiek vandaan? Wat dreef die mensen? Begrepen ze toen meer van die geheimtaal? Er werd in die tijd bij concerten nog wel eens gevochten in de zaal, bij Mingus ook op het podium. Vandaag leest de mens over Junior Jazz. Op televisie ziet men warempel het koningspaar beschaafd meeknikken bij een jazzconcert ten paleize. Ja, het gaat goed met de jazz.