Amerikaanse keuze

De Verenigde Staten hebben Israël op de vingers getikt voor hun offensief in de Palestijnse gebieden. Washington noemde de invasie en omsingeling van zes Palestijnse steden onaanvaardbaar en waarschuwde voor een ontsporing van het geweld. De Israëlische regering wuifde de Amerikaanse kritiek van de hand en beweerde dat ze enkel haar recht op zelfverdediging uitoefent.Het Israëlische leger lanceerde zijn offensief eind vorige week nadat het radicale Volksfront voor de Bevrijding van Palestina de minister van Toerisme, Rehavam Zeevi, had doodgeschoten. Volgens Israël gebruiken de radicale bewegingen steden als Ramallah, Jenin en Bethlehem als uitvalsbasis voor hun acties. De Israëlis knappen het vuile werk het liefst zelf op. Zij vinden dat de Palestijnse president, Yasser Arafat, onvoldoende doet om zijn radicale achterban het zwijgen op te leggen. Dat Arafat de militaire vleugel van het Volksfront buiten de wet stelde, is volgens de Israëlis slechts een symbolische maatregel. De Amerikaanse kritiek zet kwaad bloed bij de Israëlische regering van premier Ariel Sharon. Die heeft het moeilijk om zich aan te passen aan de nieuwe prioriteiten na de aanslagen van 11 september. De VS hebben hun diplomatieke agenda volledig afgestemd op de strijd tegen het internationale terrorisme. Zij kunnen een escalatie van het conflict in het Midden-Oosten met andere woorden missen als kiespijn. De Israëlische acties ondermijnen de Amerikaanse pogingen om de moslimwereld te vriend te houden. De VS hebben de Arabische landen nauw betrokken bij hun strijd tegen het terrorisme en rekenen op hun steun. Die strategische keuze kwam als een verrassing voor de Israëlis. Dadelijk na de aanslagen hadden ze gehoopt dat de Amerikanen hun pijlen zouden richten op de Palestijnse radicale groepen als de Islamitische Jihad en Hamas. Premier Sharon heeft het duidelijk niet begrepen op het Amerikaanse charmeoffensief in de moslimwereld. Begin oktober riep hij de VS op de Arabische leiders niet te paaien ten koste van Israël. De aanpak van de Amerikaanse regering laat trouwens te wensen over. De VS beperkten hun Midden-Oostenbeleid de jongste maanden tot sporadische aanbevelingen en voorzichtige druk op beide partijen. Washington maakt nog steeds geen aanstalten om een actieve rol te spelen bij de bemiddeling tussen Israëliërs en Palestijnen. President Bush maakte er nooit een geheim van dat hij afstand wou bewaren van het conflict. Hij vond namelijk dat zijn voorganger Bill Clinton zich al te enthousiast had geworpen op het dossier. De diepe kloof tussen Clintons activisme en de passiviteit van Bush komt niemand ten goede. De Amerikanen kunnen de lont uit het kruitvat trekken door Palestijnen en Israëliërs weer rond de onderhandelingstafel te zetten. Dat kan door de voorstellen van de Amerikaanse ex-senator George Mitchell nieuw leven in te blazen. Mitchell had een stopzetting van het geweld en de bevriezing van het joodse nederzettingenbeleid voorgesteld als eerste stap naar nieuwe onderhandelingen. Het is een moeilijke en gevaarlijke opdracht, maar de VS hebben geen andere keuze. Erik ZIARCZYK