Advertentie
Advertentie

Angoulême: waarom wel of niet?

Het pas afgelopen stripfestival in Angoulême zuigt ieder jaar weer duizenden stripminnaars hoofdzakelijk van het mannelijk geslacht naar het Zuid-Franse stadje in de buurt van meer toeristische attractiepolen Bordeaux en Cognac. Wat maakt Angoulême dan zo aantrekkelijk? Ziehier acht redenen waarom je er had geweest moeten zijn en acht waarom je beter thuis was gebleven.1. De stadVoor: vijf dagen lang staat Angoulême in het teken van de strip, waarbij zowat alle winkels in het centrum hun best doen om hun etalage om te toveren tot een eerbetoon aan de strip. Er heerst een drukke, sympathieke sfeer van eet- en andere verkoopkraampjes. Het stadje zelf heeft zijn bezienswaardigheden (stadswallen, oude herenhuizen,) en romantische plekjes, zoals de prachtige stripmuur van Yslaire (auteur van Samber). Bovendien is het er wel koud, maar doorgaans zonnig, ook in januari, het tijdstip van het festival, dat met de HST maar zon vijf uur van ons af ligt.Tegen: zoals zoveel Franse stadjes ligt ook Angoulême er vrij slordig bij. Een stadsreglement op hondenpoep is er duidelijk niet en de reinigingsdienst slooft zich evenmin uit tijdens de festivaldagen om alles netjes te houden.2. De tentoonstellingenVoor: de organisatoren zorgen altijd weer voor enkele aardig geënsceneerde tentoonstellingen. Dit keer schoot de sublieme Giraud-expositie met zowel Blueberry-werk als het SF-oeuvre van de auteur (zie Tijd-Cultuur van deze week) de hoofdvogel af. Tegen: er zijn veel te veel tentoonstellingen om goed te zijn. Dit jaar waren er zon tien, waarvan slechts enkele de moeite waren. De Belgische, exclusief Franstalige bijdrage met jong talent bijvoorbeeld droeg de hoogdravende titel On a marché sur le 3ième millénaire, maar was behoorlijk ondermaats. 3. De striptekenaarsVoor: nergens vind je zoveel (hoofdzakelijk Franstalige) tekenaars op een kluitje bijeen die ook nog bereid zijn je album exclusief te signeren.Tegen: in de drukste momenten verdringt men zich in lange rijen voor nauwelijks bereikbare stands. Bovendien: wie kent eigenlijk al die tekenaars uit elkaar? 4. De discussiesVoor: in de late uurtjes kun je wel eens je favoriete auteur tegenkomen in een of andere drank- of eettent of op een receptie. Hét moment om het over zijn laatste werk te hebben. De organisatoren zorgen ook iedere dag opnieuw voor debatten en ontmoetingen in het forum Leclerc (Franse warenhuisketen en belangrijke sponsor).Tegen: de debatten met auteurs in het forum zijn doorgaans overbevolkt (de zitruimte is beperkt) en saai. Zodra de auteur in kwestie geen Frans spreekt, ben je vertrokken voor uren vertaling.5. De prijzenVoor: ieder jaar reikt het festival een flink aantal stripprijzen uit, de AlphArts, genoemd naar het nooit afgewerkte laatste Kuifjesalbum. Leuk om te weten wie of wat momenteel stripgewijs toonaangewend is. Dit jaar werd resoluut voor de vernieuwing gekozen. Onder de winnaars De snelheidsbegrenzer (uitg. Dupuis, serie Vrije Vlucht) van Blain, een geslaagde strip over de gevaren van het varen. Ook vermeldenswaard: Passage en douce, het naïef getekende stripdagboek van Helena Klakocar, gesitueerd tegen de achtergrond van de burgeroorlog in ex-Joegoslavië, uitgegeven bij de Belgische uitgeverij Fréon.Tegen: de prijsuitreiking zelf is een uiterst vervelende bedoening. De Fransen slagen er maar niet in daarvan een boeiend spektakel te maken. Dit jaar was de Franse acteur Claude Piéplu uitgenodigd (vertolkte de rol van druïde Panoramix in de recente Astérix-film met Depardieu als Obélix, en is ook de stem van de in Frankrijk beroemde tv-animatiefilm Les Shadocks) om de zaak wat op te luisteren. Hij was welgeteld vijf minuten grappig.6. De nieuwighedenVoor: elke rechtgeaarde stripuitgeverij brengt rond de datum van het festival een aantal nieuwigheden op de markt. Dit jaar bijvoorbeeld de nieuwe Tardi: La Débauche (Gallimard). Wie zoekt, treft bovendien zelf altijd wel een of ander onbekend nergens anders te vinden pareltje aan, zoals La Légende des Jean-Guy van de Canadees Claude Cloutier: een hilarische, knotsgekke en uitstekend getekende strip rond het leven van de Jean-Guys, meneer God en zakenman Maurice Papineau (Editions Kami-Case, verdeeld door Seuil).Tegen: je kan je blauw kopen aan nieuwe stripuitgaven, die bijna uitsluitend Franstalig zijn. Het is beter even te wachten en je voorraad in te slaan in de Brusselse stripwinkels, waar je doorgaans 20 procent korting krijgt.7. De roddelsVoor: je komt altijd wel de laatste nieuwtjes te weten in Angoulême. Bijvoorbeeld dat men de huidige festivalvoorzitter, de in Frankrijk wonende Amerikaan Robert Crumb, zo inert en publieksschuw vond dat men dan maar Astérix-tekenaar Uderzo een zogenaamde millenniumprijs heeft gegeven als tegengewicht. En dat uitgeverij Dargaud daarom ook manifest afwezig bleef op het festival omdat de vete met Uderzo, die goudmijn Astérix weghaalde bij Dargaud, nog steeds niet geluwd is.Tegen: zo belangrijk zijn al die roddels nu ook weer niet. Het blijven ten slotte tamelijk interne afrekeningen. 8. De small-press, stripgadgets en ander kostbaar spulVoor: Angoulême heeft bijzondere aandacht voor small-press-activiteiten: een hele tent is gereserveerd voor allerlei fanzines en kleine projecten, waarin jongeren hun aankomend of reeds gevorderd striptalent kwijtkunnen. Dit jaar ontdekten we bijvoorbeeld het zeer actieve Sloveense Stripburger: een alternatief, maatschappelijk geïnspireerd, zwart-wit stripblad met veel jong talent (in België verspreid door Bries, Kammenstraat 21 in Antwerpen).Tegen: niets op tegen. Creativiteit van jongelui kan alleen maar positief beoordeeld worden! RP