Advertentie
Advertentie

Anne Applebaum

Anne Applebaum Goelag (tijd) - Waren de kampen van de Goelag in de Sovjet-Unie erger/even erg/minder erg dan die van de nazi's? Het is een stompzinnige vraag, maar ze duikt weer op naar aanleiding van dit boek. De Amerikaanse publiciste Ann Applebaum (The Washington Post) noemt het in alle bescheidenheid 'een geschiedenis', hoewel haar verdiensten als schrijfster en historica ongetwijfeld groot zijn. Het is waar dat Hollywood geen 'Schindler's List' of 'Sophie's Choice' heeft vervaardigd over de stalinistische concentratiekampen. Het is waar dat Heidegger uitgespuwd werd voor zijn openlijke steun aan het nationaal-socialisme, terwijl Sartre niets aan autoriteit moest inboeten toen hij als 'compagnon de route' het internationale communisme onder Stalin in bescherming nam. Het is niet waar dat er over de Goelag geen lectuur bestaat. Zie de imposante bibliografie achteraan in dit boek, lees de wereldwijde bestsellers van Solzjenitsyn 'De Goelag Archipel' en 'Een dag in het leven van Ivan Denisovitsj'. Applebaum geeft in haar inleiding enkele goede redenen voor de verschillen in visie op nazistische en stalinistische kampterreur. Een ervan is dat de communistische idealen - sociale rechtvaardigheid, gelijkheid voor allen - op zijn minst theoretisch aantrekkelijker zijn dan de moffistische leer van het racisme en de triomf van de sterken over de zwakken. Het is ook een nare gedachte dat wij de ene massamoordenaar verslagen hebben met de hulp van de andere. Echter, het boek gaat minder over ideologieen dan over de praktijk. De auteur is er zich van bewust dan zij methoden hanteert 'die niet helemaal orthodox' zijn, om het in haar eigen woorden te zeggen. Ze laat haar geschiedenis van de kampen beginnen bij de Russische revolutie in 1917. Dat is een dubbele scheeftrekking. Er bestonden al concentratiekampen onder de Russische tsaren, vanaf de 18de eeuw. En de sovjetkampen, hoewel formeel geinstalleerd door Lenin, kwamen pas goed op gang onder Stalin, vanaf 1929, met een steile piek eind jaren dertig. Ze namen een voorlopig einde bij Stalins dood in 1953, maar flakkerden weer op ten tijde van de Koude Oorlog. Het is overigens de vraag of ze, samen met het 'reele' communisme, vandaag helemaal verdwenen zijn. Het harde leven in de werkkampen - geen uitroeiingskampen - wordt beschreven in het middelste deel: geen vrolijke lectuur. Hier heeft Applebaum het zich gemakkelijk gemaakt: ze maakt uitvoerig gebruik van maar een bron, de dissident Varlam Sjalamov, die gedramatiseerde versies van zijn leven in de kampen heeft geschreven. We moeten er natuurlijk van uitgaan dat de realiteit erger is dan de ergste beschrijving. Om al deze en nog andere redenen heet dit boek terecht 'een' geschiedenis. Een prangende en lezenswaardige, dat is zeker. Anne Applebaum - Goelag/ Een geschiedenis - 2003, Amsterdam, Ambo, 579 blz., 36,90 euro, ISBN 90-263-1814-6. Govert Schilling Evoluerend heelal (tijd) - We zijn een met de kosmos. De atomen in ons lichaam zijn afkomstig uit het inwendige van verre sterren. Zonder oerknal geen materie, zonder materie geen sterren, zonder sterren geen koolstof, zonder koolstof geen leven. Geen mens kan zonder heelal. De Nederlandse journalist Govert Schilling schrijft uitsluitend over dit soort zaken, en hij doet dat op een bevattelijke wijze die niet zelden naar poetisch populisme neigt. Hij is een aanhanger van de theorie dat alles een begin en een einde heeft. Niet iedereen is daarvan overtuigd. Als de kosmos inderdaad oneindig is, is hij dat in ruimte en tijd. Dan heeft hij nooit een begin gehad en zal hij nooit een einde kennen. Wat was er dan voor de 'big bang'? Dat blijft voorlopig een filosofisch dilemma, ook na dit boek. De schrijver heeft niet de ambitie om alle vragen op te lossen. Toch is hij niet wars van interessante speculaties. Hij gaat ervan uit dat er vele kosmossen bestaan, het universum is eigenlijk een multiversum, het heelal is een 'veelal'. Die nieuwe kosmossen komen voort uit elkaar, of uit het niets. Dat is feitelijk in tegenspraak met de stelling dat er een eerste heelal is geweest, met een echt begin. Als het nu uit het 'niets' kan, waarom toen niet? 'Toen' situeert Schilling op zowat veertien miljard jaar geleden. Je moet al Stephen Hawking heten om hem te kunnen tegenspreken, maar vragen stellen mag altijd. Als er onnoemelijk veel kosmossen zijn en ze zichzelf blijven genereren, dan komt er toch nooit een einde aan? Tenzij je gelooft in een opperwezen dat er doelbewust een einde aan maakt. Zeker eindig is de Homo Sapiens. Dat wij een belangrijke rol zullen spelen in de toekomst van het heelal, valt te betwijfelen. In de evolutie zijn wij nieuwkomers en vooral geen blijvertjes: 'onze omgang met biologische diversiteit, atmosferisch milieu en natuurlijke grondstoffen, geeft weinig hoop op een langdurige aanwezigheid'. Overigens zijn er op de hele aarde bijzonder weinig levensvormen geweest die het langer dan een paar tientallen miljoenen jaren hebben uitgehouden. En ooit komt de dag waarop de aarde getroffen wordt door een zwalkende komeet of een op drift geraakte planetoide. Dan zal de evolutie van het leven op aarde een drastische wending nemen. Anders gezegd: de Apocalyps bestaat. Het is een prachtig boek met schitterende verhalen. De beste verhalen zijn nooit waar. De foto's fascineren door hun onbegrijpelijkheid. Het mysterie wordt ten top gevoerd door de legende bij de foto's achteraan in een apart annex af te leveren. Je hoeft ze eigenlijk ook niet te lezen, zoals je abstracte kunst niet hoeft te begrijpen. Govert Schilling - Evoluerend heelal/ De biografie van de kosmos - 2003, Abcoude/Leuven, Fontaine/Davidsfonds, 144 blz., 27,50 euro, ISBN 90-77363-03-3. H.M. van den Brink Reizigers bij een herberg (tijd) - Zinnig schrijven over eten is iets van het moeilijkste wat bestaat, vraag dat maar aan Steve Stevaert. Het lijkt alleen te lukken als de maaltijd in een ruimer kader wordt geplaatst: de omgeving, het gezelschap, de geschiedenis, de kunst. Je kunt het eten ook geografisch beperken. Dat doet H.M. van den Brink, gewezen Spaanse correspondent van NRC Handelsblad. Hij heeft de Spaanse keuken grondig leren kennen en waarderen. Hij versmaadt eenvoudige dingen als tapas, churros en porras niet, de tortilla kent hij van binnen en van buiten. Maar het beste van het varken is jamon serrano, rauwe ham, callos of bloedpens en cocido of stoofpot. En dan als toetje 'huesos de los santos', botten van de heiligen, gebak met honing, marsepein en suiker. Inderdaad, een erfenis van de islam. Wat het boek zo uitzonderlijk maakt zijn de filosofische bespiegelingen van deze alleeneter. Tortilla's in Amsterdam, aardbeien in december, het is allemaal mogelijk. 'Maar niet werkelijk kunnen zijn waar je bent en niet kunnen wachten, niet hopeloos kunnen verlangen naar wat tijdelijk of voorgoed onbereikbaar is... ik vind het eerder laf en armoedig.' Vergis u niet, de fijnproever is een banneling. Hij ervaart iedere verandering zoals hij ook tijd, herinnering, liefde, angst en schoonheid ondergaat: altijd in de toonsoort van verlies. Van zijn grootmoeder die twee oorlogen had meegemaakt, leent hij de wijsheid 'Eten houdt lichaam en ziel tesamen'. Het is een mooie gedachte, maar als ze voor de vijfde keer geuit wordt, duikt een flits aan Alzheimer op. Idem dito voor de melding 'de cocido is een gerecht zonder recept'. Een goede eindredacteur kan wonderen verrichten bij het in toom houden van pedagogische of andere herhalingen. Toch een mooi boekje. Het verlangen om ooit ergens helemaal thuis te komen, daar gaat het in wezen over. En dat het spirituele door de maag gaat, is hierbij bewezen. H.M. van den Brink - Reizigers bij een herberg - 2003, Amsterdam/Antwerpen, Augustus, 110 blz., 14,50 euro, ISBN 90-457-00-62-X. Jef COECK