Advertentie
Advertentie

Arbeidsmarktis regionaal

Het EU-commissielid voor Werkgelegenheid en Sociale Zaken, Anna Diamantopolou, vindt de regionale verschillen op de arbeidsmarkt in België niet goed. Er is een gebrek aan mobiliteit tussen de regios. De federale minister van Werkgelegenheid, Laurette Onkelinx, diende Diamantopolou al van antwoord. Onkelinx antwoordt op het zwaarste punt van kritiek (de regionale verschillen op de arbeidsmarkt) dat het EU-commissielid geen rekening houdt met de Belgische staatsstructuur. Onkelinx zou Diamantopolou kunnen vertellen dat de verschillen natuurlijk niet alleen toe te schrijven zijn aan die staatstructuur. Ondernemers, academici en sociologen kunnen tientallen redenen aanhalen om ze te verklaren. De federale staatsstructuur is precies totstandgekomen omdat er zoveel verschillen zijn tussen de deelstaten. Om de verschillen op de arbeidsmarkt weg te werken heeft Henegouwen, de economisch belangrijkste provincie van Wallonië, jarenlang enkele miljarden euro Europese steun gekregen als Doelstelling 1-gebied. Dat programma loopt in 2006 definitief af. Men hoefde niet te wachten op de kritiek van Diamantopolou om te weten dat al die steun niet heeft gezorgd voor een gelijkschakeling tussen Henegouwen en de rest van Wallonië, laat staan tussen Henegouwen en Vlaanderen. Meer nog: met het Europese geld werden massaal Vlaamse ondernemingen aangetrokken. Vooral in de streek van Doornik-Moeskroen en in Komen streken veel West-Vlaamse ondernemingen neer met een vestiging. Ofwel vonden zij geen geschikte industriegrond, ofwel kregen zij geen milieuvergunning meer ofwel werden zij gelokt met contante subsidies. De West-Vlaamse bedrijven, die geheel of gedeeltelijk uitweken naar dat stukje Henegouwen-in-West-Vlaanderen namen echter tegelijk ook hun personeelsleden mee. Limburg, dat na de sluiting van de steenkolenmijnen ook een ernstige achterstand had in te halen - en ook op Vlaamse en Europese steun kon rekenen - kweet zich beter van zijn taak en het regionale verschil met de rest van Vlaanderen is miniem geworden. Het valt ook op hoe de arbeidsmobiliteit in West-Vlaanderen en Limburg internationaal is. Vlaamse Limburgers gaan in de industrie van Nederlands-Limburg werken, de West-Vlaamse bedrijven trekken vele duizenden Noord-Franse werknemers aan en in Oost-Vlaanderen en Antwerpen komen ook veel Zeeuws-Vlamingen en Noord-Brabanders werken. Tijdens de hoogconjunctuur in de periode 1999-2000 smeekte de provincie Vlaamse-Brabant om werkkrachten en de Vlaams-Brabantse gouverneur riep - vruchteloos - de Brusselaars op om de grens over te steken en in Vlaams-Brabant te komen werken. Ook het aantal Waalse mensen dat naar Limburg, Oost- en west-Vlaanderen komt werken, is miniem.Europa moet dus weten dat het gebrek aan arbeidsmobiliteit wellicht niet het gevolg is van een gebrek aan beleid maar sociologisch en politiek moet worden verklaard. Minister Onkelinx moet beseffen dat banenplannen doelgericht moeten zijn en rekening houden met de regionale toestand. Brussel en Wallonië moeten weten dat de regionale verschillen het best en het snelst weggewerkt worden als zij een eigen werkgelegenheidsbeleid voeren. Het is niet met een eenheidsbeleid zoals Onkelinx dat voert, dat de regionale verschillen snel verdwijnen. De Belgische arbeidsmarkt is geen monoliet. Kris Barrezeele