Arbitragehof: lijststemdiscrimineert niet

(tijd) - De devolutieve werking van de lijststem is niet discriminerend, zegt het Arbitragehof. Het verwierp gisteren het vernietigingsberoep tegen de wet van 26 juni 2000.Met die wet heeft het federale parlement de devolutieve kracht, de invloed dus, van de lijststem gehalveerd bij de verkiezingen voor de gemeenteraad, de provincieraad en het Europees Parlement. Een andere wet doet hetzelfde voor de verkiezingen van de Kamer, de Senaat en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap.Een kiezer uit Nevele (Oost-Vlaanderen) greep de wet van 26 juni 2000 aan om de lijststem aan te vechten.De pot van de lijststemmen wordt verdeeld over de kandidaten, en wel in de volgorde waarin ze op de lijst staan. Volgens de kiezer is dat strijdig met het grondwettelijke gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel, doordat kandidaten die door hun plaats op de lijst niet in aanmerking komen voor de devolutieve werking van de lijststem, minder kans hebben om verkozen te worden. De halvering van de devolutieve werking van de lijststem had de bedoeling de gelijkheid van kansen te vergroten.Het Arbitragehof verwierp gisteren het vernietigingsberoep. Het verschil in behandeling tussen de kandidaten berust volgens het arrest op een objectief criterium, hun plaats op de lijst. Dat criterium is pertinent ten aanzien van de doelstelling die het federale parlement had met de wet van 26 juni 2000, namelijk de impact van de partijen op de kansen van de kandidaten verminderen, zegt het Arbitragehof.Volgens het arrest heeft de maatregel ook geen onevenredige gevolgen voor de kiezer, aangezien die in ieder geval over de mogelijkheid beschikt naamstemmen uit te brengen. MD