Advertentie
Advertentie

Architecturale museumtherapieën

Het debat omtrent nieuwe museumarchitectuur zit danig in de lift. De recent opgeleverde Tate Modern van Herzog & de Meuron, de Wallsall Art Galery van Caruso St-John en het Guggenheim Bilbao van Frank O. Gehry lijken de indirecte aanleiding tot deze hype. De perceptie van wat een museum inhoudelijk en formeel hoort te zijn wordt nog steeds ingegeven door monumenten als het Louvre, de Uffizi of het Vaticaan. Interessant hierbij is dat geen van alle initieel bedoeld waren als ruimtes om kunst te tonen, het waren hooguit verbindingen galerijen - tussen afgelegen paleisonderdelen. In de negentiende eeuw wordt met Sempers Kunsthistorische Museum te Wenen de klassieke stijl voorgoed verbonden met het museale concept. De enige echte verschuiving tussen musea van toen en die van nu vond plaats binnenin. Waar in de negentiende eeuw de kunst zon 90 procent van de oppervlakte ter beschikking had, bedraagt dit vandaag amper 30 procent. Functies als leeszalen, bibliotheek, computerzalen, cafetaria, maar vooral kantoren verdringen de tentoonstellingsfaciliteiten. Het elitair gekoesterde Paleis der wijsheid van weleer heeft gewillig plaats geruimd voor een publiek centrum dat gretig wordt ingezet in het teken van de markteconomische vrijetijdscultuur. In deze optiek lijkt het museum de maatschappelijke synthese bij uitstek waarbinnen de stadsdiensten, de bevolking, de commerciële wereld alsook de culturele willens nillens moeten samenwerken. Met dit heet hangijzer in het achterhoofd organiseert Kunstcentrum deSingel een reeks studiedagen omtrent de rol van het museum in de hedendaagse maatschappij: Bouwen, een therapie voor musea?. Hiermee wil deSingel de reflectie in deze complexe materie stimuleren en alle gebruikers de nodige argumenten aanreiken om hun respectievelijke rol van bouwheer, architect, mecenas, conservator, museummedewerker, bezoeker of onderzoeker op een adequate wijze te vervullen. Bedoeling is om zowel architecten, conservators en kunstenaars van uiteenlopend allooi aan het woord te laten over de musea die ze recent bouwden, verbouwden of gewoonweg gebruikten.De realiteit hieromtrent mag duidelijk wezen: architectuur en beeldende kunst hebben bitter weinig met mekaar te maken, ze kunnen hooguit wederzijds shoppen. In het werk van de beeldende kunstenaar wordt architectuur bewerkt als iets exotisch, iets spannends van buitenaf. Een effect dat mogelijk wordt gemaakt door het strikt functionele aspect aan de architectuur te onttrekken. Anderzijds worden er in de architectuur met schering en inslag partnerschappen aangegaan met beeldende kunstenaars waarbij veelal (veilig) met geïntegreerde kunst wordt gewerkt - een marketingsgewijze exploitatie. Het al of niet ideologisch shoppen is de nieuwe hedendaagse en reële verhouding tussen de twee. Het museum dient aldus met zijn tijd mee te gaan en hierop intelligent in te spelen.Binnen de reeks Bouwen, een therapie voor musea? resten nog drie colloquia. Het eerstvolgende kreeg de titel musea: a new brand world mee. Hier zal gepolst worden naar het belang van branding of nog: wat is de invloed van privé-instellingen of bedrijven die een eigen collectie/museum bezitten. Wie dient wie? Een belangrijkere vraag is misschien wel welk effect branding op de uiteindelijke museumarchitectuur zal gaan hebben. Op zich is het coöperatieve franchise concept de museumketen als dat van het Guggenheim of de Britse Tate uitermate interessant. Het verhindert immers dat het grootste gedeelte van een museumcollectie onzichtbaar in het archief achterblijft en maakt van de vaste collectie een airborn-collectie. Alleen doet de architectuur hier hoegenaamd geen uitspraak over. Het blijft steevast bij een (gemakkelijke) architecturale idolatrie gevoed door iconografisch geweld. Hoe kan het volgen van de commerciële concurrentie toch nog een meerwaarde betekenen voor een toekomstige museumarchitectuur? En tot zolang deze vraag onbeantwoord blijft zal het museum vooralsnog een veilige haven voor de kunst blijven. Niets meer en niets minder. PSDe reeks colloquia Bouwen, een therapie voor musea? loopt in deSingel, Desguinlei 25, Antwerpen. Inlichtingen: 03/248.28.28, www.desingel.be of tickets@desingel.be. Staan nog op het programma: maandag 26 februari (Musea: a new brand world), maandag 5 maart (Technologie is het antwoord, maar wat is de vraag?) en maandag26 maart 2001 (Stad in beweging,het museum en de stad). Telkens van 14u.30 tot 18 uur en van 20 tot 22 uur.