Ars Musica: almaar sneller

Het festival voor hedendaagse muziek Ars Musica is aan zijn tweede week begonnen. Het festival toont een neushoorn op zijn affiches. Wat ze er precies mee bedoelen, is onduidelijk, maar van een gezapig drafje vorige week port men het dier gaandeweg flink aan richting volle galop. Snelheid wordt een prominent thema. Vooral de omgang van Elliot Carter met metriek en polyfonie wordt nadrukkelijk als programmatorisch ijkpunt naar voren geschoven. Het vooroordeel als zou nieuwe muziek te elitair en te intellectualistisch zijn, kan je met een dergelijk discours enkel maar versterken. Maar wie naast dit misleidend lokvogeltje kijkt, krijgt nog heel wat te beluisteren. Opvallend is dat er naast veel aandacht voor gevestigde nieuwe meesters er ook aandacht is voor muziek uit het interbellum, maar eigenlijk te weinig voor de spraakmakers van nu. De resterende festivaltijd komen drie heren op de voorgrond: Heinz Holliger, Magnus Lindberg en Carter. Holliger is vooral aanwezig als hoboist en leider van zijn Ensemble Contrechamps. Eén concert (13 maart) wijdt men echter integraal aan de componist Hollliger waarbij fragmenten uit het orkestwerk ConcErto? ...cErto ! uit 2001 centraal staan. De dag nadien plaatst Holliger met zijn ensemble werk van Carter naast Bach. Carter wordt in de muziekgeschiedenis vooral genoemd als bedenker van het systeem van metrische modulaties, waarbij de individuele melodische lijnen onafhankelijk van elkaar van tempo kunnen wisselen, waardoor er een grote heterogeniteit tussen de verschillende melodielijnen kan ontstaan. Door Bach naast Carter te plaatsen komen uiteraard twee verschillende vormen van tijdsstructuur naar voor en lijkt het alsof de eerste als toetssteen voor de tweede dient. Maar het programma is mooi en brengt kleine kamermuziekwerken van Carter uit de afgelopen twintig jaar voor uiteenlopende bezettingen. Van Bach brengt men Trio BWV 1040 en vier canons uit Musikalisches Opfer BWV 1079. Het laatste concert van Ensemble Contrechamps en Holliger is integraal gewijd aan de muziek van Schönberg. Naast Pierrot Lunaire en het arrangement van Fünf Stucke door Anton Webern tonen ze een minder bekende Schönberg: Suite op.29 citeert een volkslied, integreert ritmes van foxtrot en tango en eindigt met een hulde aan Bach. Daarnaast brengen ze, in een arrangement van Johannes Schöllhorn, Begeleitmusik zu einer Lichtspielszene uit 1930, dat met de delen Drohender Gefahr, Angst en Katastrophe een hallucinante spiegel voorhoudt. Dit laatste werk vormt dan weer een uitstekende link met het concert van het Prometheus Ensemble. Zij stellen Stefan Wolpe centraal en schetsen aan de hand van zijn Schöne Geschichte en werk van Hanns Eisler, George Antheil en Kurt Weil parallelle tendenzen in de jaren dertig. Maar Ars Musica is natuurlijk ook een festival voor nieuwe muziek. En daarvoor moet je naar de wat verdoken concerten. Het Ensemble Itinéaire en Musiques Nouvelles brengen een concert dat opgebouwd is rond Giacinto Scelsis Anahit uit 1965. Aan François Verrières, Riccardo Nova, Jean-Luc Hervé en Fuminora Tanada werd gevraagd rond dit model nieuw werk te schrijven. Het Nouvel Ensemble Moderne laat werken van Inouk Demers, Stefano Gervasoni, Denis Bosse, Erik Oña en Mary Finsterer weerklinken. En na een valse start in Brugge kan je in Antwerpen in deSingel het Spiegel Strijkkwartet het nieuwe kwartet van Peter Vermeersch horen creëren. Renaud de Putter krijgt drie dagen om zijn project voor zang, dans en muziek Chants de simplification voor te stellen.Het Ictus Ensemble laat, net als Ensemble Contrechamps, in zijn programma over Carter tempo en ritme prefereren, maar plaatst het tegenover nieuwe muziek en verliest ook een zekere zin voor zelfrelativering niet. Van Carter kiezen ze March, Canaries en Saëta, drie korte stukken voor telkens vier pauken, zodat de klemtoon sowieso op tempo en modulaties ligt. Dit laten ze contrasteren met werk van toondichters Misato Mochizuki en Yan Maresz, die volledig binnen de horizon en het repertoire van het ensemble vallen. Van Ictus is het overigens niet zon grote stap naar de Finse componist Magnus Lindberg, die hier nauwelijks nog introductie behoeft. Hij krijgt hier twee integrale concerten. Leuk is dat het ene programma uitsluitend werk voor piano en cello, al dan niet gecombineerd, brengt en dat Lindberg aan het klavier zit. Net omdat Lindberg overwegend orkestrale werken maakt, is dit interessant: dergelijke kleine bezettingen geven vaak de gelegenheid bepaalde richtingen en problemen te proeven. Het orkestprogramma brengt de werken Feria, Parada en Cantigas samen, wat als een orkesttrilogie wordt voorgesteld en als dusdanig voor het eerst zo gebracht. Voor de vertolking staat het Orchestre Philharmonique de Liège et de la Communauté française in. Ars Musica wordt communautair bijzonder tactisch afgesloten in het Concertgebouw in Brugge. Het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen brengt er onder de leiding van Peter Eötvos een boeiend programma. Geopend wordt met het prachtige werk van Eötvös zelf, zeroPoints dat hij in 1999 schreef naar aanleiding van de toen op handen zijnde millenniumwende. Dan volgt de opera in één bedrijf, What Next? die Elliot Carter in 1999 op een libretto van Paul Griffiths schreef. Over Eötvös en dit werk las u meer in Tijd-Cultuur van vorige week. De avond en het festival worden met Vier orkestwerken, het opus 12 van Bela Bartók, besloten en laten de vraag Whats next, zoals de titel van deze Ars Musica-uitgave luidt, onbeantwoord open liggen.Ars Musica vindt nog plaats tot 24 maart op verscheidene locaties. De agenda vindt u op hun website www.arsmusica.be. Kaarten en inlichtingen: 02/219.40.44Twee wereldenOp het derde van de reeks van zes programmas die het Brussels ensemble Het Collectief dit muziekseizoen voorstelt, komen twee componisten aan bod die niets met elkaar gemeen hebben, tenzij een persoonlijke toonspraak die wars van de toen geldende tendenzen is. Enerzijds brengt Het Collectief drie werken van de Amerikaan George Crumb, anderzijds vertolkt het twee stukken van de Russische componiste Galina Oestvolskaija.Aanvankelijk was Crumb (1929) onder de invloed van Schönberg en Webern, maar vanaf de jaren zestig breekt hij met enkele taboes van de atonale muziek, door etnische en historische verwijzingen en verwijzingen naar natuurlijke geluiden. Zelf noemt hij zijn muziek sindsdien steeds tonaal. Eleven Echoes of Autumn (1956-1966) voor viool, altfluit, klarinet en piano zoekt letterlijk elf manieren om een echo via het instrumentarium te beschrijven. Voor Vox Balanae for Three Masked Players (1972) voor elektrisch versterkte fluit, cello en piano vond Crumb zijn inspiratie in de gezangen van walvissen. Processional (1983) voor pianosolo omschrijft Crumb zelf als an experiment in harmonic chemistry, een verwijzing naar de omschrijving die Debussy gaf van zijn Images voor piano. Qua sfeer en harmonisch is het werk met Debussy verwant. De Russische componiste Galina Oestvolskaija (1919) staat vrij geïsoleerd van de muzikale traditie en klinkt redelijk hard-expressief. Trio (1949) voor klarinet, viool en piano is nog klassiek van opbouw en laat de invloed van haar leermeester Sjostakovitsj horen. Toch heeft ook hier het expressieve al een vrij brutaal karakter. Het kenmerkende brutale en obsessieve van Oestvolskaijas latere muziek komt zeker naar voren in Grand Duet. Dit stuk in vijf bewegingen wisselt momenten van leegte af met een harde franjeloze directheid.Het Collectief brengt werk van Crumb en Oestvolskaija op 18/03 om 20 uur 30 in dImprimerie, Fabrieksstraat 43 te Brussel en op 28/03 in de Rode Pomp, Nieuwpoort 59 te Gent. Kaarten en inlichtingen: Brussel: 016/20.08.15, Gent: 09/223.82.89Kalevi AhoHet Spectra Ensemble stelt in een reeks van vier concerten werk van de Finse componist Kalevi Aho voor. Hij geldt als een van de meest vooraanstaande componisten van zijn land, maar vervult er tegelijk ook een beetje de rol als buitenstaander. Zijn vroege werken werden gekenmerkt door een neoklassiek idioom waaruit duidelijk de invloed van Sjostakovitsj sprak. Vanaf de jaren tachtig is hij stilistisch eclectisch. In het oeuvre van Aho nemen werken voor orkest de belangrijkste plaats in, waarbij op hun beurt de symfonieën domineren. Toch behield ook de kamermuziek een belangrijke plaats. Hoewel de kamermuziek van Aho nogal gedomineerd wordt door conventionele vormen als kwartetten en kwintetten, gaat hij vooral vanaf de jaren negentig experimenteren met meer ongewone combinaties, waarbij hij ook meer gaat zoeken naar ongebruikelijke instrumentale technieken. Het zijn vooral deze werken die het Spectra Ensemble voorstelt.In de Vlaamse Operas wordt het Kwintet voor hobo en strijkkwartet (1973) van Aho geplaatst naast het Phantasy Quartet opus 2 van Benjamin Britten. In het Fins Cultureel Centrum brengt men Zeven inventies en een postludium (1986-1998) voor hobo en cello, en een Sonate voor hobo en piano. In Espace Senghor brengt men voornoemde werken naast Lamento (2001) voor twee violen en Vijf bagatellen (2000) voor fluit, cello en piano. Het Spectra Ensemble brengt werk van Kalevi Aho op 13/03 om 12 uur in de Vlaamse Opera, Vanertbornstraat 8, Antwerpen (03/202.10.36), op 14/03 om 20 uur in het Fins Cultureel Centrum, Italiëlei 69, Antwerpen , op 15/03 om 12.30 uur in de Vlaamse Opera, Schouwburgstraat 3, Gent, en op 16/03 om 20.30 uur in Espace Senghor, Waversesteenweg 366, Etterbeek.Samenstelling: Peter-Paul DE TEMMERMAN