Art deco uit Polen

In het kader van Europalia Polen organiseert de KBC Galerij in Brussel de tentoonstelling Art deco uit Polen. Dat de KBC als enige bank in België meewerkt aan Europalia Polen heeft een reden. De KBC heeft in Polen de dochterondernemingen Kredyt Bank en Warta, die als bank en verzekeraar de ambities van KBC in Midden-Europa helpen realiseren. In Polen is Kredyt Bank de op drie na grootste financiële instelling. Art deco is de naam voor een decoratieve stijl die in de toegepaste kunst en architectuur gebruikt werd, vooral in de economische bloeiperiode van 1922 tot 1932. Als gevolg van een tentoonstelling in Parijs, de Exposition internationale des Arts décoratifs et de lIndustrie in 1925, brak de art deco volop door. De stijl verspreidde zich over de hele wereld. Polen, dat als land gedurende 150 jaar van de wereldkaart verdwenen was, herwon na de Eerste Wereldoorlog zijn onafhankelijkheid. In Polen werd de art deco een symbool van de herwonnen vrijheid. De politieke wedergeboorte van het land was de ideale voedingsbodem om de stijl in een aantal grote bouwwerken toe te passen. Veel openbare gebouwen en een hele nieuwe havenstad, Gdynia, werden in art deco opgetrokken. De vernieuwing die de art deco meebracht, kwam ook in diverse andere disciplines tot uiting, onder meer in de affichekunst, de boekgrafiek en de architectonische sculptuur. Tal van verenigingen, coöperatieves, vennootschappen en scholen realiseerden vanaf 1918 ambitieuze projecten. Vele daarvan oogstten succes op de tentoonstelling van 1925 in Parijs. De meeste bijval viel te beurt aan de wandtapijten in kelimtechniek, textiel versierd in batiktechniek, en glaswerk. Bij de voorbereiding van de tentoonstelling in de KBC Galerij bleek echter dat in Polen relatief weinig kunst- en gebruiksvoorwerpen in art-decostijl bewaard zijn gebleven, hoewel de art-decoproductie er zeer omvangrijk moet zijn geweest. In de Poolse museale verzamelingen was de art deco duidelijk stiefmoederlijk behandeld. Een van redenen is dat de stijl in Polen beïnvloed werd door de Poolse volkskunst. Precies die nationalistische inslag werd na de hoogbloei van de art deco niet gewaardeerd, noch door de Duitse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog, noch door de communistische bewindvoerders nadien. Paradoxaal genoeg was in Polen de art deco juist niet elitair. In vergelijking met wat in andere landen gebeurde, werden in Polen minder kostbare materialen gebruikt. De art-decoproducten waren er bovendien grotendeels afkomstig van de industriële productie. De invloed van de volkskunst en de verspreiding naar bredere lagen van de bevolking maken vandaag de charme van de Poolse art deco uit. Op de tentoonstelling in de KBC Galerij komt zowel de stijldiversiteit naar voren, als de veelheid van disciplines waarin de Poolse art-decoartiesten uitblonken. In de eerste zaal van de KBC Galerij zijn de hoogtepunten samengebracht: schilderijen van Tamara Lempicka en Ludomir Slendzinski, een prachtige houtsculptuur van de School van Zakopane, Dansend Paar genoemd, verfijnde ceramiek, glaswerk en de bekende kelim De rovers van Wladyslaw Skoczylas. In de middelste zaal wordt de vrouwelijke elegantie van de dolle jaren opgeroepen: covers van damesbladen en andere tijdschriften, smaakvolle koffieserviezen, kledingaccessoires. In het achterste zaaltje van de galerie worden sier- en gebruiksvoorwerpen met geometrische vormen getoond, geïnspireerd door het constructivisme en het kubisme. Vooral het zilverwerk valt daar op. Er is ook een selectie affiches in verschillende stijlen, onder meer van de grote graficus Tadeusz Gronowski. Op de eerste verdieping van de galerie worden kunstwerken geëxposeerd die zijn beïnvloed door de Poolse volkskunst, gekenmerkt door florale motieven, levendige kleuren en hoekige vormen. Zo zijn er een schilderij van Zofia Stryjenska en een kelim van Teodor Grott. De tentoonstelling in de KBC galerij is tot stand gekomen in samenwerking met het Nationaal Museum in Krakau. Er worden samen 90 objecten geëxposeerd. KBC Galerij, Grote Markt 16,1000 Brussel. Tel. 02/429.85.68.Tot 25 november. Open van dinsdagtot en met zondag van 11 tot 18 uur.Op maandag gesloten. Toegang vrij.Catalogus 18,6 euro (750 frank). Grafiekbladen van Miró Vanaf 18 oktober komt in het domein van het kasteel van Seneffe een retrospectieve tentoonstelling van de Spaanse kunstenaar Joan Miró (1893-1983), met zowel schilderijen als beeldhouwwerk, textiel en ceramiek. Op die tentoonstelling komen wij later terug. Enigszins daarop vooruitlopend brengt galerie Gabriël van de Weghe in Wortegem nu de grafiek van Miró. De kunstenaar werd aanvankelijk beïnvloed door Vincent van Gogh en de fauvisten. In 1924 sloot hij zich aan bij de surrealisten. Toch zou zijn werk niet bevreemdend of zelfs angstaanjagend worden, zoals dat het geval is bij de meeste surrealisten, integendeel. Miró reikte met zijn kleurrijke en fantasievolle vormentaal een feestelijk boeket aan. Zijn werkt is bevolkt met kronkelende figuren, half dierlijke half plantaardige vormen in felle, contrasterende kleuren, schijnbaar zonder samenhang neergezet. Het werk werd snel aanvaard door het grote publiek. Miró werd net als Picasso en Chagall tijdens zijn leven wereldberoemd. In Barcelona is aan hem een museum gewijd. Miró maakte maar liefst 1306 gravures, bekend uit de catalogus van Dupin, en ongeveer evenveel lithografieën, gecatalogeerd door Mourlot. Zijn eerste grafiekbladen maakte Miró voor zijn vrienden dichters en schrijvers, behorend tot de kring van de surrealisten in Parijs en in Barcelona. Het poëtisch gehalte van de gedichten vond een weerklank in zijn grafisch werk, het beïnvloedde ook rechtstreeks zijn schilderkunst. De samenwerking met dichters zou zijn hele leven blijven duren. Maar daarnaast realiseert Miró ook honderden autonome grafische werken, meestal op groot formaat. Hij werkte daarvoor samen met de beste drukkers en uitgevers: in Parijs met Maeght en Mourlot voor zijn lithografieën, met Lacourière, Frélaut, Crommelynck en Dutrou voor zijn gravures. In Barcelona werkte hij met Gili en Barbará.Galerie Gabriël van de Weghe toont nu van Miró 34 grafiekbladen. Dat is niet zoveel. Maar daaronder bevinden zich wel de twaalf grote etsen voor Passage de lEgyptienne, gemaakt in 1979 in het atelier in Palma. De etsen zijn geïnspireerd door de gelijknamige novelle van André Pierre de Mandiargues, waarin het verhaal wordt gebracht over een jonge veerman die op een dag een beeldschone Egyptische vrouw moet overvaren. De jonge man komt zo onder de indruk van haar charmes dat hij vergeet te sturen. In plaats van de overkant te bereiken, strandt zijn bootje in het hoge riet. Het vervolg is een idylle die herinnert aan het liefdesverhaal van Daphnis en Chloë. Maar het is best mogelijk dat Miró tijdens het graveren ook aan de Styx heeft gedacht, de rivier die leidde naar Hades, en dus aan zijn eigen definitieve passage. Miró was toen al 86. De twaalf bladen worden beschouwd als een ultiem meesterwerk. Drie andere geëxposeerde werken zijn opmerkelijk door hun ongewoon groot formaat: La Frappeuse de Silex uit 1973, Galathée uit 1976 en Le Tambour Major uit 1978. De tentoonstelling brengt ook een tiental kleine lithografieën. Miró maakte ze in een tamelijk grote oplage, telkens naar aanleiding van de uitgave van zijn catalogen. De steendrukken Le Jardin au Clair de Lune uit 1973, Cartones uit 1965 en Le Lézard aux plumes dOr uit 1971 zijn in die context gerealiseerd. Galerie Gabriël van De Weghe,Anzegemseweg 11, 9790 Wortegem.Tel.: 056/68.86.9. GSM 0478/25.80.44. Tot 11 november.Open op zaterdag en zondag van 11 tot17 uur. SAMENSTELLING:Bert POPELIER