Advertentie
Advertentie

Au fur et à mesure

In 1999 studeerde Ronny Heiremans af aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Samen met acht medestudenten werd hij toen een van de laureaten van het academiejaar 1998-99. Net als Heiremans toonden ook de acht andere studenten sinds hun afstuderen dat ze wat in hun mars hadden. Tina Gillen toonde haar gemanipuleerde en manipulerende schilderijen bij Bullet, een zoveelste ruimte voor actuele kunst in Brussel die ondanks het feit dat ze meteen de steun kreeg van de Vlaamse Gemeenschap - ter ziele ging vooraleer ze echt bij het publiek bekend kon worden. Tegelijk toonde Gillen ook haar werk bij de commerciële Crown Gallery. Koenraad Dedobbeleer vond ook eerst ruimte bij een niet-commerciële instelling in Brussel, Etablissements den face - toen nog gerund door Kurt Vanbelleghem -, om enkele maanden daarna tentoon te stellen bij de galerie van Christian Drantmann. Katleen Vermeir, Els vanden Meersch en Ronny Heiremans stelden tentoon in de provincie, Vermeir en Vanden Meersch onder meer bij Netwerk in Aalst, Heiremans in de Bond in Brugge. Peter de Cupere ten slotte werd opgenomen in de hofhouding van Jan Hoet zelve en stelde in de Vereniging voor het Museum voor Hedendaagse Kunst ten toon, in Watou en kwam daarop, haast onvermijdelijk, bij Van Laere Contemporary Arts in Antwerpen terecht. Dit om maar te zeggen dat het kunstveld in België al bij al nog niet zo slecht in elkaar zit, er blijken genoeg uitvalswegen te zijn voor jonge kunstenaars. Het probleem ligt eerder bij de manier waarop curatoren en zeker galeriehouders hun programma uitstippelen, ze durven te weinig zelf op prospectie gaan, durven nauwelijks zich te engageren voor een onbekend kunstenaar en gaan dan maar een aantal kunstonderwijsinstellingen plunderen. Er wordt met andere woorden te veel in dezelfde vijver gevist, en die vijver is zeer klein, zeker in een regio als Vlaanderen.Ronny Heiremans (1962) kreeg nu het aanbod tentoon te stellen in het Provinciaal Centrum voor Beeldende Kunsten in Hasselt. De kunstenaar zag in dat een museale tentoonstelling, dus in de klassieke ruimtes van het museum aldaar, niet echt was wat zijn werk nodig had en stelde daarom voor om met een handvol gelijkgestemden een groepstentoonstelling op te zetten in de aanpalende gebouwtjes van het Begijnhof. In een deel van deze ruimtes is men volop bezig met verbouwingen: de mix van historiciteit, verval en reconstructie leek de vier kunstenaars uitermate geschikt om hun werk in te tonen. Onder de titel Au fur et à mesure stellen Margery Clay (VS), Regina Pemsl (D), Katleen Vermeir (B) en Ronny Heiremans (B) hun visie voor op ruimtelijkheid en de ruimtelijke ervaring. Katleen Vermeir (1973) stelt een reeks videowerken voor waarin ze het landschap op een andere dan de bestaande manier tracht in te delen. Dat doet ze op een uiterst lichte manier: door het aanbrengen van watertekeningen of door het met witte verf afbakenen van grote stukken grasveld of bos. Dit principe van hertekenen van de ruimte past Vermeir ook toe in het Begijnhof zelf. Met flinterdunne en haast onzichtbare draad spant ze een denkbeeldige ruimte af in de bestaande zalen. Zo toont ze de mogelijkheden van de ruimte, maar ook de geschiedenis ervan, want Vermeir baseert zich bij haar reconstructie van de ruimte veelal op de oorspronkelijke architectuur van het gebouw. Vermeir deed een tijdje geleden een gelijkaardige ingreep in enkele voormalige arbeidershuisjes in Aalst die thans onderdak bieden aan Netwerk Galerij. Bij Netwerk kwam de installatie opmerkelijk sterker tot uitdrukking dan ze dat doet in Limburg. Dat heeft veel te maken met de grootte van de ruimte in het Begijnhof en wellicht ook met het feit dat de werken van de verschillende kunstenaars niet in elkaars vaarwater mochten komen. De landschappen die Ronny Heiremans creëert benaderen de ruimtelijkheid op een heel andere manier. Heiremans creëert landschappen als studiomodel, hij toont daarbij de holle vorm die een landschap steeds is, hoe landschappen vooral ook mentale beelden zijn die elk individu voor zich zowel met de ogen als met de geest kadreert.De werken van Margery Clay, fotos van tot afbraak gedoemde gebouwen en de installaties van Regina Pemsl die een toekomstige herinnering in beeld moeten brengen, sluiten qua thematiek aan op de werken van Vermeir en Heiremans. Hun werk mist echter originaliteit en doet op die manier wat afbreuk aan het concept van de tentoonstelling. (ER)Ronny Heiremans, Margery Clay, Regina Pemsl en Katleen Vermeir, tot 31 december in het Provinciaal centrum voor Beeldende Kunsten-Begijnhof, open van dinsdag tot zaterdag van 10 tot 17u, op zondag van 14 tot 17u. Tel. 011/295.960De aarde vanuit de hemelTijdens een reis in Kenia in 1979 raakt de Franse natuurfotograaf Yann Arthus-Bertrand gegrepen door de luchtfotografie. Samen met zijn vrouw schiet hij er fotos van leeuwen in hun dagelijkse biotoop, uit veiligheidsoverwegingen doen ze dat geregeld met behulp van een zweefvliegtuig. Na die eerste, voor hem zeer fascinerende aanraking stort Arthus-Bertrand zich op die tak van de fotografie: overal ter wereld stapt hij in helikopters, vliegtuigen, luchtballons enzovoort om plaatjes te schieten. Dat culmineert in het gespecialiseerde agentschap Altitude, dat hij in 1991 in Parijs opent. Anno 2000, na een periode van twintig jaar de aarde fotograferen vanuit het luchtruim, beschikt Arthus-Bertrand over een collectie van meer dan 100.000 fotos. Zijn werk kwam in haast alle natuur-, reis- en glossy tijdschriften aan bod en siert onder andere kaartjes, kalenders en agendas.In Le Grand-Hornu, een tot expositieruimte omgebouwde historische mijnsite in Henegouwen, exposeert Yann Arthus-Bertrand La terre vue du ciel, een selectie van een 150-tal fotos op groot formaat. Eerder waren die onder andere in Parijs, Londen, Madrid en Genève te zien; de rest van Europa en delen van Amerika zijn nog aan de orde. Steeds blijven de beelden van Arthus-Bertrand braaf documentair: het zijn precieze, kleurrijke en zeer figuratieve weergaven van de werkelijkheid. Zo zien we haarscherpe luchtopnames van badende mensen in een geiser in Finland, een panorama van de grootstad Tokyo of een gedetailleerde opname van de Mount Everest. Interessanter wordt het wanneer de fotograaf door middel van het vogelperspectief de gebieden abstraheert en daardoor een nieuwe kijk reveleert. In die gevallen - beelden van rivierarmen of van ruisend wier blijven zonder toelichting onherkenbaar - krijgen de beelden een mystieke kracht mee. In contrast met de zeer spectaculaire en soms verbluffende luchtfotografie staat de presentatie van het werk. In Le Grand-Hornu vulden de tentoonstellingsmakers de vier zalen met lange rijen van op de grond geplaatste lichtbakken waar de fotos in huizen. Nog meer schools doet de toelichting bij de werkjes aan. Alsof plaats van opname en korte toelichting niet volstaan, zet Yann Arthus-Bertrand steeds de breedtegraden bij zijn fotos, alsook een relatief moraliserende tekst. De uitweidingen over ecologie, bevolkingsgroei, welvaart en sociologie krijgen een staartje in de catalogus met dezelfde titel als de expositie (uitgegeven bij Editions de la Martinière).Ondanks de ongetwijfeld goede bedoelingen van de fotograaf, geven zijn waarschuwende teksten zijn fotos een zeurderig kader en voel je je bij het handje genomen. Aan het eind van het parcours krijgt dat betuttelen een andere dimensie: in samenwerking met het Nationaal Instituut voor Geografie sluit de tentoonstelling met een reuzengrote wereldkaart waar fotos uit de tentoonstelling bij het desbetreffende land geplakt zijn. Bezoekers worden verzocht hun schoenen uit de doen als ze over de kaart willen lopen.Wie dat schoolse karakter aan de kant weet te zetten, beleeft aangename momenten. La terre vue du ciel is ondanks die muffe aanpak immers een leerrijke tentoonstelling met een (soms kleine) esthetische meerwaarde. En daarin toonden ze zich in le Grand-Hornu eerder al sterk. Zo liep twee jaar geleden Passions Plastiques, een tentoonstelling rond het materiaal uit de titel. Designklassiekers werden geplaatst naast experimentele ontwerpen uit de mode en ecologische toepassingen met plastic. In 2001 komt dit soort exposities in Le Grand-Hornu waarschijnlijk in het gedrang: dan opent het Musée des Arts Contemporains de la Communauté Française (kortweg MACs) op de site. De nieuwbouw van architect Pierre Hebbelinck is onderwijl al behoorlijk gevorderd. Dat dit soort tentoonstellingen verdwijnt is jammer, en hopelijk zal de relatief bescheiden collectie van het museum (een groot deel van het oeuvre van David Claerbout en sinds dit voorjaar een werkvan Christian Boltanski) de schoolgemeenschappen en de petite famille niet van de site verdringen. (IS)La terre vue du ciel, fotos van Yann Arthus-Bertrand tot 31 januari 2001 in Le Grand-Hornu, Rue Sainte-Louise 82, Hornu. Inlichtingen: 065/77.07.12