Bankcrisis

De beurs van Tokyo boekte een winst op weekbasis van 1,08 procent tot 18.117,22 punten. De sterkere dollar en de vastberadenheid van de Japanse overheid om de bankcrisis te bedwingen, duwden de Nikkei-index hoger. Ook gunstige politieke factoren waren in het spel. Yohei Kono deelde mee dat hij de Japanse premier niet zou aanvallen voor het leiderschap van de LDP-partij. Het nieuws dat de regering op 20 september een nieuw macro-economisch steunpakket zou bekend maken, zorgde eveneens voor het gunstige beurssentiment. Het uitbreken van een nieuwe bankcrisis op het einde van de week dreigde het kleine beursfeest alsnog te verstoren. Hyogo Bank, een van 's lands grotere regionale banken, en Kizu Bank, de grootste kredietmaatschappij van Japan, werden woensdag op non-actief geplaatst. Beide banken torsen een enorme hoeveelheid niet-recupereerbare leningen met zich mee, die een voortzetting van de activiteiten onmogelijk maakte. Minister van Financiën Takemura en de Japanse centrale bank kondigen onmiddellijk stringente maatregelen aan om de situatie bij de noodlijdende banken te regelen. Ook is de regering vastberaden om de precaire toestand van de Japanse kredietmaatschappijen aan te pakken. Deze gaan eveneens gebukt onder een enorme schuldenberg. Het kordate optreden charmeerde de beleggers, die terug in de mark stapten. De bankaandelen tekenden gemengde resultaten op. Sanwa Bank kreeg rake klappen en verloor op twee dagen 110 yen. Het bankaandeel sloot af op 1.890 yen. Geruchten doen de ronde dat de bank 100 miljard yen op tafel moet leggen in het kader van een herstelplan voor Kizu. De Japanse steraandelen Hitachi en Toshiba profiteerden van de sterkere dollar. Hitachi won 50 yen tot 1.070 yen. Toshiba eindigde op 706 yen van 681 yen.