Barry Callebaut smaakt steeds beter

Barry Callebaut (BC, SWX: 162 Zw.fr.) is zeker in België een bekende naam. De half Zwitserse, half Belgische producent van chocolade - met beursnotering in Zwitserland - is wereldwijd geen kleine speler, niettegenstaande zijn beperkte beurskapitalisatie van rond 850 miljoen Zw.fr., zon kleine 600 miljoen euro. De chocoladeproducent is immers s werelds grootste verwerker van cacao naar de tussenproducten cacaopoeder en cacaoboter. Daarnaast is BC ook zeer actief als producent van eindproducten in de consumentenmarkt (chocolade, pralines, enzovoort) en voor commerciële klanten (chocolatiers, snoepgoedfabrikanten, hotels, restaurants). Barry Callebaut telt vier divisies. Cacao sourcing & risk management zorgt voor de aankoop van cacaobonen en de verwerking daarvan tot de tussenproducten cacaoboter en -poeder. Deze divisie behaalde 24 procent van de totale groepsomzet in 2002 (die in totaal ongeveer 1,8 miljard euro bedroeg). Daarbij merk ik graag op dat BC geen eigenaar is van cacaoplantages en dat de marges van zijn producten niet worden beïnvloed door de sterk gestegen cacaoprijzen het voorbije jaar. De divisie Food Manufacturers - de grootste afdeling van BC met 53 procent van de totale omzet - levert kant-en-klare oplossingen (zoals vloeibare chocolade, chocolade zonder toegevoegde suikers voor diabetici en chocolademengsels met lokale smaken) aan industriële klanten en aan voedingsgiganten zoals Nestlé, Mars, Kraft, Cadbury en Unilever. De derde divisie, Gourmet & Specialities, levert op maat gemaakte oplossingen zoals chocolademengsels aan chocolatiers, hotels, restaurants, bakkerijen en patisserieën. Deze divisie behaalde 16 procent van de groepsomzet in 2002. Binnen BC is deze unit zeker een belangrijke groeiniche met hoge marges, wat nog duidelijker werd twee weken geleden toen BC bekendmaakte dat het het Belgisch/Nederlandse Luijkx (een van de belangrijkste producenten van chocoladedecoraties) overneemt. De laatste divisie zijn consumentenproducten (zijnde chocoladetabletten en pralines) en maakte in 2002 slechts 7 procent van de totale groepsomzet uit. Dat zal dit jaar zeker anders zijn, want door de overname van het Duitse Stollwerck wordt deze divisie normaliter de op een na grootste in omzetbijdrage. Stollwerck, dat begin 2002 gekocht werd, zal 500 miljoen euro bijdragen aan de omzet van BC. Zoals blijkt uit de vorige paragraaf lijkt BC het voorbije jaar weer op te leven. Na de beursintroductie medio 1998 aan 310 Zw.fr., waarbij aandeelhouder Klaus Jacobs 30 procent van het bedrijf op de beurs liet plaatsen, kende BC een slapend bestaan. Het bedrijf groeide zeer rustig - in lijn met de chocolademarkt - en was bekend als een nichevoedingspeler in een markt met lage marges (cacaoverwerking), dat weinig tot geen acquisities deed. De gebrekkige interesse van beleggers voor dit lagemargebedrijf, met een lage free float zorgde voor een continue afkalving van de aandelenkoers van 300 Zw.fr. in 1998 naar 150 Zw.fr. in 2002. Sinds 2002 zit er dus opnieuw leven in BC. Een sterke focus op groeiniches (patisserieën, consumentenproducten met hoge marges, innovatieve oplossingen) en twee overnames (Stollwerck en Luijkx) zijn daar het bewijs van. Fundamenteel economisch ziet het bedrijf er aan 160 Zw.fr. sterk koopwaardig uit: een koers-winstverhouding van 8, een return op eigen vermogen van 16 procent en een dividendrendement van 5 procent, om het bij de belangrijkste kerncijfers te houden. Enkel de hoge schuldgraad (netto schulden/eigen vermogen: 1,5) kan een belegger afschrikken, maar als men de goede cashflows bekijkt en men de reden van de hoge schuld kent (de overname van Stollwerck op een ogenblik dat een kapitaalverhoging op de beurs quasi onmogelijk was) zou men aan 160 Zw.fr. niet mogen twijfelen. Dit smaakt naar meer. GH