BBI 'onderzocht' zelf corruptieklacht tegen eigen ambtenaar

(tijd) - Het Hoog Comité van Toezicht heeft de beschuldiging van corruptie tegen BBI-controleur Noël van Britsom nooit zelf onderzocht. Het speelde de klacht via minister van Financiën Maystadt door naar toenmalig directeur-generaal Scheltens van de BBI. Ondanks het feit dat korte tijd na het fiscaal onderzoek dat Noël van Britsom in 1981 uitvoerde bij textielgroep Beaulieu, zoon Yves door diezelfde groep in dienst werd genomen, oordeelde de BBI-baas dat er geen gevolg moest gegeven worden aan de klacht. In een brief aan de redactie bevestigt minister van Financiën Maystadt dat hij op 16 mei 1991 de klachtbrief van zakenman Karel Debaillie uit Heule ontving en op 22 mei 1991 overmaakte aan de BBI. Debaillie stuurde zijn klacht op 3 januari 1991 naar het Hoog Comité van Toezicht dat onder meer bevoegd is voor het onderzoek naar corruptie bij ambtenaren. Pas na twee herinneringsbrieven, besluit het Hoog Comité geen gevolg te geven aan de klacht en de klachtbrief 'voor nuttig gevolg' door te sturen naar de minister van Financiën, chef van de fiscale administratie en dus ook van de BBI. De brief verdwijnt dus niet in een diepe schuif, stelt Maystadt. Na een nieuwe herinneringsbrief van klager Debaillie schrijft het Hoog Comité op 8 november 1991 'dat het dossier nog in behandeling is bij de minister'. Later wordt nog geantwoord 'dat het niet de gewoonte is dat uitleg wordt gegeven over het gevolg dat aan een klacht wordt gegeven'. Uit de brief van Maystadt blijkt nu dat de BBI na onderzoek besliste om aan de klachtbrief geen gevolg te geven.