Belg werkt anderhalve week minder dan in 1997

(tijd) - Een voltijdse werknemer werkt gemiddeld anderhalve week minder dan in 1997. Hij presteerde vorig jaar gemiddeld 1.544 uur tegenover 1.600 uur vijf jaar geleden. Dat blijkt uit de sociale balansen over 2002. Ook het toenemende belang van deeltijdwerk bevestigt deze tendens tot minder werken. De Nationale Bank verwerkte de informatie uit de sociale balansen van 2002, en gaf ze gisteren vrij. De sociale balans bundelt gegevens over tewerkstelling, personeelskosten, opleiding en lastenverlagingen van ruim 70.000 bedrijven. Een eerste indicator dat de Belgen steeds minder werken is de gestage stijging van deeltijdarbeid. In 2002 werkte 21,3 procent van de werknemers in de prive-sector deeltijds. In 2001 ging het om 20 procent. De stijging van het aantal deeltijdse arbeiders komt grotendeels door interne bewegingen in de bedrijven. De Nationale Bank wijst erop dat deeltijdse arbeid een arbeidsherverdelend aspect heeft. In 2002 waren er ongeveer 9 procent werknemers meer aan het werk dan wanneer deeltijdstelsels niet zouden bestaan. Een tweede indicator voor het feit dat Belgen steeds minder werken, is dat werknemers met een voltijdse baan jaarlijks minder uren presteren. Philippe Delhez van de Nationale Bank haalt hiervoor drie verklaringen aan. Ten eerste is de wettelijke arbeidsduur teruggeschroefd van 39 naar 38 uur per week. Ten tweede kwamen vakbonden en werkgevers in verschillende sectoren een conventionele arbeidsduurvermindering overeen. Ten slotte haalt Delhez conjunctuurredenen aan. 'De werkgevers zijn genoodzaakt het arbeidsvolume aan te passen aan het niveau van economische activiteit.' EvH