België krijgt opnieuw uitzicht op 'normale' rentestruktuur

(tijd) - Zou het kunnen dat we na 20 jaar opnieuw een normalere verhouding tussen de korte- en de lange-termijnrente gaan krijgen in België? Enkele van de noodzakelijke voorwaarden daarvoor zijn alleszins aanwezig. Sinds de laatste aanval op de positie van de Belgische frank in de herfstmaanden van '93 lijken de wisselmarkten niet veel zin meer te hebben in een nieuwe poging om de koers los te wrikken van de DM. De eerste verdedigingslinie van de munt, de korte-termijnrente, kan dan ook in een meer normale verhouding beginnen staan tegenover de lange rente. Dat lijkt niet bepaald wereldschokkend, want dat is niets meer dan de normale toestand. Voor België is dat echter wel van grote betekenis. De voorgaande twintig jaar is een normale verhouding tegenover de lange rente immers eerder de uitzondering dan de regel geweest.Bijgaande grafiek beschrijft de evolutie van het rendement op lange-termijn-overheidsobligaties tegenover het rendement op drie-maandsschatkistpapier sinds 1975. Ekonomen moeten hier normalerwijze een kluif aan hebben. Sinds 1975 tot begin 1994 is het, wat het rendement betreft, voor een investeerder nagenoeg neutraal geweest of hij nu in korte dan wel in lange termijn papier belegde. Er zijn perioden waarin de korte-termijnrente lager ligt, maar er zijn er nagenoeg evenveel waarin die hoger uitkomt. Het grootste gedeelte van de tijd hebben we zelfs met praktisch gelijkaardige rendementen te maken.