Belgische onderzoekers winnen Descartesprijs

van onze correspondent in Rome (tijd) - Twee teams met Belgische rechearchers hebben de Descartesprijs voor wetenschappelijk onderzoek gewonnen. Een project voor nauwkeuriger navigatie met satellieten en een groep die werkt aan oprolbare beeldschermen delen de prijs van 1 miljoen euro. Die bekroont jaarlijks vruchtbare grensoverschrijdende samenwerking. Een groep onder leiding van professor Veronique Dehant van het Koninklijk Observatorium van Belgie werkte een model uit dat de nauwkeurigheid van systemen voor positiebepaling en satellietnavigatie aanzienlijk optrekt. Het maakt het mogelijk de variaties in de draaiing van de aarde om haar as (nutatie) beter te voorspellen. Daardoor wordt de onnauwkeurigheid verminderd van 2 meter tot amper een paar centimeter. Aan het onderzoek werkten instituten uit acht Europese landen mee. Dehant krijgt 300.000 euro. Haar model kan op termijn toepassingen krijgen in internationale en Europese navigatiesystemen zoals Galileo. Het PLED-project onder leiding van de Universiteit van Cambridge kreeg 700.000 euro voor zijn onderzoek naar flexibele goedkopere plastic beeldschermen met aanwendingen voor televisies, computers en gsm's. Het systeem maakt gebruik van lichtgevende diodes uit plastiek ('polymeric light-emitting diodes' of PLEDs). De Engelsen werkten samen met onder meer het onderzoekscentrum Materia Nova uit Bergen in Henegouwen en Philips in Eindhoven. 'De Descartesprijs promoot wetenschappelijke uitmuntendheid. Maar de teamwerking is ook belangrijk', zegt Europees Commissaris voor Onderzoek Philippe Busquin. Het onderzoek in de Europese Unie lijdt onder het vertrek van getalenteerden naar de VS waar de faciliteiten en de salarissen beter zijn. De Europese Commissie heeft projecten lopen om het tij te keren. 'Het is een groot probleem', erkent ook prijswinnaar Dehant. 'Ik heb moeite mensen te houden of binnen te halen. In de VS krijgen ze langetermijncontracten.' Zelf wil ze voor haar onderzoek niet weg. 'Ik zit toch het best hier. In Amerika is weinig belangstelling voor fundamenteel onderzoek. Europa heeft daar een grote traditie in.' MV