'Belgische regering draagt zware verantwoordelijkheid in Ruandees drama'

Op 7 april 1994, enkele uren nadat het vliegtuig van de Ruandese president Juvenal Habiyarimana was neergeschoten, werden tien para's van het mortierpeloton uit Flawinne in Kigali om het leven gebracht. Twee boeken over het Ruandese drama die de voorbije veertien dagen zijn verschenen, zoeken naar antwoorden op vragen die twee jaar later nog steeds niet zijn opgelost.In 'Qui a tué nos paras?' uit voormalig Arts zonder Grenzen en PRL-senator Alain Destexhe zware beschuldigingen aan het adres van de Belgische regering. Volgens Destexhe was het zeker begin 1994 duidelijk dat de Hutu-extremisten in de omgeving van president Habiyarimana de uitroeiing van de Tutsi's aan het voorbereiden waren én dat een gevaarlijke anti-Belgische sfeer werd gecreëerd. Hij verwijst daarbij onder meer naar de rapporten van de Belgische luitenant Mark Nees die een klein netwerk van tipgevers had weten te vormen, en naar de inlichtingen die 'Jean-Pierre', een berouwvolle leider van de Hutu-milities, aan de VN-vredesmacht verschafte.