Beroepsvredestichters

De Nobelprijs voor de vrede 2001 ging gisteren naar de Verenigde Naties en Kofi Annan, de secretaris-generaal van de VN, wegens hun werk ten gunste van een beter georganiseerde en veiligere wereld. Zonder afbreuk te doen aan de verdiensten van de VN en de blauwhelmen die her en der in de wereld broze bestanden bewaken, kan de keuze van het Noorse Nobelcomité toch ter discussie worden gesteld.De VN en Kofi Annan doen niets meer dan de opdracht uitvoeren waarvoor de VN in 1945 werden opgericht. De preambule van het VN-charter van juni 1945 omschrijft die opdracht duidelijk: Toekomstige generaties behoeden van de gruwel van oorlog, die tweemaal in ons leven de mensheid onnoemelijk leed heeft bezorgd. Even verder staat dat lidstaten van de VN beloven hun krachten te verenigen om internationale vrede en veiligheid in stand te houden.Met andere woorden, de Verenigde Naties zijn professionele vredeshandhavers, beroeps dus, en werden onder meer voor die opdracht 56 jaar geleden in San Francisco opgericht. Het gros van de VN-ambtenaren is goedbetaald en internationaal gerespecteerd. Hoe goed ze hun best ook doen, zij doen niet meer dan hun job. Of dat de Nobelprijs voor de vrede 2001 waard is, is twijfelachtig.Bovendien hebben de Verenigde Naties en hun filialen sinds 1945 al zesmaal de Nobelprijs voor de vrede gekregen: Unhcr, de vluchtelingenorganisatie van de VN, in 1954 en 1981; de Zweedse VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld in 1961, het VN-kinderprogramma Unicef in 1965, de Internationale Arbeidsorganisatie in 1969 en de VN-blauwhelmen in 1998. Misschien is dat wat van het goede te veel.De VN hebben de voorbije jaren geen al te geweldige prestaties geleverd bij de handhaving of de stichting van vrede, denk maar aan het Afrikaanse Sierra Leone. Bovendien spelen zij in veel conflicten amper een rol van betekenis. Het volstaat te verwijzen naar de Golfoorlog van 1990-1991, de NAVO-operaties in Kosovo en nu de oorlog tegen Afghanistan.Bij de prijzenswaardigheid van Kofi Annan kunnen ook wel een paar opmerkingen worden gemaakt. Annan was van 1993 tot 1996 verantwoordelijk voor de militaire operaties van de VN, zeg maar het departement blauwhelmen. Tijdens die periode kregen de VN een van de zwaarste opdoffers uit hun geschiedenis: de genocide in Ruanda van 1994. De VN waren lang op voorhand gewaarschuwd over wat er op til was, maar ondernamen niets. En de weinige blauwhelmen die bij het begin van de crisis in het land waren, waren met handen en voeten gebonden aan een erg eng mandaat.Het Noorse Nobelcomité heeft een kans gemist. Waren er echt geen niet-beroeps die gelijkwaardig of beter vredeswerk leveren dan de beroeps van de VN? Een vredesprijs voor een individu dat vrijwillig en niet bezoldigd met succes zijn leven heeft gewijd aan een betere en veiligere wereld, of een soortgelijke niet-gouvernementele organisatie had ontegensprekelijk meer indruk gemaakt dan de VN en Kofi Annan, van wie je al snel zegt dat zij werden beloond wegens een verplicht nummertje of bij gebrek aan beter. Carl PANSAERTS