Advertentie
Advertentie

Blaise Pascal: een leven verteerd door studie

Had de vader van Blaise Pascal (1623-1662) niet met zoveel ijver zijn zoon op jonge leeftijd weg proberen te houden van de mathematica, dan had zich in hem misschien nooit het genie ontwikkeld dat wij nu erkennen. Die erkenning betreft eerder zijn werk over filosofie en religie dan dat over de wiskunde. Blaises vader, een rechter in Clermont (nu Clermont-Ferrand, hoofdstad van de Auvergne), bracht zijn jonge zoon, wiens moeder in 1626 was gestorven, in 1631 naar Parijs om er in zijn opvoeding te voorzien. Die opvoeding was een taak die hijzelf ter harte nam, gecultiveerd man en geboren leraar die hij schijnbaar was. Daarbij nam hij zich echter voor de jongen geen wiskunde aan te leren vooraleer die zestien geworden was.De overlevering wil dat de jongen op prille leeftijd al geïntrigeerd werd door het verbod en stiekem toch deze voorbehouden wetenschap ging bestuderen nadat hij, op twaalfjarige leeftijd, de vraag had gesteld wat geometrie eigenlijk was. Al gauw was hij, grotendeels als gevolg van eigen experimenten, helemaal vertrouwd met diverse wiskundige principes en kreeg hij van zijn vader een vertaling van De Elementen van Euclidus cadeau. Nog voor zijn achttiende verjaardag correspondeerde hij regelmatig met de grote wiskundigen van zijn tijd, schreef essays en werkte aan een rekenmachine. Daarnaast ging hij zich ook bezig houden met de natuurwetenschappen. In 1650 nam Pascals leven echter een heel andere wending. Hij zegde de wis- en natuurkunde vaarwel en ging de godsdienst bestuderen, maar keerde drie jaar later, toen hij erfgenaam werd van het vermogen van zijn vader, terug naar de wetenschappen. Samen met een ander wiskundig genie, Pierre de Fermat, ontwikkelde hij de waarschijnlijkheidsberekening. Ondanks zijn wetenschappelijke ingesteldheid bleef hij tegelijk ook een mysticus, en toen hij tijdens een ongeluk in het najaar van 1654 ternauwernood aan de dood ontsnapte keerde hij weer terug naar de religie, waar hij hoopte zowel de grootsheid als de miserie van de mens te kunnen onderzoeken zoals hij later in zijn Gedachten zou schrijven. Hij trok zich terug in de abdij van Port Royal in de zeventiende eeuw de haard bij uitstek van het jansenisme, waar Pascal een verdediger van was, en waar Racine gevormd was geweest. Hij zou er wonen tot zijn voortijdige dood in 1662.Zijn voornaamste filosofisch-literaire werk, zowel de tegen de jezuïeten gerichte Les Provinciales (1656-1657, dat 18 polemische brieven bevatte en de Pensées (1670) werden in Port-Royal geschreven, door een zieke en uitgeputte maar geestelijk heldere oude man van nog geen veertig. Zijn wetenschappelijke werk wordt vandaag nog maar zelden gelezen, maar zijn Pensées raakten nooit uit de mode en zijn in Frankrijk in een bijna eindeloze hoeveelheid uitgaven te verkrijgen. De zeventiende eeuw van Pascal en overigens ook van zijn tijdgenoot Réne Descartes (1596-1650) was deze die met de groeiende nadruk op wetenschappelijke exactheid en alternatieven voor het Roomse geloof, de weg bereidde voor de filosofen van de Verlichting een eeuw later. Briljant mathematicus als Pascal was, zocht hij ook in de belevenis van de religie de invloed van de Rede terug. Zo baseerde hij zijn Godsbewijs, waarmee hij in de Pensées komt aandragen, veeleer op waarschijnlijkheidsberekening dan op religieuze overtuiging. Wij kunnen maar best aannemen, stelde hij, dat God bestaat, omdat dit geloof voor ons de gok is die ons het meeste voordeel bijbrengt. We zijn weliswaar niet in staat te weten dat God al dan niet bestaat, oordeelde Pascal, maar we moeten hoe dan ook een gok doen naar dat bestaan. Omdat de rede ons niet kan helpen kiezen, moeten we een zinnige keuze maken tussen de mogelijkheden. Zijn oordeel was, dat indien God bestaat en we gokken op dat bestaan, we daar alleen maar geluk en voorspoed kunnen uit verkrijgen. Geloven we in Hem en bestaat hij niet, dan is er niets aan de hand, we winnen of verliezen niets, en dat is ook het geval wanneer we niet in hem geloven én hij niet bestaat. Gokken we tégen zijn bestaan, en bestaat hij toch, dan brengt dat alleen maar miserie voort. Dus, besluit, de enige juiste keuze is in God te geloven. Een hele horde filosofen heeft zich ondertussen, in de voorbije twee eeuwen, op deze premissen gegooid en ze tot het bot uitgeplozen zoals Pascal zelf overigens deed met het argument dat de zaak heel wat complexer is dan ze lijkt. In zijn volwassen leven hield Pascal zich weinig bezig met de politieke vraagstukken van zijn tijd, voor zover ze niet iets te maken hadden met de religieuze zaak van het jansenisme. Het lijkt dan ook alsof de grote beroeringen van zijn tijd een beetje aan deze briljante geest voorbij gingen. Toch moet hij onder de indruk geweest zijn toen hij er als negenjarige getuige van was dat het nieuwe paleis van kardinaal Richelieu het huidige Palais Royal in de buurt van zijn woont opgetrokken werd. Zijn vader kreeg op zeker ogenblik een wetenschappelijk project aangeboden door de kardinaal, maar hield zich evengoed op in meer frivole kringen nadat hij in 1634 voorgoed zijn zakenkantoor in Clermont verkocht had. Zelfs de jonge Blaise was occasioneel te gast bij sommige van de adellijke lieden, en misschien werd hij geschokt door hun libertijnse uitlatingen en levensstijl. Toch was hij duidelijk een man die wist wat er in de wereld omging, en geen wereldvreemde intellectueel. Niettemin erkennen we in hem dat bizarre mengsel van een wetenschappelijk mysticus die zijn bijna-doodervaring na het ongeluk in 1654 neerschreef en het vel papier eigenhandig in de zoom van zijn jas naaide zodat het altijd bij hem bleef.Ziekelijk maar bezeten door zijn zoeken naar hogere wetenschappelijke en mythische waarheden, aanhanger van een religieuze sekte maar tegelijk ook verrassend onafhankelijk, bewees de nog jonge Pascal een onverdroten polemicus te zijn. Die polemieken zouden uiteindelijk culmineren in een pas na zijn dood uitgegeven boek, Pensées de M. Pascal sur la religion et sur quelques autres sujets qui ont été trouvées après sa mort parmi ses papiers. De titel vertelt het allemaal, ook al werd die later voor het gemak afgekort tot het eerste woord alleen. Het oorspronkelijke manuscript bevatte, naar het schijnt, 27 bundels papieren die elk een verschillende onderwerp aanvatten, van christelijke moraliteit tot de corruptie van de natuur. Sommige van deze gedachten beslaan ettelijke paginas, andere zijn slechts enkele zinnen lang. Deze briljante maar vaak pessimistische oordelen over mens en natuur hebben de eeuwen overleefd. Zijn reputatie en het verschijnen van zijn werk na zijn dood werd, in Frankrijk althans, bijzonder moeilijk gemaakt door de verwijzingen naar en Pascals persoonlijke bemoeienissen mét het jansenisme, waarover de debatten nog voortduurden lang nadat de ijverige Lodewijk de Veertiende aan het begin van de achttiende eeuw de abdij van Port-Royal met de grond gelijk had laten maken. Tweehonderd jaar later mag dan iedereen de ijver van een koning vergeten zijn, maar niet de gedachten van een mathematicus die ook filosoof was. GELBlaise Pascal - Gedachten - 2001 (tweede druk), Amsterdam, Boom, Amsterdam, 493 blz., ISBN 90-5352-634-X.Vertaling door Frank de Graaff.