Advertentie
Advertentie

Blauwe ministers leverden erg onregelmatige prestaties af

Guy Verhofstadt, de spits Premier Guy Verhofstadt drukte met zijn dadendrang en soms onstuitbare enthousiasme een zware stempel op de door hem geleide regering. Maar het voluntarisme van de premier had een keerzijde. Verhofstadt is de man van de grote visie, niet van het detail. Slechts met vallen en opstaan leerde hij dat een principiele beslissing niet hetzelfde is als de uitvoering ervan. Hij vergat ook wel eens dat een premier niet enkel voortrekker maar ook scheidsrechter moet zijn. Dat zorgde soms voor irritatie bij de coalitiepartners. De premier werd ook gehinderd door de relatieve zwakte van de andere VLD-ministers in de regering. Louis Michel, de rivaal-bondgenoot De MR-vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken was met ruime voorsprong het markantste Franstalige regeringslid. Michel heeft een cruciale rol gespeeld bij de vorming van paarsgroen en bleef ook daarna een tandem vormen met Verhofstadt. Die as bleef wel niet van spanningen gespaard, toen bleek dat ook de premier een prominente buitenlandse rol wou spelen. Stille diplomatie was aan Louis Michel niet besteed. Door zijn onverbloemde uitspraken slaagde hij er geregeld in het wereldnieuws te halen. Maar hij moest ook ondervinden dat een klein land zich nu eenmaal niet hetzelfde kan permitteren als een wereldmacht. Door zijn helse reis- en werktempo kreeg Michel ook gezondheidsproblemen en kon hij niet altijd even goed op de binnenlandse keuken letten. Rik Daems, de niet-ingeloste belofte Algemeen werd verwacht dat de minister van Overheidsbedrijven en Telecommunicatie als tweede VLD-man een sleutelrol in de regering zou spelen. Die verwachting werd niet ingelost. Daems kwam al snel in de problemen. Het zou hoogst onrechtvaardig zijn het faillissement van Sabena alleen in zijn schoenen te schuiven. Maar het beeld van de minister die vrolijk champagne drinkt met de Swissair-bonzen zal hem waarschijnlijk blijven achtervolgen. Door privatiseringen en de verkoop van gebouwen leverde hij de staat wel een flink pak geld op. Tegelijk was niemand zo actief als hij in het parachuteren van kabinetsleden op topfuncties in de overheidsbedrijven. De Leuvense politicus vecht op 18 mei voor zijn politiek overleven. Hij trachtte zijn toekomst vooral veilig te stellen door zich meer en meer als minister van Middenstand te profileren. Didier Reynders, de lepe vos Als minister van Financien had Didier Reynders maar een prioriteit: lagere belastingen. De economische terugval doet de vraag rijzen of de volgende regering al die beloftes niet zal moeten terugschroeven. Maar dat zal hem niet beletten om op 18 mei volop de vruchten te plukken van de belastingverlaging. Op een andere domein was Reynders minder succesvol. Hij bracht weinig terecht van de modernisering van de fiscale administratie. Zijn partijgenoot, Alain Zenner, kreeg als regeringscommissaris voor de strijd tegen de grote fraude ook niet echt veel steun van zijn voogdijminister. In de regering nam Reynders met graagte de rol van nummer een van de MR over als Michel weer eens door zijn drukke buitenlandse verplichtingen weerhouden was. Vooral de groenen vonden in hem een geslepen tegenstander. De lijdensweg van de ecotaksen en -boni was daarvan de duidelijkste illustratie. Ook bij de volgende regeringsvorming is Reynders 'incontournable'. Antoine Duquesne, de buffer De benoeming van de Duquesne tot minister van Binnenlandse Zaken was een van de verrassingen van Verhofstadt I. De grootste kwaliteit van de minzame Luxemburger was dat hij bij alle rampspoed steeds onverstoord bleef glimlachen. De regularisatie van illegalen, die normaal een half jaar mocht duren, sleepte uiteindelijk drie jaar aan. De beloofde grondige hervorming van de asielprocedure kwam er niet. Als de instroom van asielzoekers uiteindelijk toch afnam, dan was dat vooral te danken aan het feit dat de sp.a'er Johan van de Lanotte als minister van Sociale Integratie de financiele steun aan asielzoekers door steun in natura verving. Maar de grootste kopzorg voor Duquesne was de uitvoering van de politiehervorming. Die kost overdreven veel geld en heeft niet voor meer maar voor minder blauw op straat gezorgd, menen heel wat critici. Duquesne heeft wel een excuus. Toen hij in 2000 onderhandelde met de politiebonden werd hem door al zijn collega's in de regering, met de premier op kop, op het hart gedrukt om die zeker niet te veel tegen de haren in te strijken. Het succes van het Europese voetbalkampioenschap mocht niet in het gedrang komen. De kans dat we Duquesne na 18 mei zien terugkeren als minister lijkt veeleer gering. Marc Verwilghen, de Einzelganger De oud-voorzitter van de Dutroux-commissie beloofde een radicale breuk met het verleden. Het gerecht moest uit zijn ivoren toren komen. Het slachtoffer stond voortaan centraal. Maar Verwilghen botste als snel op zware weerstand bij de Franstalige socialisten en groenen, die hem een onverbeterlijke populist vonden. Bijna elk hervormingsplan werd daardoor het voorwerp van een loopgravenoorlog. Verwilghen kreeg het extra lastig omdat hij, door zijn neiging om 'cavalier seul' te spelen, ook door de eigen VLD maar mondjesmaat gesteund werd. Voorts had hij soms last van een rolconflict tussen zijn verantwoordelijkheid als minister en zijn imago van 'witte ridder'. Dat leidde op zijn kabinet tot interne spanningen en een groot verloop van medewerkers. Ondanks alle weerstand kon hij toch een reeks wetsontwerpen laten goedkeuren. Alleen bleek dat sommige daarvan, zoals het snelrecht, op het terrein amper toepasbaar waren. Verwilghen is dus zeker niet meer de politieke superster van vier jaar geleden. Toch is hij als lijsttrekker in West-Vlaanderen nog altijd een van de boegbeelden van de VLD. Het is wel de vraag of de Franstaligen hem nog een tweede mandaat op Justitie gunnen. Annemie Neyts, de invalster Een leven in de schaduw van Louis Michel. Daarmee kan de passage van Neyts in de federale regering het best samengevat worden. Tot oktober 2000 was ze minister van Begroting in de Brusselse regering. Toen verving ze Pierre Chevalier, die moest opstappen als staatssecretaris van Buitenlandse Handel nadat gebleken was dat het Zwitserse gerecht een onderzoek tegen hem gestart was. In juli 2001 werd Neyts gepromoveerd tot minister, maar dan wel 'toegevoegd' aan Michel. In de praktijk bleef ze diens trouwe assistente. Door hem te vervangen op minder belangrijk geachte vergaderingen verlichtte ze een beetje diens overvolle agenda. Zelf wekte ze de indruk niet eens zo ongelukkig te zijn met die tweederangsrol. Een comeback in de nieuwe federale regering is weinig waarschijnlijk.