Boswachters, houtvesters en woudmeesters houden Vlaanderens groene longen open

OUD-HEVERLEE/BRUSSEL (tijd) - Alleen het doffe geklop van bijlen en een voor de buitenstaander nauwelijks te volgen litanie van cijfers breken de stilte die over het Meerdaalwoud hangt. 'Mijn boswachters zijn aan het hameren', legt houtvester Bart Meuleman uit. Hameren is het jargon voor het aanwijzen en opmeten van bomen die geveld moeten worden. De vier boswachters van de Meerdaal-brigade zijn aan het werk in 'De Pruikemakers', een 46 ha groot perceel in het Meerdaalwoud dat bestemd is om bosreservaat te worden. 'Alle Amerikaanse eiken moeten er uit, om te vermijden dat ze de inheemse flora wegduwen', verduidelijkt Meuleman. Een wandeling in de wereld van boswachters, houtvesters en woudmeesters, die dag in dag uit in de weer zijn opdat ook Vlaanderens bossen eeuwig zouden zingen.In vergelijking met Wallonië en buurlanden als Duitsland en Frankrijk heeft Vlaanderen nog maar weinig bos. Het areaal wordt geraamd op ongeveer 125.000 ha (in heel België is er meer dan 600.000 ha bos). Ongeveer 20.000 ha daarvan is als domeinbos eigendom van het Vlaams Gewest. Ruim 22.000 ha openbaar bos is in handen van lokale besturen: provincies, gemeenten, OCMW's en kerkfabrieken. De rest is privé-bos, verspreid over meer dan 50.000 eigenaars, soms van percelen die nog geen halve hectare groot zijn.