Britse concerto's

Britse concerto's Britten - Vioolconcerto (opus 15), Walton - AltvioolconcertoMaxim Vengerov (viool en altviool) London Symphony Orchestra o.l.v. Mstislav Rostropovitsj EMI 5 57500 2 Benjamin Brittens vioolconcerto ontstond in de periode 1938-1940, maar het werk werd tijdens de jaren '50 herwerkt. Het werd voor het eerst gespeeld door de Spaanse violist Antonio Brosa, een solist met wie Britten in 1936 in Barcelona samenspeelde, kort voor het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog. Deze politieke omstandigheden en de dreigende wereldoorlog inspireerden de componist bij het schrijven van het werk, dat naast lyriek ook donkere kleuren, ironie en een sombere expressie bevat. Het ritme bij het begin van het werk is duidelijk van Spaanse origine. Maxim Vengerov is een briljante solist en hij roept samen met het London Symphony Orchestra onder leiding van Rostropovitsj de geheimzinnige sfeer en de onvoorspelbaarheid op die dit vioolconcerto typeren. Er zijn bovendien tal van passages waar de violist en orkest klankeffecten uitwisselen en er een heel intense dialoog tussen beide partners ontstaat. Rostropovitsj, die meermaals met Britten op het podium stond, en Vengerov zorgen ervoor dat die wisselwerking optimaal verloopt. Vengerov toont zich in deze opname eveneens een uitstekende altviolist. Het altvioolconcerto van Walton - het werk ontstond omstreeks 1929, maar is hier te horen in de herziene versie van 1961 - speelt hij met veel klasse. Hij pakt uit met veel bravoure in het scherzo, maar kan eveneens de melancholie van het eerste deel of het majestueuze gevoel in de finale treffend uitdrukken. (TE) Wedstrijd op cd Laureaten en finalisten van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano 2003 - Prokofjev, Rachmaninov, Munro, Beethoven, D'hoe, Stravinski, Balakivrev, Mozart, Schubert, Haydn Nationaal Orkest van Belgie o.l.v. G. Varga Cypres 9616 Nu de prijzen van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano verdeeld zijn, denken de meeste laureaten volop aan de toekomst. Ondertussen stelt de wedstrijd-cd ons in staat terug te blikken en de prestaties van enkele finalisten nog eens opnieuw te beluisteren. De 3-cd-box opent met het 'Tweede Pianoconcerto' van Prokofjev vertolkt door de winnaar, de Duitser Severin von Eckardstein. Het blijft ook op cd een indrukwekkende uitvoering van een intelligente pianist. Hij spreidt zijn kwaliteiten ook tentoon in Beethovens 'Sonate nr. 27'. Dat hij ook met hedendaagse muziek overweg kan, blijkt andermaal uit zijn fantasierijke vertolkingen van de verplichte werken van de halve finale, waar 'Toccata' van Jeroen D'hoe op het programma stond, en de finale waar 'Dreams' van Ian Munro met orkest vertolkt moest worden. Van de tweede laureaat, de zestienjarige Chinees Wen-Yu Shen, werd de vertolking van het 'Derde Pianoconcerto' van Rachmaninov en zijn lezing van de 'Petrouchka-Suite' van Stravinski op de cd geplaatst. Het blijft verbazingwekkend dat een zestienjarige deze werken met dergelijke grote maturiteit kan presenteren. Op de wedstrijd-cd is er geen spoor van Dong Hyek Lim, die zich niet kon verzoenen met de hem door de jury toebedeelde derde plaats en zijn prijs weigerde. We mogen wel opnieuw genieten van enkele sonates door de Italiaan Roberto Giordano (4de prijs) die Beethovens 'sonate nr. 31' speelt, Kazumasa Matsumoto (5de prijs) met de 'Sonate in A' (D 664) van Schubert, MinSoo Sohn met de 'Sonate nr. 22' van Beethoven en Amir Tebenikhin met de 'Sonate in C' (HOB XVI:50) van Haydn. De cd herinnert er ons ook aan dat de kandidaten dit jaar voor het eerst een pianoconcerto van Mozart moesten spelen tijdens de halve finales. Er werd gekozen voor de fijne vertolking van Jin Ju van het beroemde 'Concerto nr. 20' in d (KV 466) van Mozart. (TE) The Quiet American Craig ArmstrongVarese Sarabande VSD-6426 De atmosferische score van 'The Quiet American' opent met een mooie achtergrond van piano en lage strijkers gevolgd door de slepende stem van de Saigonse ex-nachtclubzangeres Hong Nhung die het midden houdt tussen etnisch Vietnamees en licht neoklassiek westers a la Enya. Deze toevoeging van een vocaal element dat dominant de sfeer van de score bepaalt, gebruikte de componist Craig Armstrong eerder ook al in de soundtrack van 'The bone collector'. Voor 'The Quiet American' ging hij op zoek naar het hart en de ziel van de traditioneel Vietnamese muziek en koppelde haar aan een modern orkest met veel synthesizer en piano. Het resultaat werd een weliswaar gearrangeerd maar harmonisch huwelijk tussen de verschillende muziekgenres. De Vietnamese instrumenten als de ken hobo, de sao fluit en de nhi viool zijn eerder onopvallend aanwezig. Opgenomen met een lichte galm die de klank van ver laat komen en in een taal die woordeloos wordt voor wie geen Vietnamees verstaat, is het vooral de stem van Hong Nhung die in elke track voor het oosterse element zorgt en die de hele score door de sfeer van de film vertolkt. Het verhaal over de driehoeksrelatie tussen een Europeaan, een Vietnamese en een Amerikaan is een metafoor voor de fatale situatie waarin Vietnam terechtkwam begin de jaren vijftig toen Amerika zich met het land begon te bemoeien. De wanhoop en de uitzichtloosheid waarin de protagonisten en dus Vietnam stilaan wegzinken klinkt door in de vioolpartijen die treuriger, de piano die trager, de percussie van Pete Locket die zwaarder en Hong Nhungs stem die doorheen de film steeds klaaglijker wordt. Haar klaaglied bereikt een climax in het laatste nummer 'Nothing in this world'. Op het London Film Festival zei Michael Caine dat hij als voorwaarde om zijn rol in de film te aanvaarden had gesteld dat Craig Armstrong de muziek zou verzorgen. (RT) 'Dreamland' / 'French Caribbean' Putumayo Records / Culture Records Steeds zoekend naar nieuwe invalshoeken houdt Putumayo-labelbaas Dan Storper halt bij een fenomeen dat in alle culturen voorkomt: het zingen van slaapliedjes. Op 'Dreamland: World Lullabies & Smoothing Songs' zoekt hij met dertien groepen of artiesten het zachte songwerk op dat vaak een expressie is van lokale tradities en cultuur. Sommige wiegeliederen zijn eeuwen ouden bevatten woorden die door verschillende generaties gezongen werden/worden. Op deze cd werk van o.a. Angelique Kidjo met Carlos Santana (Benin), Virginia Rosa (Brazilie), Erik Mamana (Madagascar) en The Sanshin Cafe Orchestra (Japan). De verzamelaar 'French Caribbean' focust dan weer op de combinatie van Franse muziek met de Afro-Caribische soul die tot dansbare muziekstijlen leidde zoals compas en zouk. In de Franse Cariben is muziek een vast onderdeel van het landschap geworden en heb je invloeden die teruggaan tot de periode dat Columbus voet aan wal zette in Haiti in 1492. Op het menu staan o.a. bele en danmye (Martinique), gwoka (Guadeloupe), compas (Haiti - met invloeden uit merengue, calypso, jazz en swing en recent zelfs hiphop) en natuurlijk zouk. Die laatste stijl uit Martinique en Guadeloupe kreeg beginde jaren tachtig wereldfaam door Kassav', de band die ook deze cd afsluit met een feestelijke live-versie van 'Rete'. (DF) Metallica 'St. Anger'Universal 'If I could have my wasted days back / Would I use them to get back on track?', vraagt James Hetfield zich af op het eerste Metallica-album met nieuw en eigen materiaal sinds 1997. De vraag stellen is ze beantwoorden. Metallica mag dan een kwaadheid aan de dag leggen die hun in de jaren negentig vreemd was, de speedmetalband uit het midden van de jaren tachtig krijgen we nooit meer terug. 'St. Anger' is in de eerste plaats een rockalbum. Het klinkt harder en weerbarstiger dan wat we bijvoorbeeld van Therapy? gewoon zijn, maar de frustraties zijn dezelfde. De plaat legt in vergelijking met de nogal slome Metallica-releases uit de jaren negentig wel een veel hobbeliger parcours af en dat zal sommige fans plezieren. Ze zullen er hun 'Masters of Puppets' geen beurt minder door draaien, maar de granieten sound met ruimte voor dwarse en kakofonische geluiden overtuigt af en toe ('Dirty Window', 'Sweet Amber'). Deze 'St. Anger' is hun (laatste) kans om aansluiting te vinden bij een nieuwe generatie rockfans die, nu het nu-metalschip zinkende is, iets nieuws om handen zoeken. Hun proces tegen Napster transformeerde hen in een stelletje geldzuchtige, oude zeurpieten, maar de onversaagdheid waarmee de groep nu van leer trekt, kan het tij doen kantelen. Met James Hetfield, vers uit de rehabkliniek, en de ProTools-productie van Bob Rock, ligt de nadruk op een energiek geluid, rauwe vocalen en een strak ritme, maar de plaat mist de creatieve en melodieuze gitaar- en baspartijen die hun eightiesklassiekers diepgang gaf. Ondanks hun ervaring maakt de band bovendien een veel te lang album. Om een strak statement te maken, ga je niet boven het uur. Punt uit. Ook benieuwd hoeveel nieuwe tracks de setlist halen van hun liveshow: afspraak voor het hoofdpodium van Werchter aanstaande zaterdag om 23u. (TPe) Audio Bullys 'Ego War'Source/Virgin/EMI In Engeland dacht men na het horen van het guerrilla-hitje 'We Don't Care', de debuutsingle van Audio Bullys, even met de nieuwe Basement Jaxx te maken te hebben, maar zo veelzijdig zijn de zanger-rapper Simon Franks en de beat-entrepreneur Tom Dinsdale nog niet. Hun muziek situeert zich overigens eerder op straat dan in de discotheek. In dat opzicht sluit het duo beter aan bij het ska- en het hiphopmilieu. Soms werkt het ongelijke cockneytaaltje van Franks op de zenuwen, maar de wendingen van Dinsdale zijn van de inventiefste die we dit jaar op ons bord kregen. Hij steelt de show, gebruikt daarbij samples van Joe Cocker en Elvis Costello (het gitaarlijntje van 'I Don't Want to Go to Chelsea'), maar vooral de eigen ideeen van de 'audiohooligan' gooien hoge ogen. Zo verrast de pulserende housetrack 'The Snow' met een blazerssectie en horen we elders echo's van Clash, Stereo MC's en Madness. Het duo koppelt de Engelse lad-cultuur aan vlotte popdeuntjes. De catchy tracks mogen dan brutaal klinken, ze beschikken ook over een hoge aaibaarheidsfactor. Kortom, 'Ego War' is een leuk, zomers plaatje met dansbare popmuziek. Of het live ook iets voorstelt, kunt u aanstaande zondag zelf uitmaken. Om 18u30 spelen Audio Bullys ten dans in de pyramid marquee in Werchter. (TPe) The Jayhawks 'Rainy Day Music'American/Lost Highway/Universal Sinds 1985 zijn The Jayhawks uitgegroeid tot een van de vaandeldragers van de alternatieve countryrock. Vergelijkingen met Wilco, Poco of The Flying Burrito Brothers waren legio toen Mark Olson en Gary Louris nog interactief samen zongen tegen een achtergrond van stevige gitaren. Olson trok zich echter terug uit de band om samen met zijn echtgenote Victoria Williams onder de naam The Original Harmony Ridge Creek Dippers in eigen beheer huiskamerplaten te maken. Sinds 'Sound of Lies' uit 1997 stond Louris er alleen voor en slaagde hij erin het groepsgeluid om te buigen naar meer psychedelische pop. De laatste jaren lag het spook van de middelmatigheid echter op de loer en zag het er naar uit dat de band gewoon een stille dood zou sterven. Nu 'Rainy Day Music' in de winkel ligt, hebben The Jayhawks alles in handen om opnieuw een voortrekkersrol binnen het genre te spelen. Koppel de frisse, akoestisch klinkende productie van Ethan Johns - die zich hier ook als multi-instrumentalist laat kennen - of de hulp van o.a. Matthew Sweet en Jakob Dylan aan de hervonden creativiteit van Louris en je hebt een aantal songs in handen die feilloos de overstap van country naar pure pop maken zonder de roots te verloochenen. 'Don't Let the World Get in Your Way' had zo op de setlist van Crowded House kunnen staan, 'All The Right Reasons' koppelt fijn stemmenwerk aan frisse melodieen terwijl het in zuiderse sferen gedrenkte 'Madman' een link naar het betere werk van The Eagles legt. Eindelijk is Louris erin geslaagd de cd op te nemen die hij al jarenlang in zich droeg. Het leuke is dat de plaat na elke luisterbeurt aan kwaliteit wint. 'Rainy Day Music' geeft countrypop een nieuwe dimensie waar Wilco de laatste jaren een patent op had. (DF) Nobukazu Takemura 'Assembler/ Assembler 2'Thrill Jockey/ Bang! Nobukazu Takemura zit niet stil. Naast zijn activiteiten op zijn eigen label Childisc in Kyoto brengt de man regelmatig platen uit bij het Amerikaanse label Thrill Jockey. In maart dit jaar verscheen nog '10th', een speels en poppy album dat evenzeer naar de oosterse cultuur als naar de leefwereld van het kind verwees, twee stokpaardjes in het werk van de Japanner. Dat ietwat wisselvallige album - sommige tracks klonken al te zeemzoeterig - wordt nu al gevolgd door 'Assembler/ Assembler 2'. Hier richt de Japanner zich veeleer op zijn technieken en op de textuur van het geluid dan op de eigenlijke compositie, ritme en melodie. Daardoor lijkt dit conceptuele album op het eerste gehoor een breuk met zijn voorgaande materiaal, maar niets is minder waar. Hoewel minder bekend dan zijn poppy output, zoekt de dertiger immers al jaren naar de tonale eigenheden van zijn instrumentarium - voornamelijk klarinet, xylofoon en piano, maar ook veldopnames zoals watergeluiden. Op de computer brengt hij ze samen om ze te manipuleren, wat al knappe platen opleverde zoals 'Scope' (Thrill Jockey 1999). Takemura mutileert zijn geluid fors: vaak schieten nauwelijks referenties naar de originele instrumenten of klanken over. Op 'Assembler/ Assembler 2' drapeert hij laag voor laag klinische, in loops geschikte tonen over elkaar. Samen vormen ze een klikkend, compact en toch transparant geheel. Uit het geschuifel, gepruttel en gezoem verrijzen sprankelende driedimensionale geluidsstructuren. Hoewel melodie op 'Assembler/ Assembler 2' dus geheel toevallig voortspruit uit een wirwar van tonen, klinkt deze vrij gangbare techniek in Takemura's handen hoogst emotioneel. (IS) Mu 'Afro Finger and Gel'Tigersushi Records/ Bang! DJ Hell en Trevor Jackson (van Playgroup) heten hardcorefans te zijn. James Murphy (van LCD Soundsystem en DFA Records) plaatste de single 'Chair Girl' al op zijn 'Colette n 5', een uitgave in de reeks nogal banale mixcompilaties van de gelijknamige Parijse designwinkel. Mu, het pseudoniem van Mustumi Kanamori, is op dit moment een incrowd-sensatie die klaar staat om breder door te breken. Een aantal jaar geleden verhuisde de Japanse naar het Britse Sheffield om er te studeren. Daar figureerde ze voor een korte periode als zangeres in het cultclubje Mu Chan Clan. Vervolgens trok ze solo op pad als Mu. Haar bitchy, geile stemprobeersels en de wufte podiumact vingen de aandacht van Maurice Fulton, producer en expert in househits met een schimmelig randje. De twee gingen samenwerken, en vandaag ligt Mu's debuut in de platenzaken. 'Afro Finger and Gel' is een accumulatie van modieuze elementen met net dat tikje extra: electro- en punkreferenties, snelle beats, een ingehouden streepje noise, een scheut fatalistische girlpower en een aantal tribale accenten creeren instant floorfillers. De opener 'Jealous Kids' is exemplarisch voor Mu's debuut: agressieve electrotonen, een stompende beat en occasionele zure explosies onderstutten de haast onverstaanbare teksten van een arrogant declamerende en qua stem zwaar gemutileerde Kanamori. Binnen dat kader schuift het tweetal naar gabberbeats ('Afro Finger'), onnozel Japans exotisme ('Let's Get Sick') of zelfs cut-up rumba ('Hello Bored Biz Man'). Dit plaatje klinkt dus compleet over the top en lijkt enkel geschikt voer voor fashion victims. Toch swingt het prettig gestoorde 'Afro Finger and Gel' bij momenten compleet de pan uit. Aanstekelijke dansmuziek met een beperkte houdbaarheidsdatum. (IS) Samenstelling: Tom EELEN, Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS, Rik THEUNS.