Britse monetaire nonchalance ondermijnt het pond

(van onze medewerker) (tijd) - Het Brits pond was de voorbije week de grote verliezer. De weinig gemotiveerde verlaging van de basisrente maakte de munt bijna zes pfennig goedkoper. De dollar zette de opmars even verder tot 1,7685 DM, terend op de recente Amerikaanse renteverhoging. In afwachting van de top Clinton-Hosokawa stond vooral de verhouding dollar/yen in de kijker. De goedkeuring van de Japanse stimuli weerhield de VS er echter van de yen op te peppen. De beslissing om de Britse basisrente met 0,25 procentpunt te verlagen tot 5,25 procent, bezorgde de wisselmarkten afgelopen week koude rillingen. Amper een maand geleden toonden zowel minister van financiën Kenneth Clarke als goeverneur Eddie George van de Bank of England zich nog bijzonder opgetogen over de kracht van het Britse herstel. Bovendien onderstreepte het laatste kwartaalrapport van de centrale bank dinsdag het toenemende risico op snellere prijsstijgingen. Dit zijn alleszins vreemde woorden ter begeleiding van een monetaire versoepeling. Het is trouwens een grote vraag of de minimale rentedaling de Britse ekonomie veel bijkomend nut zal bezorgen, omdat deze waarschijnlijk zelfs niet tot lagere hypoteekrentes zal leiden. Ten slotte is het gevaarlijk het gezonde herstel verder te stimuleren als men nog niet weet of, en in welke mate, de geplande belastingverhogingen een negatieve impact zullen hebben.