Brugs concertgebouw profileert zich als internationaal kunstencentrum

Het is voorwerp van drukke discussies en debatten geweest. Maar intussen begint het Brugse concertgebouw boven t Zand uit te rijzen. Eind 2001 zijn de bouwwerken klaar. En de ambities zijn niet min. Het concertgebouw streeft naar een volwaardige plaats buiten de Vlaamse ruit, naast de drie grote kunstencentra de Vooruit (Gent), het Kaaitheater (Brussel) en De Singel (Antwerpen). Bij de eerstesteenlegging vorige dinsdag kreeg het project de goedkeuring van de Vlaams minister van Cultuur, Bert Anciaux. Meteen zit Brugge stevig in de koers richting 2002, het jaar waarin het Venetië van het noorden de rol van Europese Culturele Hoofdstad waarneemt.De belangstelling voor de bouw van het nieuwe Brugse concertgebouw was altijd al groot. Daarom organiseerde het stadsbestuur vorig jaar al een tentoonstelling rond de ingediende ontwerpen voor de architectuurwedstrijd. Het Gentse kantoor van Paul Robbrecht en Hilde Daem kreeg de opdracht. Het concertgebouw wordt, met een lantaarntoren die hoog boven de stad uitsteekt, een blikvanger. Het complex zal twee zalen en twee repetitieruimtes omvatten. De grote zaal krijgt een capaciteit van 1.300 zitjes en is opgesplitst in een parterre en twee balkons. De oppervlakte van het podium het zou het ruimste van het land worden en een ultramoderne toneeltoren zullen de zaal voor alle muziekgenres en alle podiumkunsten geschikt maken. De kleine zaal, ook uiterst multifunctioneel, zal aan maximum 300 mensen plaats bieden.In zijn beleidsplan voor het concertgebouw merkt Hugo de Greef, intendant van Brugge 2002, op dat in Vlaanderen zelden een culturele infrastructuur gebouwd wordt waarbij de artistieke duiding vooraf helder was. In zijn plan stelt de intendant zelf de ambities scherp. Uit de studie van De Greef blijkt dat West-Vlaanderen op verschillende culturele vlakken ondervertegenwoordigd is: Er is geen opera. Er zijn geen grote gezelschappen en er is geen infrastructuur voor grotere klassieke concerten. Met uitzondering van een behoorlijk aantal culturele centra blijft de accommodatie voor artistieke podiumpresentatie in West-Vlaanderen zwak. Voor een belangrijk deel van het cultureel aanbod moet het publiek naar de andere provincies of naar Noord-Frankrijk uitwijken.In tegenstelling tot de algemene opvatting stelt De Greef vast dat dit in de praktijk niet gebeurt: Alhoewel het kwalitatieve aanbod van De Singel en het Kaaitheater een publiek uit heel Vlaanderen kan aantrekken, is dat in feite niet zo. Deze centra rekruteren hoofdzakelijk uit de eigen brede regio. Voor De Singel is dat 64 procent uit de streek van Antwerpen en voor het Kaaitheater 51 procent uit de Brusselse regio. Amper 12 procent (De Singel) en 5 procent (het Kaaitheater) van het publiek komt uit West-Vlaanderen. De mensen blijken dus niet mobiel.Besluit is volgens de Greef dat het Brugse concertgebouw een gat in de markt kan opvullen. Hij werpt ook zijn blik op een potentieel publiek uit Zeeuws-Vlaanderen en Noord-Frankrijk en op de 3 miljoen toeristen die Brugge jaarlijks aandoen. Voor de positionering van het concertgebouw binnen het Vlaamse landschap liet de intendant zich vooral door het voorbeeld van de Antwerpse Singel inspireren: De Singel biedt een binnenlands en buitenlands hedendaags aanbod dat op een groot publiek is gericht. Dat is ook de ambitie van Brugge.In het concertgebouw zullen vooral volgende disciplines aan bod komen: ballet, dans, muziek, muziektheater en in mindere mate film en theater. De Greef ziet voor het nieuwe kunstencentrum geen productieve taak: De opdracht van het Brugse concertgebouw is presentatie. Maar dat sluit niet uit dat we, door faciliteiten te verlenen, aan coproductie doen. Er zijn in ons land genoeg klassieke en hedendaagse muziekensembles die op zoek zijn naar werkfaciliteiten. Hetzelfde geldt voor dans en theater. Brugge kan met een aantal van hen aan de slag.In 2002 komt de exploitatie van het Brugse concertgebouw in handen van de organisatie Europese Culturele Hoofdstad. Vanaf het jaar daarop zal het kunstencentrum zelfstandig werken. De Greef verwacht dat het vier jaar zal duren om op kruissnelheid te komen, zowel voor de opbouw van de artistieke relaties, het publieksbereik over een heel seizoen, als voor de opbouw van de financiële draagkracht. Tijdens die overbruggingsperiode zal de infrastructuur ook ter beschikking staan voor commerciële activiteiten als congressen en populaire culturele activiteiten. Maar in eerste instantie zal het kunstencentrum zich zelfstandig en met partners artistiek profileren.Die partners zijn in Brugge duidelijk aanwezig: het Festival van Vlaanderen, de Werf (jazz), de Cactus (clubcircuit), enzovoort. Het concertgebouw wordt een zelfstandige VZW. Lieven Struye is aangesteld als zakelijk directeur. Eind dit jaar wordt bekend wie de artistieke leider wordt. Er zullen 35 medewerkers nodig zijn. De Greef heeft ook al een voorzichtige begroting opgemaakt. Vanaf 2003 kan het concertgebouw een artistiek en financieel plan indienen. De Greef schat de werkingskosten op 200 miljoen. De helft zou van overheidssubsidies komen, de rest van eigen inkomsten en sponsoring. Voor 2002, het jaar van de vuurdoop, heeft Bert Anciaux alvast 10 miljoen van de Vlaamse overheid veil. Vanaf 2003 spreekt de minister van Cultuur van een stevig bedrag. GVDP