Bukken is niet buigen

De titel vergt uitleg. De filmmaakster weet het, want ze haalt er meteen zelf de Larousse-encyclopedie bij. Glaner betekent zoveel als ramasser les épis qui trainent dans les champs, après lenlèvement des récoltes et avant quon y ait conduit les moutons., meer figuurlijk: trouver des restes là où dautres ont fait damples provisions. Glaneur, glaneuse: celui, celle qui glane. En niet te vergeten: Les glaneuses, het beroemde negentiende-eeuwse schilderij van Jean-François Millet waarvan de bookshop van het Musée dOrsay jaarlijks zon 12.000 postkaartversies over de toog doet gaan. Vandaar dus de titel: Les glaneurs et la glaneuse. Voor de Angelsaksische markt vertaald als The Gleaners and I, omdat er in het Engels geen vrouwelijke verbuiging van het substantief voor handen blijkt. In het Nederlands zou dat worden Ik en de arenlezers. Gelukkig worden buitenlandse filmtitels in onze regio nooit vertaald.De film begint bij het schilderij van Millet die met zijn pittoresk portret van drie sprokkelende vrouwen in het korenveld een allegorie van nederigheid heeft geborsteld. De film begint net zo goed bij het degelijke consumentenmodel van de digitale videocamera dat de filmmaakster pas heeft ontdekt. Zij is nochtans geen beginneling. Integendeel, Agnes Varda wordt dit jaar 75 en kan terugblikken op een carrière van bijna een halve eeuw. In 1954 verschijnt ze met een knal op het toneel met La pointe courte, een moderne film over het moderne leven nog lang voor Godard, Truffaut, Chabrol, Rohmer de jonge goden van de nieuwe Franse cinema worden. De enige vrouw in dat selecte mannenclubje bevestigt haar positie met Cléo de 5 à 7 (1961) en Le bonheur (1964), twee vaak over het hoofd geziene klassiekers die haar de reputatie van de grootmoeder van de nouvelle vague opleveren. Sindsdien heeft Varda gestadig voortgebouwd aan een uitgebreid oeuvre op het kruispunt van autofictie en documentaire. Het laatste decennium van vorige eeuw heeft ze vooral de herinnering aan haar in 1990 overleden man en filmmaker Jacques Demy levendig gehouden. Aan de start van het nieuwe millennium betekent Les Glaneurs et la glaneuse voor haar in menig opzicht een nieuw begin.Varda behoort tot (de doyens van) die generatie documentaire filmmakers voor wie de overstap van pellicule naar video geen evidentie is. Alain Cavalier, Raymond Depardon, Abbas Kiarostami, Chantal Akerman, Boris Lehman, wijlen Johan van der Keuken en Robert Kramer hebben allemaal de extreme flexibiliteit van de digitale camera in hun films gethematiseerd. Bijna stuk voor stuk hebben ze zich bij intrede van het nieuwe medium teruggeplooid op zichzelf of zijn ze aan de slag gegaan met een minimale ploeg. De digitale apparatuur voor opname en montage maakt éénmans- of familiebedrijfjes, en daarmee niet-geijkte manieren van produceren en vertellen, meer dan ooit mogelijk. Het huis- tuin- en keukenfilmmaken dat ooit het kenmerk was van de klassieke experimentele film (op super-8 en 16 mm) heeft zich zo voor een stuk gereïncarneerd in een comtemporaine documentaire praktijk waarin de introspectieve blik samenvalt met een kijk op de wereld. Cineast Chris Marker formuleert het zo: Les outils existent maintenant pour quun cinéma de lintimité, de la solitude, un cinéma élaboré dans le face-à-face avec soi-même, celui du peintre ou de lécrivain, ait accès à un autre espace que celui du film expérimental.Die andere plek heeft Varda met haar versie van de nieuwe intimistische cinema duidelijk in volle daglicht gevonden. Voor een documentaire, en dan nog wel een die de vertrouwde formules aan zijn laars lapt, is Les Glaneurs et la glaneuse een enorm publiek succes geworden. Eerst in Frankrijk en daarna over de halve wereld is de filmmaakster onder de prijzen bedolven. Zowel met haar onderwerp als met haar manier van vertellen heeft zij in het huidige beeldlandschap een gevoelige snaar geraakt. Tv-reportagemakers doen er goed aan om aandachtig naar haar film te kijken vooraleer ze nog eens beweren dat zij de smaak van de kijker dienen. Vardas welslagen suggereert dat de kijker niet per se formats hoeft.Zij zelf rijgt de film à limproviste aaneen tot een patchwork van portretten en verhalen. Met haar lichte, wendbare camera gaat ze de hort op door ruraal Frankrijk. De ene persoon brengt haar al gauw bij een andere, de ene plek voert naar de volgende. Op zoek naar hedendaagse vormen van het arenlezen, krijgt ze behoorlijk wat hoeken van de Hexagone te zien. Haar ontmoetingen met excentrieke levensgenieters, doodgewone gezinnen, marginalen, verschoppelingen en borderlinegevallen vormen tesamen een fraai portret van de moderne welvaartstaat. Maar in tegenstelling tot zovele tv-makers die de human interest hoog in het vaandel hebben, etaleert Varda goedkoop sentiment noch dure woorden. Wars van alle professionele keursregels sprokkelt zij losjes haar beelden bijeen, als volwaardige glaneuse onder de glaneurs. De praktijk van het arenlezen mag dan stricto sensu tot het verleden behoren, toch wordt er dezer dagen behoorlijk wat bijeengeraapt in Frankrijk. Er zijn de ingewijden die weten dat er in het kielzog van de aardappeloogst tonnen te kleine en te grote aardappelen voor het rapen op de akkers achterblijven. Er zijn de fijnproevers die in het oesterseizoen weten hoe dicht ze de uitgebate banken mogen benaderen om de overtollige oogst gratis en voor niks te vergaren. Er is de chef van het tweesterrenrestaurant die liever zijn verse tuinkruiden in de omliggende heuvels gaat plukken dan ze in de delicatessenzaak duur te betalen. Er zijn de fruitliefhebbers die met lede ogen moeten toezien hoe sommige boeren hun vijgen en druiven aan de stam laten rotten omdat de grappillage (de plukversie van het ramasseren) bij wet verboden is. Er is de rechter die temidden van het kolenveld met het strafwetboek in de hand uiteenzet dat het historische gebruik van de glanage overdag na de oogst is toegestaan. Er zijn de kunstenaars die sculpturen en zelfs hele bouwwerken optrekken uit restafval en wegwerpmaterialen. En er zijn de daklozen die zichzelf genoodzaakt zien hun dagelijkse maaltijd uit de vuilbakken van supermarkten en eethuizen te selecteren. De lijst van ontmoetingen in Les Glaneurs et la glaneuse is lekker lang. De uiteindelijke optelsom toont een diepgewortelde strategie van dagdagelijks verzet tegen de verspilzucht van onze overvloedige consumptiemaatschappij. Varda presenteert deze hedendaagse voorbeelden van arenlezen zonder onderscheid: zelfgekozen e(ste)thiek of noodgedwongen overlevingsplan, de glanage verraadt altijd en overal vindingrijke verschijningsvormen van aanpassingsvermogen en plantrekkerij. Dit mag dan het terrein zijn van tweedehandszaken, tweedehandswinkels, rommelmarkten, curiosa, recyclageparken, storten, afvalbergen, kortom, die vele blinde vlekken die het moeten afleggen tegen de onophoudelijke stroom van reclameboodschappen voor de allernieuwste waren, toch delen al deze hergebruikers hun trots met de gekromde vrouwen uit Millets schilderij. Bukken is niet buigen, zo lijkt Varda in haar roadmovie te concluderen. Dezelfde vaststelling geldt haar eigen gevorderde leeftijd: terwijl de jaren snel voorbij gaan, vergaapt de fiere cineaste zich aan die beelden waaraan een ander geen aandacht schenkt. Ze hanteert het frisse perspectief van haar dv-cam zoals een amateurfilmer of een eerstejaarsstudent aan de filmschool dat doet. Pret en nieuwsgierigheid troef achter de lens: ze registreert en becommentarieert mensen, dieren, planten, landschappen, zichzelf. Ze filmt de levervlekken op haar handen en de wortels van haar grijze haren in close-up terwijl ze zich luidop afvraagt of ook zelfkennis kan worden bijeengesprokkeld. De aanstekelijke vitaliteit van deze bejaarde regisseuse is te veel voor één film. En dus heeft ze, speciaal voor de dvd- en videorelease, een vervolg gemaakt. In Deux ans après zoekt ze de mensen uit de eerste film opnieuw op om te zien hoe het hen is vergaan, of ze de film hebben kunnen smaken en of hij een effect in hun leven heeft gesorteerd. De filmmaakster trekt een tweede keer de wondere wereld van de arenlezers in, dit keer op zoek naar de resultaten en gevolgen van haar beroep. In zestig minuten schildert ze een aardig aantal vignetten die nu meer vertellen over haar manier van werken dan over de glanage zelf. De korte sequel is een warme bedankbrief aan de vele kijkers die haar fanmail hebben toegestuurd. Bij wijze van toegift offreert ze een beknopte geschiedenis van het arenlezen, een charmante rondleiding doorheen een eigenhandig samengesteld Musée des glaneuses (met schilderijen van 17de en 19de eeuwse meesters) en, zoals het een echte huis-, tuin- en keukenfilmer past, een kort portret van haar poes.Les glaneurs et la glaneuse (2000, 80 min.) en Deux ans après (2002, 60 min.) van Agnes Varda, dvd en VHS.Samenstelling: Herman ASSELBERGHSSchrijversliefdeIn de zalen loopt momenteel The Hours, de update van Ms. Dalloway die ook een hommage aan het echtpaar Virginia & Leonard Woolf wil zijn. Wie graag een traan plengt over het intense liefdesleven van beroemde literaire koppels kan in de (betere) buurtvideotheek terecht voor: ShadowlandsRichard Attenborough, 1993, 131 min.Anthony Hopkins is de Britse auteur C.S. Lewis, Debra Winger de Amerikaanse dichteres Joy Gresham. Zij is een fan die in Oxford bij hem op de thee gaat en voor de rest van haar korte leven blijft. Wat begint als een vriendschap en een botsing tussen culturen eindigt als een innige romance bezegeld in de (kanker)dood. Een anachronistisch maar superieur melodrama in Britse onderkoelde stijl.Henry & JunePhilip Kaufman, 1990, 123 min.Fred Ward is Henry Miller, Uma Thurman zijn vrouw June en Maria de Medeiros zijn minnares Anaïs Nin. Machoman Henry stort zich met overgave in een ménage à trois terwijl hij wroet aan zijn eerste grote doorbraak Tropic of Cancer. Met June maakt hij ruzie over haar weinig accuraat portret in het manuscript. Met Anaïs is hij het oneens over schrijfstijl en structuur. In bed verloopt met beiden gelukkig alles op rolletjes in deze recreatie van edelkitsch van het bohémien-Parijs anno jaren 30. Tom & VivBrian Gilbert, 1994, 115 min.Willem Dafoe is de Amerikaanse dichter T.S. Elliot, Miranda Richardson de Britse aristocratendochter Vivienne Haigh-Wood. Hij is een ambitieuze artiest die zit opgescheept met een excentrieke, creatieve, neurotische echtgenote. Eenmaal een beroemd man dumpt hij haar in een psychiatrische instelling waar ze de laatste twaalf jaar van haar leven doorbrengt zonder nog een woord van hem te horen. Een mislukt heronderzoek van de geschiedenis met goedbedoeld uitgangspunt: wat toen vrouwelijke hysterie heette, heet nu ongelijke kansen.