Catch Me If You Can

Professioneel en privé (geen nieuws is goed nieuws) gaat het Steven Spielberg de laatste jaren enorm voor de wind, maar dat positivisme weerspiegelde zich vreemd genoeg niet of nauwelijks in zijn werk. Van zijn vijf meest recente films viel enkel aan Jurassic Park II: The Lost World gerechtvaardigd plezier te beleven. De rest was filmisch weliswaar knappe vertelkunst, maar inhoudelijk zag het er allemaal bijzonder donker uit. Zeg nu zelf: in Amistad ging het over slavernij, in Saving Private Ryan over de gruwelen van het front tijdens de Tweede Wereldoorlog, in A.I.: Artificial Intelligence over een robotjongetje dat mens wil worden en in Minority Report over een wereld waar het ogenschijnlijk revolutionaire gebrek aan misdaad één grote leugen blijkt te zijn. Niet meteen verhalen waar een mens echt vrolijk van wordt, en blijkbaar had Spielberg zelf ook dringend nood aan wat frisse lucht. Dat merk je bij Catch Me If You Can al van bij de openingsgeneriek, een Pink Panther-achtige animatie van wat deze film te bieden heeft. We zien een kerel die achtervolgd wordt, in allerlei situaties belandt en telkens nipt uit de handen van de wet blijft. De kerel heet Frank Abagnale Jr, en in de jaren 60 wist hij de wereld (en de FBI in het bijzonder) jarenlang voor de gek te houden. Hij dokterde een ingenieuze fraude met cheques uit en slaagde erin om zich voor te doen als onder meer een piloot en een chirurg, zonder dat iemand hem door had. De reden waarom het zo lang duurde voor de FBI hem op het spoor kwam, was Abagnales prille leeftijd: de man was nog geen twintig. Hij werd daarmee de jongste man die ooit op de Most Wanted-lijst van de FBI terecht kwam.Spielberg amuseert zich kostelijk met Abagnales omzwervingen en het publiek volgt hem met genoegen, ook al omdat het per definitie plezierig is om een figuur aan het werk te zien die het Systeem belazert. In het begin van de film zien we hoe Frank op een nieuwe school belandt en daar prompt aangepakt wordt door een pestkop. Waarna onze held zich succesvol voordoet voor de nieuwe leraar Frans (zijn ma is Française) en pas na een week ontmaskerd wordt. Geestige toestanden, maar Spielberg grijpt dit verhaal aan om ook nog iets anders te zeggen. Catch Me If You Can speelt zich af in een periode waar the sky the limit was. De Tweede Wereldoorlog was voorbij, de economie draaide op volle toeren, elke dag kwamen nieuwe producten op de markt en de reclame toonde niets dan blije gezinnen die trots om hun kersverse koelkast stonden te pronken. Dat enthousiasme straalt ook van de film af, maar Spielberg laat zien dat de medaille twee kanten heeft. Als Abagnale een oplichter is geworden, dan was het omdat zijn vader hem de knepen van het vak had geleerd. Frank Abagnale Senior (uitstekende rol van Christopher Walken overigens) was iemand die in zijn diepste binnenste geloofde in de Amerikaanse Droom. Zijn favoriete verhaal was niet voor niets dat van de twee kikkers in de emmer melk. De ene gaf het al snel op en verdronk, de ander bleef trappelen tot de melk boter werd en hij kon ontsnappen.Maar de melk waarin vader Abagnale zich zelf bevond, wou maar niet klonteren (ook al omdat hij zijn leven lang gefraudeerd had) en toen de belastingen hem eindelijk te pakken hadden, kostte hem dat zijn zaak en de chique levensstijl van zijn gezin. Wat zijn echtgenote dan weer in de armen dreef van zijn (rijke) beste vriend. Niet dat de film ooit expliciet maatschappelijke of politieke kritiek durft te uiten. De naakte waarheid mag dan zijn dat de Abagnales, zoals zovele andere gezinnen, tot elke prijs status en rijkdom wilden vergaren, Spielberg spitst het uiteindelijk toch weer toe op het familiale. Zijn uitleg voor het gedrag van Frank Junior is dat de jongen alles deed om weer rijkdom te verwerven omdat hij zo hoopte om zijn ouders terug bij elkaar te krijgen. Spielbergs favoriete thema, zeg maar. Hij komt tenslotte zelf uit een gebroken gezin en keert telkens weer op het onderwerp terug. De FBI-agent die de jonge Frank achterna zit, wordt op de duur trouwens diens surrogaat-vader. Maar zoals zo vaak bij Spielberg zijn het niet de filosofische, politieke of zelfs sociale themas die de moeite waard zijn. Als Catch Me If You Can twee uur lang kan boeien, is het in de eerste plaats door zijn aanstekelijke speelsheid en zijn guitige gevoel voor humor. En daar zijn we zeker ook al tevreden mee.Van Steven SpielbergMet Leonardo DiCaprio, Tom Hanks, Christopher Walken, Nathalie Baye, Jennifer Garner, James Brolin, Martin SheenLora de religioneNiet dat het iets wil zeggen, maar Lora de religione werd toen hij in de Italiaanse zalen kwam, aangevallen door de Italiaanse Bisschoppenconferentie. Godslastering! schudden ze het grijze hoofd, wat natuurlijk van de weeromstuit meer volk naar de bioscoop lokte. Goed voor Marco Bellocchio, de gerenommeerde Italiaanse cineast die in de jaren 60 en 70 een hele reputatie had opgebouwd (onder meer dankzij zijn opgemerkte Fist in His Pocket uit 1965), maar op zijn 63ste wat in de vergetelheid was geraakt. In tegenstelling tot The Magdalene Sisters, Peter Mullans aanklacht tegen katholieke onmenselijkheid die vorige week in onze zalen kwam en ook veroordeeld werd door de Kerk, zijn de emoties in Lora de religione ver te zoeken. De gebeurtenissen op zich mogen dan dramatisch zijn, Bellocchio is meer geïnteresseerd in de ideeën dan in de personages. Het gaat erom dat een diepe religieuze vrouw die ooit vermoord werd door haar geestelijk gestoorde zoon voorgedragen wordt als potentiële heilige. Maar daar is de hoofdfiguur van de film, Ernesto, het niet mee eens. De vrouw in kwestie was ook zijn moeder en hij heeft altijd een grondige afkeer gehad voor haar onvoorwaardelijke geloof en haar makke houding. Zelf is hij een overtuigd atheïst, en die filosofie wordt in de loop van de film uitgedaagd. Alle andere figuren die hier rondlopen, dienen namelijk enkel en alleen om Ernestos overtuiging te doen wankelen. Er is bijvoorbeeld Ernestos zoontje, dat God lijkt te ontdekken. Eén van zijn broers heeft zich onlangs tot het katholicisme bekeerd. Een oude vriend genas naar eigen zeggen van zijn geestesziekte door Ernestos moeder te aanbidden. Een tante ziet de heiligverklaring als een manier om de familie bekend te maken. En er is de mooie lerares (godsdienst natuurlijk) waar Ernesto verliefd op wordt. Lokt ook maar één van die figuren enig gevoel uit? Nee. Wat telt voor Bellocchio, is de gedachte die ze vertegenwoordigen. Zelfs Ernesto is in wezen niets meer dan een symbool, en aan het eind van de film is hij niks wijzer of rijper geworden dan hij bij het begin was. De opzet van Lora de religione is intrigerend, maar Bellocchio pakt het zo zoutloos aan dat hij zich eigenlijk bezondigt aan hetzelfde soort bombast waarvoor hij de kerkelijke instellingen met de vinger wijst.Van Marco BellocchioMet Sergio Castellitto, Maurizio Donadoni, Piera Degli Esposti, Toni Bertorelli, Alberto Mondini, Jacqueline Lustig, Chiara ContiSon of the Bride98 procent van de Latijns-Amerikaanse cinema gaat over een arme jongen die een dief wordt of een arm meisje dat in de prostitutie belandt, geeft de Argentijnse regisseur Juan José Campanella als reden voor zijn Son of the Bride. Ik wou laten zien hoe het leven van het overgrote deel van de Argentijnse er echt uitziet. Dat overgrote deel van de Argentijnse bevolking bestaat namelijk uit hardwerkende burgers die weigeren om zich neer te leggen bij de economische crisis die er heerst en zich met hart en ziel wijden aan hun job. Tenminste, dat mogen we opmaken uit Son of the Bride. Het hoofdpersonage, Rafael, liet zijn rechtenstudies vallen om het restaurant over te nemen dat zijn ouders destijds gestart waren en dat failliet dreigde te gaan. Door keihard te werken en er al zijn tijd aan te besteden, kreeg Rafael de zaak weer draaiende, maar de inspanning gebeurde niet kosteloos. Op zijn 40ste is Rafael een gescheiden man met een dochter die hij veel te weinig ziet, een mooie vriendin die hij al te vaak verwaarloost, nauwelijks echte vrienden en een verdachte pijn in de borst. Bovendien wil zijn vader dolgraag zijn (intussen demente) vrouw het kerkelijke huwelijk schenken dat ze hebben moeten missen, wat bij Rafael op zwaar verzet stuit. Met zon beginsituatie kan je eigenlijk maar één richting uit, en dat is het voornaamste probleem met Son of the Bride. Hoe charmant en geloofwaardig en geestig Juan José Campanella zijn personages en hun levens ook schetst, je weet op voorhand waar het naartoe gaat. De enige hamvraag die de film enigszins suspens geeft, is of Rafael zijn restaurant zal verkopen en rentenieren op de winst (al dan niet in Mexico), dan wel of hij toch zal verder zwoegen om de zaak in eigen handen te houden. Wat dan nog overblijft, is een innemend verhaal dat veel te lang uitgesponnen wordt. Wat Son of the Bride er overigens niet van weerhield om vorig jaar genomineerd te worden voor de Oscar van de Beste Buitenlandse Film.Van Juan José CampanellaMet Ricardo Darìn, Héctor Alterio, Norma Aleandro, Eduardo Blanco, Natalia Verbeke, Gimena Nòbile, David MasajnikEerst en vooral willen we meegeven dat op wo 19/2 de 9de editie van het Gentse documentairefestival Viewpoint op gang wordt getrokken. Een week lang kunt u in cinema StudioSkoop en zaal Film-Plateau ongeveer 40 internationale documentaires ontdekken, een programmatie die aangevuld wordt met allerlei tentoonstellingen, ontmoetingen en andere evenementen. Voor alle inlichtingen: www.studioskoop.be. De retrospectieve rond de Aziatische cinema die in de Brusselse Styx-bioscoop loopt, kiest deze week voor Imamuras Gouden Palm-winnaar De aal en De Japanse erotische klassieker Lempire de sens. Meer inlichtingen: 02/512 21 02. De reizende karavaan kinderfilms Filmstones genaamd is weer in het land met een nieuw programmatie, die onder meer de Zweedse Tsatsiki, de Britse animatiefilm De GVR (naar het boek van Roald Dahl) en de Deense pre-puberkomedie Mirakel omvat. Alle informatie (ook over de verschillende bioscopen waar de Filmstones halt houden) vindt u op www.jekino.be. Het Brusselse Filmmuseum organiseert een cursus rond de legendarische Sovjetrussische cineast Sergeï Eisenstein. Elke week wordt een ander aspect van diens hoogst invloedrijke werk belicht. Op ma 17/2 is dat bijvoorbeeld Van intuïtie tot wetenschap, een lezing die achteraf geïllustreerd wordt met Pantserkruiser Potemkin. Meer inlichtingen: 02/507 83 70 of www.filmarchief.be. In het Antwerpse Filmmuseum worden op do 13/2 dan weer de blazers, gitaren en roffelende drums bovengehaald voor een heuse jazzavond. We krijgen eerst de documentaire The Apollo Story (over de geschiedenis van het beroemde zwarte muziekclub in Harlem) en daarna Variety at the Apollo met stukjes optreden van onder andere Cab Calloway en Nat King Cole. Meer inlichtingen: 03/233 85 71 of www.antwerpen.be/cultuur/cvb.