Advertentie
Advertentie

China: het nieuwe rijk van het midden

China is in zijn werelddeel een drijfkracht en een unieke referentie geworden. Als vierde handelsnatie (nog zesde twee maanden geleden) en zevende economie ter wereld, met een economisch groeicijfer van 7,3 procent, tegenover een wereldgemiddelde van 2,4 procent in 2001, en een aandeel in de wereldeconomie dat in vijf jaar zal verdubbelen van 3,5 tot 7 procent, is China een natuurlijke leider geworden. Het is ook de tweede beneficiant in de wereld, na de VS, van buitenlandse directe investeringen. De recente toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO) en de verkiezing als organisator van de Olympische Spelen in 2008, geven dat leiderschap een bijkomende langetermijndimensie. Zij gaan gepaard met belangrijke interne hervormingen.De originaliteit van Chinas huidige rol en plaats komt vooral tot uiting wanneer men even blijft stilstaat bij hun betekenis ten overstaan van zijn buurlanden. De Verenigde Staten zijn nochtans niet weg te denken als strategische en commerciële medespeler. Washington blijft de gesprekspartner bij uitstek, de enige waarmee in Beijing werkelijk rekening wordt gehouden. Een relatie gegroeid uit spanning en afhankelijkheid. In 2001 tekenden de VS voor 20,4 procent van de Chinese uitvoer en 17,2 procent van zijn invoer. Alle pleidooien voor democratie en mensenrechten ten spijt, hebben de VS zoals de rest van het Westen, de toetreding tot de WHO en de organisatie van de Olympische Spelen niet willen tegenwerken en beschouwen ze dat de Chinese reus beter geëngageerd deelneemt aan het wereldgebeuren nu het in geen geval nog kan geïgnoreerd worden.Japan is een even onontwijkbare partner. Het zorgt voor 16,9 procent van de Chinese export en 17,6 procent van zijn import. De korte afstand en een zekere Aziatische verstandhouding maken van Japan een bevoorrechte medespeler hoewel oorlogsherinneringen nog regelmatig roet in het eten gooien.Rusland is veeleer een grote buur dan een belangrijke partner. India, waarvan de bevolkingsomvang geleidelijk die van China inhaalt en in een niet zo verre toekomst zal voorbijschieten, treedt meer op als mededinger dan als partner. The new industrialised countries (NICs) (Zuid-Korea, Singapore, Taiwan) hebben hun gezamenlijke groei van 8,2 procent in 2000 naar 0,4 procent zien zakken. Zuid-Korea is een niet-onbelangrijke handelspartner van China (4,7 procent van de Chinese export en 9,6 procent van zijn import). Wanneer het over Taiwan gaat, heeft men meer oog voor spanningen met China dan belangstelling voor een gedeeltelijke, de facto economische integratie. Taiwan produceert bijvoorbeeld een vierde van s werelds IT-hardware waarvan een kleine helft in China.Andere Asean-landen zoals de Filipijnen, Indonesië, Maleisië en Thailand, kennen een gemiddelde groei van 2,3 procent (5 procent in 2000) en enkel voor Maleisië zijn de vooruitzichten uitgesproken positief. Dit geldt ook voor Vietnam.De Aziatische economische Tijgers werden zwaar getroffen door de Nasdaq-crash in april 2000, gevolgd door de aanslagen op 11 september die een vermindering met 31 procent van de export van halfgeleiders veroorzaakten. China werd hierdoor minder geraakt omdat export minder weegt in zijn BBP en de hightechcomponent van zijn exportpakket minder groot is. Na de Aziatische crisis van 97 veel beter te hebben overleefd dan zijn buren, is Chinas huidige bekommernis dat een muntontwaarding in de regio, in navolging van een yendevaluatie, een te sterke Chinese renminbi tot stand zou brengen. Maar Beijing heeft al bewezen dat het ook daarin weet te manoeuvreren.Last but not least, Hongkong, dat hoewel het politieke deel uitmaakt van China economisch nog relatief autonoom is, betekent 17,5 procent van de Chinese uitvoer tegen slechts 3,9 procent van zijn invoer. Hieruit blijkt duidelijk dat China de voormalige Britse kolonie handig gebruikt als eigen exportplatform.Deze korte vlucht over en rond China kan leiden tot enkele conclusies. In de eerste plaats komt China meer dan ooit over als een haard van dynamische ontwikkeling die nu reeds over Azië en de Stille Oceaan uitstraalt. Zo wordt het ook onvermijdelijk, een volwaardige wereldpartner. China kan, uit eigen belang, geen dreiging zijn en is dat, historisch gezien, ook nooit geweest. In China evolueert tegenwoordig alles twee- à driemaal sneller dan bij ons. Een dubbelspoorbeleid stimuleert zeer pragmatisch moderniseringen en remt afwijkingen af. In deze context groeit een Chinese privé-sector zienderogen. Een de facto democratisering ontwikkelt zich spontaan, via zich uitbreidende economische liberalisering en sociale vrijheden. Alles wijst erop dat de verwachte nieuwe leiding van de Volksrepubliek overtuigd dezelfde koers zal varen. Een dergelijke grondige, snelle evolutie zal niet zonder spanningen en opstanden plaatsvinden. Zij zijn eigen aan elke overgang naar een vrijemarkteconomie.China bepleit ijverig de totstandkoming van een multipolaire wereld ter opvolging van het bipolaire evenwicht tijdens de Koude Oorlog en van de hedendaagse, exclusief Amerikaanse voogdij. China doet daarvoor een beroep op de Europese Unie die het, althans voorlopig, niet meer beschouwt als een mogelijk politico-militair tegengewicht maar als een economisch zwaargewicht (de EU tekent voor 15,4 procent van de Chinese export en 14,7 procent van zijn import) en op dat vlak, een mogelijke bondgenoot tegen de VS.In de wereld van 2002 ontpopt China zich als een nieuw Rijk van het Midden. Het zou onverantwoord zijn hier geen rekening mee te houden.Jan HOLLANTS VAN LOOCKEDe auteur is erevoorzitter van de Belgisch-Chinese Economische en Commerciële Raad