Advertentie
Advertentie

Conservenrevolutie

De verkoop van bereide en snelle voeding kwam vanaf de twintigste eeuw in een stroomversnelling. Drie nieuwe technieken speelden hierbij een belangrijke rol: sterilisatie, het diepvriezen van voedsel en de conservatie in blik.Nicholas Appert, aanvankelijk een brouwer en later een verkoper van snoepgoed, stortte zich na zijn pensioen op de ontwikkeling van een techniek om verse voeding langer te kunnen bewaren. Hij werd gesponsord door Grimod de la Reynière, een van de voornaamste gastronomen uit het Frankrijk van de late achttiende eeuw. Napoleon, wiens leger op grote schaal voedsel verkwistte, beloofde een prijs van 12.000 frank voor degene die een goede methode kon ontwikkelen om voedsel te bewaren. Appert zou dankzij zijn sterilisatietechniek de fraaie som opstrijken. Vanaf 1804 werden zijn producten ook verscheept. Appert nam geen patent op zijn uitvinding en stierf arm in 1841. De Amerikaan Winslow verfijnde de nog niet onberispelijke sterilisatietechnieken van Appert. Ook Louis Pasteur bouwde verder op Apperts bevindingen.SardienDe koelkast heeft eigenlijk twee vaders. Ferdinand Carré en Charles Tellier waren ingenieurs. Carrés machine om ijsblokjes te maken was te zien op de wereldtentoonstelling van 1859 in Londen. Tellier zorgde als eerste voor de trans-Atlantische verscheping van vlees in 1925. De vriestechniek stond echter nog in haar kinderschoenen en vaak was het voedsel al te zeer uitgedroogd. Enkele jaren later vond Charles Birdseye een antwoord op dat probleem. Door snelvriezen bij extreem lage temperaturen zou het voedsel zijn textuur bewaren. De diepvriezer was geboren. De Zweden en de Amerikanen voerden deze techniek nog voor de Tweede Wereldoorlog in. Na 1950 volgde de rest van Europa.Conserven werden vanaf de negentiende eeuw met de hand gemaakt. Na 1810 treft men al gauw heel wat conservenfabrieken voor vlees en vis aan in Engeland en Schotland. De VS en Australië reageerden snel met eigen fabrieken. De Frans-Duitse oorlog, de burgeroorlog in Noord-Amerika en de conflicten in de Krim stimuleerden de aanleg van conservenfabrieken. Na 1880 vormden de explosief groeiende steden een sterke prikkel voor de uitbreiding van deze industrie. Een van de meest ingeblikte vissoorten was de sardien. Die werd in antieke tijden in zout en tijdens de Middeleeuwen in azijn bewaard. Joseph Moulin adapteerde Apperts sterilisatietechnieken voor het inblikken van sardienen. Hij gebruikte de tinnen blikken die door de Nederlanders en de Britten waren geperfectioneerd en opende in 1824 de eerste Franse conservenfabriek voor vis. De uitvinding van de blikopener stamt pas uit 1875. Daarvoor diende de consument het blik te openen met een hamer of beitel, of liet hij dat over aan de winkelier. KM