Advertentie
Advertentie

Containerwrevel

Het Antwerpse Havenbedrijf nam een rationele beslissing door zowel het Britse P&O Ports als de tandem Hessenatie-Noord Natie een containerterminal toe te kennen ten zuiden van Doel. Aanvankelijk was het de bedoeling slechts één concessie toe te wijzen, maar omdat beide groepen een sterk investeringsplan hadden, besloot het Havenbedrijf gelijktijdig twee concessies uit te besteden. De tandem Hessenatie-Noord Natie, die fusieplannen smeedt, kan op die manier zijn almaar groeiende containertrafieken blijven opvangen. Met het Britse P&O Ports klinkt het Havenbestuur één van de grootste goederenbehandelaars ter wereld aan zijn haven. Bovendien krijgt het onrechtstreeks de garantie dat het machtige P&O Nedlloyd, de derde containerrederij ter wereld, zijn aanlopen in Antwerpen niet vermindert.De beslissing van het Havenbedrijf, dat de afgelopen weken onder zwaar lobbyvuur lag, lijkt derhalve, en dat zeggen ook outsiders, heel logisch. Maar niet iedereen deelt die mening. Zowel CMB, CMB-dochter Hessenatie, als Noord Natie voelt zich gepasseerd en begrijpt niet dat het Havenbestuur de derde terminal niet aan hen toekent, maar aan de buitenlandse concurrent P&O Ports. Dat ze een vierde terminal krijgen, is volgens hen een doekje voor het bloeden omdat die terminal hen sowieso twee jaar geleden al was beloofd. Ze vergeten er wel bij te zeggen dat de toekenning voor die vierde concessie aanvankelijk veel later was gepland. De zenuwachtigheid bij de Antwerpse goederenbehandelaars is vooral psychologisch en in die zin enigszins te begrijpen: ze verwachtten meer (politieke) steun voor hun fusieproject. Ze zijn kribbig omdat ze nu al worden geconfronteerd met capaciteitsgebrek en volgend jaar wordt het wellicht nog erger. Dat betekent verlies van klanten en geld. De eerste terminal aan het Deurganckdok opent immers pas begin 2002. De capaciteitsuitbreiding kan de groei van de containeroverslag niet volgen. Als je dan afhangt van overheidsbeslissingen, is dat voor een privé-bedrijf frustrerend. Toch kon het Antwerpse Havenbedrijf niet anders dan P&O Ports ook een terminal aanbieden. De twee Antwerpse goederenbehandelaars hebben nu al bijna 90 procent van de Antwerpse containertrafiek in bezit. Krijgen ze het volledige Deurganckdok in handen, dan dient de Europese Commissie, die ook de monopoliepositie per land onder de loep neemt, zeker bezwaar in. Een monopoliepositie is niet gezond, ook niet voor een haven. Dat blijkt uit de situatie in Rotterdam, waar goederenbehandelaar ECT, dat ongeveer 70 procent van de trafieken controleert, niet direct superefficiëntie kan worden verweten. Het Antwerpse Havenbestuur vraagt ook inspraak in de bedrijven die de concessies krijgen. De havendirectie wil vermijden dat CMB of P&O hun containerterminals afstoten zonder het Havenbedrijf daarin te kennen. Dat klinkt opnieuw logisch als je kijkt naar Rotterdam, waar ECT plots door zijn drie aandeelhouders in het uitstalraam werd gezet en werd verkocht aan het Hongkongse Hutchison. Het Rotterdamse havenbestuur kan op de valreep verankeren. Een echte participatie van een Havenbedrijf in een goederenbehandelaar, zoals in Rotterdam, is onverstandig. Maar een soort voorkooprecht in geval van verkoop, lijkt terecht. Met het concessiebeleid is immers voor miljarden franken overheidsgeld gemoeid. Dat geef je niet zomaar uit handen. Marc DE ROO