Advertentie
Advertentie

Convergentie met telecom en internet doet mediabedrijven zwaar investeren

Hoewel de media-aandelen sinds november 1999 aan een opwaartse klim begonnen, ontstond de ware mediahype op 10 januari 2000 toen de fusie tussen het Amerikaanse Time Warner en America Online werd aangekondigd. Deze fusie was de eerste fusie die ooit plaatsvond tussen een mediabedrijf en een internetbedrijf. Op 15 februari maakte Lagardère, de grootste uitgever van magazines ter wereld, een internetalliantie bekend met de Duitse telecomgigant Deutsche Telecom. Door deze convergentie tussen media, telecommunicatie en internet moeten mediabedrijven zwaar investeren om als contentleverancier hun plaats op het internet te verdienen. De exuberante koersstijgingen van de media-aandelen sedert november 1999 waren van eenzelfde kaliber als die van de internet- en telecomaandelen. Canal Plus bijvoorbeeld zag zijn aandeel op bijna vier maanden tijd verviervoudigen. De internetstrategieën die de mediabedrijven systematisch bekendmaakten vormden een eerste verklaring voor de mediahausse. Hierdoor werden mediabedrijven meer en meer als internetspelers aangezien en gewaardeerd. Bovendien ontstond met de fusieplannen van Carlton Communications en United News en de megadeal tussen America Online en Timer Warner een nieuwe fusiekoorts die steun gaf aan de opverende koersen.TelevisieDe eerste Europese ontwikkelingen deden zich voor in het televisielandschap. Op 26 november 1999 maakten Carlton Communications en United News hun fusieplannen bekend waardoor de grootste commerciële televisiegroep in Groot-Brittannië zou ontstaan. De aankondiging van de fusie kreeg heel wat tegenwind. Onder meer de Britse tv- en hotelgroep Granada, die door de fusie haar positie in de Britse ITV fel ziet afgezwakt, probeerde roet in het eten te strooien. Ook de Britse uitgever Pearson, die dringend op zoek is naar een tv-publiek en inkomsten, verscheen in beeld. Op 8 februari 2000 maakten de Britse mededingingsautoriteiten bekend dat Carlton en United News nog drie maanden langer moeten wachten op een eventuele goedkeuring van de fusie. In Frankrijk deed de televisiezender TF1 zijn plannen uit te doeken om een joint venture met Carlton Communications op te richten die 100 miljoen euro zou investeren in Europese internetactiviteiten. Ook de Luxemburgse Frère-holding Audiofina investeerde zwaar om zijn strategische positie verder uit te bouwen. Audiofina bezit 50 procent van de holding CLT-UFA, de grootste commerciële tv-groep van Europa. CLT-UFA controleert enkele van de grootste Europese televisiezenders, waaronder het Duitse RTL en het Franse M6. Ten slotte zaten ook de betaalzenders niet stil. De grootste Europese betaalzender Canal Plus, bracht zijn internetdiensten onder in een spin-off, Canal Numedia. De Britse betaalzender BskyB uit de mediagroep News Corp van Rupert Murdoch richtte een aantal joint ventures op die de aanwezigheid in internet en e-commerce moeten verhogen. Mede hierdoor boekte BskyB over de laatste helft van 1999 een verlies van 61,5 miljoen pond tegenover een winst van 53,2 miljoen pond een jaar eerder. UitgeversgroepenOok de uitgeversgroepen tasten zwaar in de geldbuidel om on line te gaan. De Nederlandse uitgever VNU kondigde onlangs een kapitaalverhoging van 260 miljoen euro aan. Die kapitaalverhoging zal aangewend worden voor overnames en uitbreiding van de internetactiviteiten. De zware inspanningen werden door de belegger gesmaakt, want het aandeel ging inmiddels meer dan 100 procent hoger. Hoewel de andere Nederlandse uitgevers Wolters Kluwer en Elsevier zich meer op de achtergrond hielden, profiteerden de aandelen mee van de mediahausse. Dat het ook anders kan, moest onlangs de Britse uitgever Reuters ondervinden. Toen Reuters-directeur Peter Job in oktober 1999 met geen woord repte over de internetactiviteiten, werd het aandeel zwaar afgestraft: het ging 40 procent lager. Later op het jaar deed Peter Job zijn internetstrategie met veel bravoure uit de doeken en het aandeel spurtte sindsdien 100 procent hoger. Lagardère, de Franse media- en transportgroep, vormt sinds januari met Canal Plus een digitale tv-alliantie om programmas te creëren die gebaseerd zijn op de magazines van Lagardère. Op 15 februari maakte Lagardère de verkoop van Club Internet aan Deutsche Telecom bekend. In ruil hiervoor verkrijgt Lagardère een belang van 6,5 procent in T-Online, dat over een klantenbestand van 4,2 miljoen beschikt. Verder zullen de twee bedrijven een joint venture oprichten die zal investeren in internetactiviteiten zoals on line bankieren en e-commerce. KatalysatorDe belangrijkste katalysator voor de mediahype was echter de Amerikaanse fusie tussen America Online en Time Warner. De fusie tussen het mediabedrijf en internetbedrijf was het ultieme bewijs dat de convergentie tussen internet, media en telecom belangrijke vormen aanneemt. Ook Vivendi en de globale mobiele operator Vodafone richtten onlangs een joint venture op. Bedoeling is een portaalsite voor het internet te ontwikkelen die toegankelijk moet zijn via een tv-toestel, een pc, mobiele en vaste telefoons en handcomputers. Binnen deze convergentie nemen mediabedrijven de positie in van contentleverancier. Terwijl de infrastructuur en het platform door telecom- en internetbedrijven gecreëerd worden, staan de media in voor de inhoud op het internet. Waar enerzijds het netwerk en de bekabeling uniform zijn voor heel Europa, is het leveren van inhoud nog steeds lokaal door de grote taal- en cultuurverschillen. Verder zijn er nog steeds de politieke restricties in verband met het media-aanbod. Analisten gaan er daarom van uit dat er in de mediasector niet eenzelfde concentratiegolf zal tot stand komen als in de telecommunicatiesector. Tussen mediabedrijven zullen vooral lokale concentraties optreden. Anderzijds zal de convergentie tussen media, telecom en internet ongetwijfeld voortgezet worden. In een dergelijk snel evoluerend landschap is het koffiedik kijken welke mediabedrijven het best gewapend zijn om te overleven. De recente hausse heeft de onzekerheid in de sector nog doen toenemen. Het potentieel mag dan wel enorm zijn, het blijft moeilijk meetbaar en de huidige waarderingen lijken op los zand gebouwd. InternetwaarderingVolgens Merril Lynch werden de traditionele waarderingsmethoden, zoals het Dividend Discount Model voor mediabedrijven overboord gegooid en vervangen door de internetwaardering. Dit komt sterk tot uiting wanneer we de koersdoelen, uitgebracht in december 1999, vergelijken met de koersdoelen die in februari 2000 werden uitgebracht door een selectie van analisten van beurshuizen. Hoewel de koersdoelen substantieel stijgen, wordt de verwachte winst per aandeel voor 2000 en 2001 zelfs naar beneden bijgesteld. Net zoals voor de internetaandelen wordt een aanzienlijke toename van de cashflow pas in een later stadium verwacht. De essentiële vraag die hier moet worden gesteld, is of de hoge waardering van alle media-aandelen gerechtvaardigd is. De hausse in de Europese mediasector gebeurde immers zonder veel discriminatie. Beleggers stelden zich niet de vraag welke ondernemingen een internetstrategie hebben die geld oplevert. MarketingVolgens media-analist Guy Ratovondrahona van Gemini Consulting is de plotse opwaardering van de media-aandelen te rechtvaardigen. Met de komst van het internet werden de middelen en het marktaandeel van mediabedrijven geherwaardeerd. Een groot marktaandeel moet vooral een troef zijn op de sterk groeiende reclamemarkt. Het Franse TF1 bijvoorbeeld heeft met een marktaandeel van 25 procent een enorme marketingkracht op het internet. Verder biedt het internet ook voordelen inzake klantenbinding. Waar de mediabedrijven nu alleen statistische kennis hebben van hun marktaandeel, biedt het internet de mogelijkheid iedere abonnee persoonlijk te kennen. Volgens Ratovondrahona bieden deze twee evoluties een enorm potentieel en verhogen ze de mogelijkheden om iedere abonnee persoonsgebonden diensten aan te leveren. Dit moet op zijn beurt resulteren in een hogere opbrengst per abonnee. Niet iedereen deelt echter deze visie. Alvorens de groei te kunnen bewerkstelligen, zijn kapitaalsinvesteringen noodzakelijk. Verschillende mediabedrijven hebben al ernstige inspanningen geleverd, terwijl andere mooie plannen hebben uitgewerkt. Of dit volstaat om de huidige hoge koersen te rechtvaardigen, is een andere vraag. Vorige woensdag nog verlaagden analisten van Morgan Stanley Dean Witter hun advies voor Canal Plus omdat de hoge koers niet gerechtvaardigd was. Een dag later werd het advies terug verhoogd. Hoe lang nog kunnen beleggers met deze onzekerheid leven? Peter VAN MALDEGEM