Dalende return op investeringen treft oliesector

De oliegiganten BP en Koninklijke Olie/Shell rapporteerden sterke cijfers voor het eerste kwartaal. Bij Koninklijke Olie zorgden de raffinageactiviteiten en de stroom- en gasactiviteiten voor verrassingen bij de analisten. Bij BP was het eveneens diezelfde gas- en stroomafdeling die gold als de positieve uitschieter samen met de chemieafdeling. Geen van beide aandelen behaalde echter koersprofijt als gevolg van de mooie winsten. Bij de bespreking van de resultaten stelt de zakenbankier Credit Suisse First Boston vast dat het resultaat van BP en Koninklijke Olie in lijn ligt met dat van het eerste kwartaal van 2001 en dit ondanks betere macro-economische condities, volumegroei en het terugdringen van kosten. De door BP naar voor geschoven prestatieverbetering in 2001 en 2002, een combinatie van groei en het terugdringen van kosten, voegde over deze periode 3 a 3,5 miljard dollar toe aan de winst voor belastingen. Het geinvesteerde kapitaal nam echter toe met 20 procent waardoor de return op het gemiddelde geinvesteerde kapitaal (ROACE) terugviel van 26 procent in het eerste kwartaal van 2001 naar 20 procent in het eerste kwartaal van 2003. Ook bij Koninklijke Olie zien we dezelfde evolutie met een terugval van de ROACE van 20 naar 18 procent. Kijken we naar de cashflowevolutie, dan merken we ook daar een terugval bij BP van 7,3 miljard dollar in het eerste kwartaal van 2001 naar 7 miljard. Dit geeft aan dat de reden voor de relatief zwakke resultaten tegenover 2001 niet het gevolg is van stijgende niet-kaskosten De trend is algemeen in de oliesector. Terwijl de overige sectoren de laatste jaren hun kapitaaluitgaven terugschroefden om het hoofd te bieden aan de crisis, streefde de oliesector uitdrukkelijk een groeistrategie na. Dit staat in scherp contrast met de periode 1992-2001 die gekenmerkt werd door zware herstructureringen. Berekeningen van Goldman Sachs geven aan dat bij de start van 2003 meer dan 90 procent van de oliebedrijven erop uit waren hun exploitatie- en productieactiviteiten te doen groeien. De terugval van de returns op de investeringen in dit segment (in 2002 gemiddeld goed voor 80% van de winst van de oliebedrijven) hoeft dan ook niet te verbazen. Sinds het derde kwartaal van 2002 trok de ROACE langzaam weer aan. De vraag is echter of deze evolutie zich in het tweede kwartaal zal kunnen doorzetten. De kans is klein dat de OPEC er in zal slagen het toegenomen olieaanbod van Irak te absorberen gelijktijdig met het in stand houden van een prijs voor een vat olie van 25 dollar. Daarenboven zijn de olieanalisten ervan overtuigd dat het eerste kwartaal van 2003 de piek is geweest van de huidige cyclus. Een terugval van de ROACE is dus waarschijnlijk. In de periode 2000-2002 kon de oliesector een betere koersprestatie dan de markt neerzetten ondanks een daling van zijn marges sinds 2001. De reden was dat de return op de investeringen in de overige sectoren nog een stuk sterker daalde. De situatie dreigt zich echter volledig om te keren met stabiliserende en zelfs langzaam aantrekkende ROACE voor de globale markt tegenover dalende returns voor de oliesector. Met een onderprestatie van 12 procent sinds begin maart door de oliesector anticipeerde de markt reeds gedeeltelijk op een dergelijke trend. KDL