Advertentie
Advertentie

Dan is alles kunst

Voor wie evenzeer gruwelt van de heiligenverering van John Lennon als van de oudejaarsperiode zijn dit harde tijden. Een simpele VHS-cassette kan soelaas brengen. The Fluxfilm Anthology onder de boom leggen of vinden, uitpakken en insteken en kerstavond ziet er direct heel anders uit. De twee uur durende beeldenstorm uit de vroege jaren zestig doet wellicht menige familiebijeenkomst in paniek uitzwermen over de aanpalende vertrekken. Vooraleer de Lennon-fans hun jaarlijkse rituele beluistering van Zijne Heiligheids kerstsingle kunnen aanvatten, zullen zij nog het snelst en verst weglopen bij het aanschouwen van de naam van de duivel in persoon: Yoko Ono, de feeks die de Beatles deed splitten en van John een kunstenaar wou maken. De Ono van deze filmcompilatie is nog niet de grote spelbreekster uit de popgeschiedenis en ook nog niet de has-been die ze was op de fatale dag dat een domme moordenaar besloot haar echtgenoot de eeuwigheid in te jagen (in plaats van hem in de vergetelheid te doen wegzinken). Deze Ono was in de jaren zestig filmmaakster in de schoot van Fluxus, een losvaste groepering van experimentele levenskunstenaars. De internationale vlag van Fluxus dekt vele ladingen, het is een amalgaam van individuen die eerder hun attitude delen dan een programma onderschrijven. Geen manifesten, ledenlijsten of stammentwisten zoals bij het surrealisme, maar beweeglijke samenwerkingsverbanden (in en tussen de Verenigde Staten, Europa en Japan) en open grenzen. Om te beginnen komen de inspiratiebronnen al uit verschillende windrichtingen: Fluxus is Dada meets Zen, Duchamp en Cage, anti-Kunst en boeddhisme. Het is het begin van de jaren zestig en het anti-autoritaire klimaat zwelt aan. De kunstenaar houdt niet van instituten, dus ook niet van het museum. Het werk moet de straat op, onder de mensen, midden in het dagelijkse leven terechtkomen. De maker doet een stapje achteruit, hij zet het evenement in gang, maakt de ervaring mogelijk voor de bezoeker, kijker, luisteraar, gebruiker. Het kunstwerk is een happening waarin alles zijn plaats vindt en waaraan iedereen kan participeren. De happening kan niet worden gereproduceerd; ze is vluchtig want site-specifiek en geïmproviseerd. John Cages compositie uit 52 doet het goed in die context: 4min 33sec werd oorspronkelijk in de concertzaal gespeeld maar vindt nu zijn weg naar de straat. Op een druk kruispunt brengt de componist zijn eigen uitvoering, zwijgend gezeten aan een gesloten piano voor de exacte duur uit de titel van het stuk. Het werk bestaat niet uit stilte maar uit het dagelijkse omgevingsgeluid dat nooit het zwijgen kan worden opgelegd en geen twee keer hetzelfde klinkt. Het kunstwerk benadert het leven en vice versa, dat is de wens van Fluxus-spilfiguur George Maciunas die speelsheid belangrijker acht dan de ernst en de technische vaardigheid die doorgaans van de kunstenaar wordt verwacht. Als bij wijze van demonstratie zorgt Cage in 62 zelf voor een update van zijn toonzettende compositie: de partituur van 0min 0sec bestaat uit één restrictie die ontelbare mogelijkheden opent. Er staat In a situation provided with maximum amplification (no feedback), perform a disciplined action: de allereerste uitvoerder nipte af en toe van een glas water terwijl hij aan tafel een brief schreef. Dan is alles kunst of dan kan ik ook kunst maken, zal u zeggen. De ware Fluxus-artiest zou die belediging graag als compliment hebben beschouwd en u nog hebben uitgelegd dat kunst meer kan zijn dan een schilderij aan de muur, zeker dat van de action-painter met zijn Grote Gebaren waartegen Fluxus zich expliciet afzette. Geen beter medium dan film om die stelling duidelijk te maken. Geen speelfilms met verhalen en acteurs weliswaar, maar geëxperimenteer met licht en verwachtingspatronen. De meeste Flux-films zijn trouwens niet door filmmakers gemaakt, het negeren van onderscheiden diciplines maakt deel uit van het spel. Nam June Paik bijvoorbeeld is aan het begin van de sixties nog componist wanneer hij Zen for Film maakt: een transparante strook pellicule die een half uur lang door de projector wordt gejaagd en tijdens elke nieuwe vertoning meer stof en krassen verzamelt. De acht minuten durende versie van deze radicale anti-film is op cassette een aardige opener voor The Fluxfilm Anthology die in totaal 37 confronterende titels telt. De langste film duurt 11 minuten en vormt bijna een uitzondering tussen al het puur visuele geweld van dikwijls minder dan een minuut. Tussen al het geflikker en geflits ogen de films van Ono nog verrassend figuratief. Zij huldigt het anti-spektakel, het kijken naar de meest triviale, toevallige gebeurtenis. In Eye Blink (35 sec) kijkt een oog terug naar de camera, in One (5 min) ontvlamt een lucifer om vervolgens uit te doven, Four (6 min) is een kleine catalogus van achterwerken van vrienden-kunstenaars. Gefilmd in extreme slowmotion stellen deze doodgewone beelden de kijker in staat stil te staan bij de wonderlijkheid van het alledaagse en drukken ze zijn/haar neus op de transformerende kracht van het voyeurisme. Te simpel? Te moelijk? Te veel haiku? Te weinig te zien? Yoko Ono is, zoals de legende het wil, niet toevallig de uitvinder van de term conceptuele kunst. En Fluxus vervangt graag Gebaar door Idee. De 37 films in The Fluxfilm Anthology vormen in feite één collectief werk zoals hun muziekopnames, hun publicaties en hun thematische culinaire meetings. In 66 begint Maciunas al aan de samenstelling ervan, bij zijn dood in 78 duurde zijn versie iets meer dan een uur. Hijzelf sprak liever van lengte dan van duur: kunst-bij-de-meter of behangpapier noemde hij de verzameling waarin hij voortdurend titels van plaats veranderde. Hij projecteerde de korte films als loops in kleine cabines opgetrokken uit doeken die hij Flux Space Centers doopte. De klankband verschilde van vertoning tot vertoning, soms waren het platen van Wagner, dan weer versterkte straatgeluiden. Soms maakte hij er zelfs flip books van die hij, net als de 8mm en 16mm filmloops, per postorder aan democratische prijzen verkocht. Van zijn zoektocht naar alternatieve productie-, distributie- en vertoningskanalen blijft vandaag niet veel meer over. Jonas Mekas heeft Maciunas collectie in 1996 met kennis van zaken uitgebreid tot 120 minuten, maar op videocassette is The Fluxfilm Anthology gestolde materie, op tape stapelt Paiks Zen for Film het stof niet meer op. Slechts een leerrijke illustratie bij een dode kunstpraktijk die ondertussen in de musea is bijgezet. Tenzij we de Fluxfilms door een nieuwe bril gaan bekijken: als een van de vele voorbodes van de digitale beeldcultuur die ze, met hun verwoede pogingen om aan de rechtlijnigheid en de narrativiteit van de geijkte cinema te ontsnappen, ook zijn. Tenzij we nog tijdens het kerstfeest wat kopieën trekken, wat videoprojectoren bovenhalen en de muren van de woonkamer bekleden met het psychedelische Fluxfilm Wallpaper. Kerstavond kan er alleen maar een evenement op worden, zonder John Lennon maar met Yoko Ono.Fluxfilm Anthology, in een uitgave van Re:Voir Vidéo, VHS, 120 min. Bestellen via www.re-voir.com of in de betere kunstboekhandel.Entrée dans la matièreDe voornaamste Franse ontwerpers doen hun visie op de moderne maatschappij uit de doeken en vertellen de ontstaansgeschiedenis van hun objecten. Doorheen hun relaas tekent zich een definitie af van de taak en de status van de hedendaagse designer. Of hoe lifestyle ook ideeën kan bevatten. De inkijk in de keuken(-geheimen) verloopt aan de hand van concrete objecten: de tafelornamenten van Sylvain Dubuisson, de hebbedingen van Elisabeth Garouste en Mattia Bonetti, de tafel van Christian Gavoille, de (Orangina-)flesjes van Jean-Paul Goude, de stoel van Pascal Mourgue, het gerei van Jean-Claude Neyton, de spiegels van Nestor Perkal, de televisie van Philippe Starck en het meubilair van Martin Szekely. Deze bundeling van ontmoetingen is het eerste, introducerende deel van de Franse documentaire videoreeks Histoires dobjets die een jaar geleden werd opgestart en ondertussen aan zijn vijfde aflevering toe is. Geheel op maat van het onderwerp besteden de makers hun volle aandacht aan de grafische vormgeving van hun beelden.Histoires d'objets: Rencontres avec dix designers français, een film van Françoise Darmon in een uitgave van Centre Pompidou/Films d'ici/Creative Agent Consultants, VHS (zowel in Franstalige Secam-versie als in Engelstalige Pal-versie), 52 min. Bestellen via www.centrepompidou.fr of in de betere kunstboekhandel.Samenstelling: Herman ASSELBERGHSIts a bitchIn de zalen loopt momenteel Shadow of a Vampire, een stemmige zwarte komedie over de misogynie van het filmbedrijf. Wie de subtiliteiten van het spel tussen sadistische mannen achter en geslachtofferde vrouwen voor de camera wil leren kennen, kan in de (betere) buurtvideotheek terecht voor:Dressed to KillBrian De Palma, 1980, 105 minMeestervoyeur De Palma heeft niet alleen zijn stijl maar ook zijn thematiek bij Hitchcock geleend. Het fantasme van de geterroriseerde, gemolesteerde, gemutileerde vrouw geeft hij aantrekkelijk vorm in Sisters, Obsession, Carrie, Blow Out, Body Double, Raising Cain en noem maar op. Maar nergens in zijn carrière doet hij het opwindender dan in Dressed to Kill wanneer hij Angie Dickinson in de douche met een scheermes laat te lijf gaan, een droomscène just for the fun of it. La passion de Jeanne dArcCarl Theodor Dreyer, 1928, 99 min.Schommelend tussen heilige en zottin biedt de lijdensweg van Jeanne La Pucelle de gedroomde finale voor elke respectabele vrouwenhater. Op de brandstapel ermee dachten Dreyer, Bresson, Rosselini, Preminger, Rivette, Besson, en behalve die laatste haalden de jongens er allemaal de filmgeschiedenisboeken mee.FrenzyAlfred Hitchcock, 1972, 116 minEen seriemoordenaar bij Janet Leigh in de douche loodsen of een troep bloeddorstige vogels op Tippi Hedren loslaten, haalde nog niet het beste in Hitchcock boven. Niet Psycho of The Bird, maar de late Frenzy deed hem de das om: een simpele verkrachting annex wurging van een zelfzekere vrouw zo dement geënsceneerd alsof hij er zelf bij was.