Advertentie
Advertentie

De begroting en de ontwikkeling van Vlaanderen

De Vlaamse economie doet het goed, de werkloosheid heeft een dieptepunt bereikt en de regering verwacht opnieuw een overschot in haar begroting. Eigenlijk kunnen we het beleid enkel toejuichen, toch zijn er een paar bedenkingen.Het beleid steunt volledig op kwaliteit van het leven als hoofddoelstelling. Niemand kan ontkennen dat het gemiddelde individu nog altijd leeft om te werken en niet andersom. Vlaanderen heeft zich dan ook, logischerwijze, als doelstelling gesteld in 2010: een kwaliteitsvolle samenleving voor iedereen.Het is natuurlijk lovenswaardig dat de regering enorme inspanningen levert om de schuld af te bouwen en ze slaagt daar ook in; in de Vlaamse ontwerpbegroting van 2001 is er een overschot van 5,4 miljard frank. Dit was het resultaat van een zuinig bestuur tijdens de voorbije jaren.Een aantrekkelijke situatie, maar toch willen we enkele waarschuwingen aan de Vlaamse beleidsmakers geven.Ten eerste, de hoogconjunctuur is een sterke motivator. De inkomsten van de staat, de gemeenschap en het gewest liggen boven het gemiddelde en bieden ook mogelijkheden. In de huidige conjunctuur profiteren zou naïef en al te kortzichtig zijn. Er zullen tijden komen dat we onze maatschappij sterk moeten ondersteunen en al onze middelen moeten besteden aan uitgaven en niet aan schuldafbouw. Het is nodig een buffer aan te leggen voor slechtere tijden of stijgende rentevoeten.Een ander aandachtspunt is de rekenschap die de Vlaamse regering heeft gegeven van de evoluerende maatschappij. De arbeidsparticipatiegraad zal steeds lager komen te liggen door een vergrijzende bevolking. De politiek van levenskwaliteit spits zich ook voornamelijk toe op de jonge gezinnen; met als gevolg dat zij minder zullen werken, dus ook minder productief zijn.De toenemende uitdagingen op vlak van scholing en vorming in de kenniseconomie vereisen ook aandacht. Men mag deze uitgaven zeker niet miskennen aangezien leren niet meer stopt als men de schoolpoorten achter zich dichtgooit. Zij vormen nu al voor een groot deel de investeringen voor de toekomst. De regering heeft resoluut voor deze aspecten gekozen, en dat is een goede keuze.Vlaanderen heeft altijd een positieve groei nagestreefd en is daar ook in geslaagd; onze ondernemers hebben een imago van kwaliteit en duurzaamheid in de rest van de wereld. De investeringen in ICT zouden deze trend alleen kunnen bevestigen.Het doel waarvoor deze maatregelen werden genomen, past in de kwaliteit van het leven. Toch bestaat het gevaar dat men met dit beleid het welzijn voor elk, in de toekomst, voor een stuk hypothekeert in plaats van uitbouwt.Enkele voorbeelden van deze trend duiken op: de economische uitgaven vertonen de jongste jaren een dalende trend. Het percentage van de economieversterkende uitgaven in het globale beleidskrediet was 17 procent in 1990 en is in 1999 verder gedaald tot 13,6 procent. In 2000 is het zelfs gedaald tot 13 procent.Er schuilt nog meer gevaar: Brussel ontkent dat het welzijn gevoed wordt door de economische groei en welvaart. Een al te grote miskenning van het economische beleid ten gunste van de zachte sector leidt op middellange en lange termijn tot een ommekeer, namelijk een vertraagde groei en een toenemende achterstand. Dit betekent dat ook de conjunctuur zal verslappen met alle negatieve gevolgen: verminderde koopkracht, toenemende werkloosheid,... Niet echt de aspecten bij uitstek voor een verbetering van de kwaliteit van het leven.De grootste oorzaak was de samenvoeging van Gemeenschap en Gewest met als gevolg dat er jarenlang geld werd overgeheveld van de gewest- naar de gemeenschapsbegroting, voornamelijk naar onderwijs en welzijn. Geld werd besteed in de sociale sector en niet elders.Het gevolg is een verzwakking van het infrastructuur- en mobiliteitshoofstuk, kortom de economieversterkende uitgaven. Dit is hét moment om hierin verandering te brengen; en er is verbetering op komst: in maart werden door minister-president Dewael de nodige beloftes gedaan, waarmee hij voor de komende vijf jaar een toename van de economische uitgaven plant. Concreet betekent dit een gunstige omgeving voor de ondernemingen creëren. Ook minister Stevaert pleitte herhaaldelijk voor het verhogen van de economische investeringsuitgaven.Ook het ontbreken van de vennootschapsbelasting in het Lambermontakkoord getuigt van nog onvoldoende slagkracht. Als ook de vennootschapsbelasting binnen het akkoord zou vallen, creëert men nog een grotere fiscale autonomie met de besteding van deze middelen ten voordele van economieversterkende uitgaven in Vlaanderen.De cirkel is rond: het is noodzakelijk de economie uit te bouwen voor het instandhouden van het beleid. Het is aan de Vlaamse regering om een evenwicht te zoeken tussen het sociale beleid en de economische ontwikkeling.De begroting 2000 betekende een verzwakking van het economische draagvlak en hield niet voldoende rekening met de langetermijnvisie. Het is nu net dat langetermijnbeleid dat Vlaanderen zal toestaan zijn voorsprong nog verder te vergroten. Karlien DE TURCK Johann LETENDe auteurs zijn respectievelijk stafmedewerker en algemeen directeur van de Kamer voor Handel en Nijverheid van Limburg