De bello Gallo

Vincent Gallo: acteur, filmmaker, zanger, muzikant, model, en nog veel, veel meer. Deze maand brengt hij een cd uit, bij het label Warp nog wel, een boegbeeld in de elektronische muziek. Maar zoals altijd gaat Gallo zijn eigen weg en is When een buitenbeentje in de catalogus van de platenfirma. Met wat goeie wil kan op zijn songs het label jazz-electro of misschien zelfs post-rock worden geplakt, toch valt deze moderne crooner slechts onder één enkele categorie en dat is die van zichzelf. Gallo doet letterlijk alles zelf: componeren, tekstschrijven, interpreteren, musiceren, arrangeren, opnemen, mixen, fotograferen, vormgeven,... en zichzelf verkopen. De voorbije tien jaar heeft hij rond zijn persoon een waar enigma weten te creëren. Niemand weet nog goed waar of wanneer het begon. Met het hippe downtowngebeuren van het New York van de jaren tachtig waar hij bevriend is met schilder Jean-Michel Basquiat. Of met zijn beeltenis op gedurfde reclameaffiches voor Calvin Klein in de vroege jaren negentig. Tussendoor begint en stopt hij met een succesvolle schilderscarrière, wint hij een aardig aantal professionele motorraces, schrijft hij opvallend slimme recensies in hifi-bladen omdat hij daar als notoir verzamelaar van geluidsopnameapparatuur en gitaren wel wat van afweet, loopt hij op de catwalk voor Yohji Yamamoto en Anna Sui,... en speelt hij in films.Gallos filmcarrière volgt dezelfde grillige logica als de rest van zijn bezigheden: hij en hij alleen beslist welke richting ze uitgaat. Zijn cv leest als een best of van de art & essai-cinema anno jaren negentig, zonder onderscheid tussen transatlantische verschillen. Gallo is een Europese Amerikaan, of een Amerikaanse Europeaan, dat is niet helemaal duidelijk. Alleszins, hij speelt onder andere bij Abel Ferrara (The Funeral), Bille August (House of the Spirits), Mika Kaurismaki (L.A. Without a Map), Emir Kusturica (Arizona Dream), Alan Taylor (Palookaville) en groeit uit tot de fetisj-acteur van Claire Denis (in Nenette and Boni, U.S. Go Home en binnenkort Trouble Every Day). Niet zelden gaat hij met de film aan de haal: zijn verschijning is wat achteraf op het netvlies van de kijker blijft gebrand. Gallo acteert nochtans niet veel, hij poseert. Bij hem is het de intensiteit die telt. De hevigheid van zijn aanwezigheid schijnt gek genoeg voort te spruiten uit zijn voortdurende staat van quasi-afwezigheid: hij speelt nooit echt een hoofdrol en wanneer hij aan de beurt is, lijkt hij op een onwezenlijke manier in zichzelf gekeerd. Het zijn de ogen die het hem doen, een blik van permanente extase, een combinatie van waanzin en vroomheid. Deze mooie en trieste jongen (hij is ondertussen al wel veertig) lijkt half engel half moordenaar, zoals de adonis in Pasolinis Theorema of zoals de jeugdige Jack Kerouac brengt hij zonder veel inspanning het hoofd van meisjes en jongens op hol. En hij weet het zelf maar al te goed, zo goed zelfs dat hij een monument voor zichzelf heeft opgetrokken in de vorm van een speelfilm.Buffalo 66 is Gallos officiële regiedebuut, het dateert van drie jaar geleden maar blijft een bezienswaardig unicum dat dezer dagen perfect aansluit bij zijn cd. Ook voor zijn film heeft Gallo zo veel mogelijk zelf gedaan. Hij is scenarioschrijver, regisseur, acteur en componist. De (prachtige) fotografie staat niet op zijn naam, maar hij heeft wel eigenhandig de zeldzame pelliculesoort gekozen. Buffalo 66 is auteurscinema in hart en nieren, meer nog: het is de uitwas van het genre. Alles in deze film draait rond zijn maker. Het verhaal is minimaal maar volledig gedrenkt in de autobiografie van de regisseur. Hij speelt Billy, net ontslagen uit de gevangenis van Buffalo voor een misdaad die hij niet heeft begaan. Om indruk te maken op zijn onverschillige ouders ontvoert hij lukraak een meisje dat hij verplicht de rol van zijn verloofde te spelen. Al vlug wordt zij verliefd op haar ontvoerder en dat doet hem afzien van zijn opgekropte wraakgevoelens.Gallo heeft nooit vastgezeten, maar hij groeide wel op in Buffalo waar zijn ouders hem altijd hebben ontmoedigd om te gaan acteren omdat ze hem te lelijk vonden. Met Buffalo 66 vereffent Gallo de familiale rekening, het is zijn thuiskomst na jarenlange afwezigheid en in een deels realistisch, deels esthetiserend maar altijd vervreemdend portret van het working-class Amerika zet hij de puntjes op de i. Hij verschijnt in elk beeld, van veraf, van dichtbij, ten voeten uit of in detail. Geen lichaamsonderdeel of het komt in close-up op het scherm, het enige dat ontbreekt is zijn penis maar daar wordt dan toch nog lovend over gepraat. Buffalo 66 is een oefening in narcisme, bedacht én uitgevoerd door iemand die weet waarover hij spreekt en weet hoe ver hij kan gaan. Een heel eind blijkbaar, want het onuitstaanbare, egocentrische personage dat Gallo hier schijnbaar argeloos neerzet blijft zijn aantrekkingskracht bewaren. Ook al omdat hij alle geijkte filmregels aan zijn laars lapt, te meniger eer en glorie van zichzelf. Vorm volgt functie: de film is een verzameldoos van visuele en narratieve experimenten, het ene al meer geslaagd dan het andere, maar stuk voor stuk mooi om naar te kijken want de acteur vormt altijd en overal het middelpunt. Buffalo 66 is net als de cd When (zie kader) niet enkel het product maar evenzeer het symptoom van Vincent Gallos persoonlijkheid.Buffalo 66 van en met Vincent Gallo en met Cristina Ricci, 110 min., 1998, VHS. TandemDit jaar bracht de Franse filmproducent en -verdeler Mk2 maar liefst vier films van Claude Chabrol uit op DVD. Op zich niet zo een evenement, want de titels verschenen eerder al op VHS, ware het niet dat elke film nu voorzien is van uitgebreide commentaar door de meester zelve. Dat surplus maakt het mogelijk een traject in zijn werk te volgen, of een paar trajecten eigenlijk. Het eerste parcours ligt voor de hand: de vier films hebben Isabelle Huppert in de hoofdrol, en omdat tussen de eerste en de laatste bijna tien jaar ligt, is deze kleine reeks meteen ook het verslag van een innige samenwerking tussen een filmmaker en een actrice. (De vijfde film van de tandem, Merçi pour le chocolat, is ondertussen ook uit op DVD maar te recentelijk voor opname in deze serie.) In Une affaire de femme speelt ze een abortusdokter ten tijde van het Vichy-collaboratieregime. In Madame Bovary is ze natuurlijk de titelrol in een getrouwe verfilming van Flauberts roman. In La Cérémonie speelt ze een huismeid die met behulp van haar collega een bloedige revolte tegen haar bourgeois werkgevers ontketent. En in Rien ne va plus vormt ze de helft van een oplichters-echtpaar in volle huwelijkscrisis. Vier weinig stichtende vrouwenportretten dus die dankzij Chabrols aanpak toch sympathie opwekken.Het parcours van Chabrol is uniek. Met meer dan vijftig films in veertig jaar op zijn palmares behoort deze zeventiger tot de éminences grises van de Franse filmcultuur. Ooit nog medegangmaker van de nouvelle vague, is hij al lang een genre op zich. Een mindere Chabrol wordt hem gemakkelijk vergeven omdat de kans op een goeie Chabrol zich telkens weer snel aandient. Voor dit DVD-pakket geldt dezelfde welwillende redenering: afgezien van Hupperts prestaties steekt eigenlijk enkel La Cérémonie boven de hoop uit. Maar met deze vakman blijft het altijd onderhoudend. Hij is een crack in de mise-en-scène: elk detail voor de camera heeft zijn plaats in een groter geheel. De plek waar hij zijn verhalen, personages en decors situeert is voor hem van wezenlijk belang. In zijn gevulde loopbaan heeft geen Franse regio hem onberoerd gelaten. Dikwijls is het een kleine stad of een dorp waarin hij de gemoederen tussen mannen en vrouwen hoog laat oplaaien. De verveling van het burgerlijke bestaan is zijn lievelingsthema, moord zijn favoriete plot device om de ontwrichting van het koppel in spannende banen te leiden. Chabrols grote voorbeeld is altijd Hitchcock geweest, bijgevolg hebben veel van zijn films op een of andere manier affiniteit met het thrillergenre. Maar de Fransman wil geen meestermanipulator zijn, hij observeert liever vanop afstand dan dat hij meeslepende suspens creëert. De misdaadromans waarop hij dikwijls zijn films baseert (Ruth Rendell ligt aan de basis van La Cérémonie), vormen slechts de springplank voor bijtende zedendramas en -komedies. Une affaire de femme (1998, 108 min.), Madame Bovary(1991, 142 min.), La Cérémonie (1995, 111 min.)en Rien ne va plus (1997, 104 min.). Vier films van Claude Chabrol met Isabelle Huppert, VHS & DVD.Samenstelling: Herman ASSELBERGHSCinema KaraokeIn de zalen loopt momenteel de exuberante musical Moulin Rouge!. Wie dialogen tussen geliefden graag vervangen ziet door populaire meezingers, kan in de (betere) buurtvideotheek terecht voor:On connaît la chansonAlain Resnais, 1997, 120 min.Twee zusters, een appartement en een makelaar verzeilen in de liefde en in gesprekken over de liefde. Très Pasi (zeer op zn Parijs wil dat in de hoofdstad zeggen), ware het niet dat iedereen te pas en te onpas zijn toevlucht zoekt in het zingen van wereldbekende Franse chansons. En dat is een universeel gevoel voor iedereen die zijn amoureuze sentimenten wil verwoorden.The Singing DetectiveJon Amiel, 1986, 415 min.Scenarist Dennis Potter schreef tv-geschiedenis met het caleidoscopische verhaal van een bedlegerig privé-detective die soelaas zoekt in zijn eigen wilde fantasiewereld. In zijn dromen wordt er flink gezongen, meer bepaald hits uit de pré-tv-jaren 30 en 40 die de nostalgische gevoelens naar zijn jeugd perfect belichamen.Distant Voices, Still LivesTerence Davies, 1988, 85 min.Het uitzichtloze arbeidersbestaan in Liverpool zoals herinnerd door een estheet. De armoede, het harde labeur, de familieruzies, maar ook de gemeenschapszin en de overlevingsdrang krijgen gestalte in aangrijpende stillevens in beweging gebracht door een vloedgolf van sentimentele love songs.