De bende van Bergin

Elke zondag, rond vier uur in de namiddag, beginnen ze binnen te druppelen: de bezoekers van de jam session in 'literair cafe' de Engelbewaarder, een bruine kroeg aan de Kloveniersburgwal, in Amsterdam centrum. Sommige liefhebbers hebben er al twintig jaar lang hun vaste stoel waarop geen van de andere ingewijden durft plaats te nemen. De engel die over het rituele gebeuren waakt, heet Sean Bergin. Omgeven door wolken van sigarettenrook, in tegenlicht van prima filmische kwaliteit, torent zijn machtige gestalte van op het geimproviseerde podium boven de menigte uit. (Achter hem bieden twee ramen uitzicht op het glinsterende water en heel veel lucht boven strakke gebouwen. Hollands stilleven als contrast met het jazzpandemonium aan de andere kant van het glas). Van zijn plek op de planken verdeelt de saxofonist de muzikale rollen, spreekt de stukken af, nodigt muzikanten uit, of jaagt er een enkele keer eentje weg. Soms gaat het zo goed dat een namiddag in de Engelbewaarder je langer bijblijft dan het grote concert waarvoor je de vorige avond speciaal naar Amsterdam kwam. Dan vult het brede geluid van Bergin en de zijnen de ruimte op een manier die ik elders nog nooit meemaakte. Soms is Bergin er niet. Dan is hij op tournee. Met het kwartet van Mal Waldron, toen die pianist nog in leven was. Of met de MOB, my own band. Dat eigen orkest van Bergin telt zo'n man of tien, in wisselende bezettingen, maar meestal met Han Bennink op drums, Ernst Glerum op contrabas, Franky Douglas op gitaar, Eric Boeren op de ouderwetse kornet, Jan Willem van der Ham op altsax en fagot, Tobias Delius op tenor en klarinet. Ze vormen de vaste kern op 'Mob Mobiel', het derde album van het orkest in een kleine tien jaar. Ook violiste Mary Oliver, de trombonisten Joost Buis en Wolter Wierbos, pianist Curtis Clark en andere passanten van formaat deden soms mee toen de MOB in maart van vorig jaar elke woensdag in het Bimhuis speelde. (Over de Amsterdamse club zei pianist Cecil Taylor: 'The music is in the walls'. Wat moet er met die muren gebeuren als het Bimhuis volgend jaar naar een nieuwe plek verhuist?). Het leeuwendeel van de elf nummers is van de hand van Bergin zelf en bestrijkt een panoramisch breed terrein. 'Bochten naar beneden' is een spannende afdaling zonder houvast. 'Don't pretend' roept de townships van Zuid-Afrika op waar Bergin zijn jeugd doorbracht, 'Collina' de fanfares van de Italiaanse stadjes waar de saxofonist-zwerver in zijn tochten doorheen Europa zoveel tijd doorbracht. Soms is de muziek van Bergin abstract, soms swingt ze wild, maar altijd zoekt ze opnieuw de houvast van een melodie op en een ritme dat je pakt. En altijd is er die herkenbare warmte en directheid die ook de moeilijkere stukken voor elke vorm van academisme behoeden. De MOB is geen big band die het van precisie en gestroomlijnd sectiewerk moet hebben. Het geluid is rond en ferm met sax en trombones op het voorplan. Er zitten rafelige randjes en weerbarstige haakjes aan die in een ander tijdperk ook het het werk van Charles Mingus en het orkest van de zuid-Afrikaanse pianist Chris McGregor zo spannend maakten. Allen Eager (1927-2003) Lester Young was volgens hem 'de eerste die de ruigheid van de jazz verwierp om uitsluitend pure schoonheid uit de te drukken'. Net als zijn grote voorbeeld zocht de saxofonist Allen Eager die schoonheid in lange, elegante lijnen en een ontspannen saxofoongeluid met weinig vibrato of heldhaftig vertoon. Eager bleef tot zijn dood, op 13 april in Oak Hill, een van de meest mysterieuze figuren van de jazz. In de gloriejaren van de bebop maakte hij een handvol platen onder eigen naam en schitterde zijn ster kortstondig aan de zijde van Gerry Mulligan en in de groepen van pianist Tadd Dameron. Vanaf het begin van de jaren vijftig dook hij nog slechts sporadisch op in muzikale kringen - de mondaine Eager hield zich liever onledig met skien, paardrijden en autoracen. Omstreeks 1956 wordt hij gesignaleerd als saxofoonspelende miljonair in Parijs, dan weer als aan lager wal geraakte zwerver. Pas in de jaren tachtig probeert hij nog een comeback te maken en speelt hij nog een korte periode met Chet Baker. Intussen had hij de Grand Prix van Seebring gewonnen en met LSD-goeroe Timothy Leary de hogere sferen verkend. Van alle saxofonisten die zich door Lester Young lieten inspireren - Stan Getz, Zoot Sims, Al Cohn - was Allen Eager samen met Brew Moore de minst bekende maar zeker niet de minst interessante. De onfortuinlijke Moore leefde een uiterst armoedig bestaan dat eindigde met een banale val van een trap, dezelfde dag dat een telegram hem het nieuws bracht dat hij een kolossale som geld had geerfd. De excentrieke Eager had met het lot en het fortuin blijkbaar een betere verhouding en slaagde er tot voor kort in om met plezier en op zijn manier in de schaduw te blijven. Of is het woord 'ondergronds' hier beter op zijn plaats? Behalve op een handvol platen leeft hij ook verder als Roger Beloit in 'The subterraneans' van Jack Kerouac. Rob LEURENTOP Sean Bergin & MOB 'MOB mobiel' (Data/ distr. Toondist, www.toondist.nl) Allen Eager met Gerry Mulligan (Prestige) Allen Eager met Tadd Dameron en Pat Navarro (Blue Note).