Advertentie
Advertentie

De beurssirenePierre Huylenbroeck

De aandelenbeurzen hebben deze week 5 a 7 procent verloren. De Bel20-index was de uitzondering met een terugval van slechts 1,5 procent, maar dat had vooral met bedrijfseigen factoren te maken. Het kernwoord van het weekverhaal op de meeste aandelenmarkten is: winstnemingen. De beleggers kregen hoogtevrees na de nagenoeg onophoudelijke beursklim sinds maart, en verwezen wat graag naar de ongunstige evolutie van de dollar en de olieprijs om uit de markt te stappen. Het heeft er alle schijn van dat de meesten niet lang aan de zijlijn zullen blijven. Na drie dorre jaren draait de internationale beleggingsindustrie eindelijk opnieuw op volle toeren. De betrokkenen zagen jarenlang zwarte sneeuw, en willen weer verdienen op de beurs. Dat lijkt aardig te lukken. De kleine belegger is helemaal terug, blakend van vertrouwen. Een Amerikaanse enquete bij particulieren wees deze week uit dat 69 procent van de ondervraagde beleggers optimistisch is. Dat is het hoogste peil in vele jaren. Vorige week bracht Merrill Lynch aan het licht dat het vertrouwen van vermogensbeheerders in aandelen hoger is dan tijdens het beursfeest van 1999-begin 2000. Het is logisch dat die twee opmerkelijke enquetes tot vergelijkbare vaststellingen komen. De kleine belegger brengt geld in het laatje van de grote beurshuizen, die hem dus wat graag naar de beurs lokken. Dat de afkeer voor de aandelenmarkten blijkbaar verdwenen is, dat er weer vertrouwen is in de economie en de ondernemingen, dat is allemaal erg goed nieuws. Het is ook terecht: de conjunctuur is vandaag gezonder dan pakweg zes maanden geleden. Maar het vertrouwen mag niet ontaarden in overmoed. Daarvoor zijn deze tijden te onzeker. Er blijven veel risicofactoren bestaan. Een greep: de oplopende Amerikaanse tekorten en de dollardaling, de nog niet weggewerkte overcapaciteit in een aantal sectoren, de economische problemen in West-Europa, de schuldenlast van vele huishoudens. Het ziet ernaar uit dat de beleggers met al die factoren voorlopig geen rekening houden. De beurs is op dit moment gewoon te bekoorlijk. Er is een zelfversterkend mechanisme aan het werk, dat allicht nog een poos de toestroom naar de beurs zal onderhouden. De kleine belegger die zijn buurman opnieuw warm kan maken met zijn straffe winstverhalen, de financiele industrie die haar jaar aan het goedmaken is dankzij die stijgende koersen, de beleidsvoerders die best weten dat een succesvolle beurs heilzaam is voor de economie, ze streven allemaal hetzelfde doel na. Het roept allemaal herinneringen op van de dolle beursritten van de late jaren 90. Het risico op een nieuwe zeepbel groeit opnieuw mee met de koersstijgingen. Alweer weet niemand waar deze keer de top ligt. Allicht is die nog niet bereikt. En allicht volgt daarna een onaangename afdaling.