Advertentie
Advertentie

De biografie van het bloed

De biografie van het bloed Er bestaan lieden die zo bezeten zijn door hun vak, dat ze een leven lang alle informatie vergaren om in rustigere tijden een boek uit te geven. Zo iemand is de bioloog en geneesheer Frans Mathieu, die jarenlang aan het hoofd stond van het bloedtransfusiecentrum van Aalst. Zijn boek is er nu. En het mag er zijn. Zoals het hoort begint deze 'biografie' in de prehistorie. Bloed is een oerprincipe. Het blijft dat, niet alleen voor de wetenschap, maar ook voor traditie, mythen, legenden, rituelen, religies, van esoterici tot en met vampiers. De graal, de lijkwade van Turijn, de heiligbloedprocessies, de Griekse drama's, heel onze cultuur is doordrongen van de rode materie - die overigens ook 'blauw' kan zijn. De auteur begeeft zich graag op het terrein van de bijbelexegese en de theologie. Het Oude Testament is een aaneenschakeling van bloedige verhalen. Het Nieuwe Testament is dat veel minder, zij het dan dat 'het bloed van Christus' door de eeuwen heen een zeer verkoopbare handelswaar is gebleken, in alle betekenissen van het woord. Neem de esoterische betekenis van de consecratie in de katholieke eucharistie. Water en brood worden veranderd in het lichaam en bloed van Jezus Christus. In plaats van een verklaring kregen de gelovigen een nieuw woord bij: transsubstantiatie. Het is een geloofspunt, een dogma. Wie dat niet gelooft, is geen katholiek. De katharen in het 13de-eeuwse Frankrijk geloofden het niet. Hun dissidentie werd door de kerk in bloed gesmoord. Op zeker spelen, dat mag bloed kosten. Veel valt er nog over bloed te zeggen en het gebeurt ook in dit boek. Drakenbloed, het Gulden Vlies, de geheimzinnige bloederziekte van Queen Victoria. De Nibelungensage, waarmee de componist Wagner voorgoed zijn reputatie vestigde: een Ring van vier opera's waarin draken- en mensenbloed aan elkaar gewaagd zijn. Een moderne legende luidt dat elke opera-intendant van enige betekenis ooit de Ring des Nibelungen helemaal moet hebben gebracht. Zoniet zal zijn lot de hel van Dante zijn: 'Maar kijk nu naar het dal, want reeds komt nader/ de bloedrivier waarin de zielen koken/ die door geweld leed brachten aan de naaste'. Frans Matthieu - De biografie van het bloed/ Mythologie, legenden, rituelen, mensenoffers en andere bloederige praktijken - 2003, Leuven, Van Halewyck, 248 blz., 17,50 euro, ISBN 90-5617-497-5. Schuifgroen De Amsterdamse binnenstad was voor jonge Belgen in de jaren zestig en zeventig een soort bedevaartsoord. Vrijheid, blijheid, alles kon. Die stad vol water, afgesloten door het water ook, had (heeft) een ongewone aantrekkingskracht. Maar wat ligt erom heen? Dat weet geen mens, en ook bijna geen Amsterdammer. Het Nederlandse platteland biedt, als je er met de trein doorheen rijdt, een uitermate slaapverwekkend beeld. Polders, beekjes, water, koeien. Dat is het dan, afgewisseld met hier en daar een luchthaven, een autoweg en industrie. De woonwijze is van een beklemmende saaiheid, de meeste windmolens zijn verdwenen en als er sneeuw ligt kun je je in de poolvlakte wanen. Amsterdammers zullen dat beeld ontkennen. Zij wijzen op het vele groen - wat vaak ook weer neerkomt op venen en plassen plus een vlucht regenwulpen. Herman Vuijsje is socioloog en journalist. En fervent Amsterdammer. Hij heeft de grenzen van zijn stad verkend, te voet en met een fotografe. Als je hem gelooft, is het bijna Ierland, met zijn 'forty shades of green': vlakgroen, zwakgroen, sterkgroen, stadsgroen, blokgroen, buurtgroen, strategisch groen, recreatiegroen, compensatiegroen. En schuifgroen. Dat is zijn eigen neologisme om te zeggen dat de stad almaar verder van de Dam en de grachten komt te liggen. Ze schuift. Tot halverwege de negentiende eeuw bleef Amsterdam een compacte stad, door vestingwerken van het ommeland gescheiden. In de twintigste eeuw ging het snel en werd er geknabbeld aan het concentrische karakter dat zo typisch voor Amsterdam is. Er kwamen tuindorpen, tuinsteden, satellietsteden verder van het centrum. De groene vingers, 'scheggen', zijn weliswaar niet helemaal verdwenen maar ze schuiven snel op, vooral zuidwaarts. Het was een emotionele wandeltocht, bekent de schrijver. Hij heeft de wanden van zijn eigen stedelijke huiskamer verkend. 'Alle ouwe kasten waar ik nooit in had gekeken, alle achterdeuren en stofnesten heb ik aan een grondige inspectie onderworpen.' Dat was niet altijd een vrolijke tocht. Meestal niet, zelfs. In dit boek staan soms hallucinante gesprekken met overlevers, zoals je in de woestijn plots op enkele nomaden stoot. Vuijsje spaart de zelfspot niet: 'Ruimtelijke ordening? Ha! Dit is het Belgie van Amsterdam. Het enige wat ontbreekt is een hoerenkot en een friettent.' Die blijken er bij nader inzien ook te zijn. Dat vooruitgangsoptimisme, dat striemende zelfvertrouwen van de Hollanders. Wij kunnen nog een hoop van ze leren. Herman Vuijsje - Schuifgroen/ Een wandeling langs de grens van Amsterdam/ Met foto's van Marian van de Veen-van Rijk - 2003, Amsterdam/Antwerpen, Contact, 218 blz., 19,90 euro, ISBN 90-254-1760-4. Satiren De Romeinse satiricus Juvenalis, geboren in de eerste eeuw na Christus, is een van de scherpste dichters die wij kennen. Er viel ook nogal wat te hekelen, ten tijde van de keizers Caligula, Claudius, Nero en Domitianus. In de zestien, soms lange, satiren die hij naliet werd de maatschappijkritiek niet gespaard. Corruptie, ijdelheid en bijgeloof werden belachelijk gemaakt. Nog actueel klinken passages waarin de onleefbaarheid van de grootstad Rome wordt aangeklaagd en plastisch beschreven: eerlijkheid vindt geen erkenning, het geld regeert, de verkrotting slaat toe, het lawaaierig verkeer is niet te harden, de misdaad bloeit, roversbenden en dronken vechtjassen maken de straten onveilig. Rijken, vrouwen en Grieken moeten het bij Juvenalis ontgelden. Vooral de Grieken haat hij als de pest. Ze zijn opdringerig, luidruchtig en astrant, deze 'purperkliek'. En dan: 'Nog erger is dat onder de ceintuur/ niets heilig is voor hen en dus niet veilig/ geen lieve moeder niet, geen meisje loos/ geen prille zoon of jeugdige verloofde/ en lukt dat niet, dan moet bij vriend of buur de oma achterover.' De Latijnse tekst was in zesvoetige jamben, de vertaling in vijf- tot vijfenhalfvoetige. De vertaalster noemt haar werk de eerste volledige homogene poezievertaling van Juvenalis in het Nederlands. Aan deze dichter danken we bekende uitdrukkingen als 'panem et circenses' (brood en spelen) en 'mens sana in corpore sano' (een gezonde geest in een gezond lichaam). Er kwam een eerste revival van zijn werk ten tijde van Karel de Grote. Natuurlijk ook tijdens de Renaissance, toen de oudheid in eer werd hersteld. Zelfs Shakespeare kende Juvenalis. Wanneer Hamlet de beroemde bedenking 'Words, words, words' oppert, moet hij volgens het script dit satirisch boek in handen hebben. Ook de uitdrukking 'rara avis', rare vogel, is door Juvenalis bedacht. Hij bedoelde er een kuise vrouw mee - maar het zou net zo goed op hemzelf kunnen slaan. Juvenalis - Satiren - vertaald door M.d'Hane-Scheltema, 2003, Amsterdam, Atheneum-Polak & Van Gennep, 259 blz., 13,95 euro, ISBN 90-253-2257-3.